wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2A / NA (trim 1)

Total questions: 63

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Planten hebben nodig:

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

zuurstof en koolstofdioxide

2.

Planten maken

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

zuurstof en koolstofdioxide

3.

De plant staat in de zon en heeft genoeg water. De muis heeft reserves genoeg voor het experiment. Kan de muis blijven leven?

a)

ja

b)

nee

4.

De plant staat in de zon en heeft genoeg water. De muis heeft genoeg reserves voor het experiment. Kan de plant blijven leven?

a)

ja

b)

nee

5.

De plant maakt voor de mensen en dieren een heel belangrijke stof.

Dit is:

a)

koolstofdioxide

b)

water

c)

licht

d)

zuurstof

6.

De mens maakt voor de mensen en dieren een heel belangrijke stof.

Dit is:

a)

koolstofdioxide

b)

water

c)

licht

d)

zuurstof

7.

Het proces waarbij glucose gemaakt wordt in de plant heet ..

a)

Celademhaling

b)

fotosynthese

8.

Het proces waarbij glucose verbruikt wordt in de plant heet ..

a)

Celademhaling

b)

fotosynthese

9.

In welke delen kan deze plant zuurstof maken?

a)

in de bladeren en de bladstelen

b)

in de wortels en de bladstelen

c)

in de bladeren en de wortels

d)

in alle zichtbare delen

10.

Je ziet op deze afbeelding een wandelend blad in de aanvalshouding. Zij staat in het licht. Zij eet bladeren. Stel er is geen voedsel voor haar, zou zij zich zelf dan in leven kunnen houden met haar eigen lichaam?

a)

ja, zij kan zelf fotosynthese doen

b)

nee, zij kan alleen celademhaling doen

c)

ja, want zij kan zowel fotosynthese als celademhaling doen

11.

De energie die wij krijgen als we plantaardig voedsel eten komt eigenlijk van ...

a)

het water

b)

de koolstofdioxide

c)

de zon

d)

de mineralen

12.

De koolstofdioxide die wij maken als we energie verbruiken om te bewegen bijvoorbeeld komt van ...

a)

het water

b)

glucose

c)

de zon

d)

de mineralen

13.

Planten

a)

doen overdag aan fotosynthese en ’s nachts aan celademhaling

b)

doen altijd aan celademhaling

c)

doen overdag aan fotosynthese en nooit aan celademhaling

d)

doen altijd aan celademhaling en aan fotosynthese

14.

Koolstofdioxide wordt omgezet in zuurstof door

a)

planten

b)

dieren

c)

schimmels

d)

bacteriën

15.

Het maken van zuurstof en glucose door een plant heet

a)

fotosynthese

b)

celademhaling

16.

Koolstofdioxide wordt in jouw lichaam gemaakt tijdens

a)

fotosynthese

b)

celademhaling

17.

Als een plant koolstofdioxide maakt dan komt dat door

a)

fotosynthese

b)

celademhaling

18.

Een plant neemt water op met

a)

bladeren

b)

wortels

c)

stengel

d)

bloem

19.

Glucose wordt NIET gemaakt in

a)

bladeren

b)

wortels

c)

stengel

20.

Het is 21 juni

a)

Je maakt meer glucose

b)

Je maakt evenveel glucose als anders

c)

Je maakt minder glucose

21.

Wat heeft een plant nodig voor fotosynthese?

a)

Licht

b)

Water

c)

Koolstofdioxide

d)

Zuurstofgas

22.

Wat doen de huidmondjes?

a)

Ze halen koolstofdioxide uit de lucht

b)

Ze geven zuurstofgas af aan de lucht.

c)

Ze geven koolstofdioxide af aan de lucht.

d)

Ze halen zuurstofgas uit de lucht.

23.

Ontstaat koolstofdioxide bij fotosynthese?

a)

Ja

b)

Nee

24.

Vindt er 's nachts celademhaling plaats in organismen?

a)

Ja

b)

nee

25.

Waar word glucose afgebroken?

a)

Mitochondriën

b)

Bladgroenkorrels

26.

Marie zegt: Celademhaling vindt plaats in elke cel van je lichaam.

Younes zegt: In plantencellen vindt geen celademhaling plaats


Wie heeft gelijk?

a)

Beide hebben gelijk

b)

Marie heeft gelijk

c)

Younes heeft gelijk

d)

Beide hebben ongelijk

27.

Mitochondrien komen voor in de cellen van ...

a)

planten

b)

dieren

c)

mensen

28.

Vindt er 's nachts celademhaling plaats in organismen?

a)

Ja

b)

nee

29.

Planten doen niet aan stofwisseling.

a)

juist

b)

fout

30.

Hoe groter de inspanning hoe ... celademhaling er plaatsvindt.

a)

minder

b)

meer

31.

In welk celorganel vindt fotosynthese plaats?

a)

Mitochondriën

b)

Bladgroenkorrels

c)

Celkern

d)

Celwand

32.

Bekijk de afbeelding. Bij welke nummers kan fotosynthese plaatsvinden?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

33.

Maak de zin af:

In bladgroenkorrels wordt glucose (1).

Energie wordt dus (2).

a)

1: aangemaakt, 2: opgeslagen

b)

1: aangemaakt, 2: afgegeven

c)

1: afgebroken, 2: opgeslagen

d)

1: afgebroken, 2: afgegeven

34.

Maak de zin af.

In mitochondriën wordt glucose (1).

Hierbij wordt energie (2).

a)

1: afgebroken, 2: opgeslagen

b)

1: afgebroken, 2: afgegeven

c)

1: aangemaakt, 2: opgeslagen

d)

1: aangemaakt, 2: afgegeven

35.

De omzetting van glucose in energie heet ook wel ...

a)

fotosynthese

b)

Celademhaling

36.

Dit organisme doet...

a)

Celademhaling

b)

Fotosynthese

c)

Celademhaling EN fotosynthese

d)

Niks

37.
aardolie, aardgas en steenkool zijn fossiele brandstoffen.
a)
juist
b)
fout
38.
fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die altijd voorradig zijn.
a)
fout
b)
juist
39.
bij een windturbine wordt
a)
windenergie omgezet in elektrische energie
b)
bewegingsenergie omgezet in warmte energie
c)
bewegingsenergie omgezet in elektrische energie
d)
windenergie omgezet in warmte energie
40.

Welke is geen fossiele brandstof?

a)

Steenkool

b)

Aardgas

c)

Kernenergie

d)

Aardolie

41.

Hernieuwbare energiebronnen zijn

a)

Zonne energie en kernenergie

b)

Wind energie en waterkracht

c)

Aardolie en steenkool

d)

Zonne energie en aardgas

42.

Welke energie-vorm wordt er omgezet bij de verbranding van aardgas?

a)

Fossiele energie

b)

Verbrandingsenergie

c)

Chemische energie

d)

Potentiële energie

43.

De hete steel van een lepel hoort bij?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

44.

Tocht in huis is een vorm van?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

45.

Water dat door warmte beweegt is?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

46.

Een terrasverwarmer is?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

47.

Koude tegels in de badkamer is?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

48.

Hete kolen in een barbecue is?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

49.

Een koud glas cola vasthouden is?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

50.

De rook boven een kampvuur is?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

51.

Isolatieschuim om buizen is tegen?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

52.

Kunststof handvatten aan een pan zijn tegen?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

53.

Vloerbedekking hoort bij?

a)

Stroming

b)

Geleiding

c)

Straling

54.

Welke vorm van transport zie je op de afbeelding?

a)

Straling

b)

Stroming

c)

Geleiding

55.

Met welke vorm van warmtetransport werkt dit apparaat?

a)

Straling

b)

Stroming

c)

Geleiding

56.

Je döner wordt warm dankzij ...

a)

Straling

b)

Stroming

c)

Geleiding

57.

Met welke soorten warmtetransport maakt een radiator de kamer warm?

a)

Straling en geleiding

b)

Stroming en geleiding

c)

Stroming en geleiding

d)

Straling en stroming

58.

Een olifant wappert met zijn oren als hij het warm heeft. Hij verliest zo warmte door...

a)

Straling

b)

Stroming

c)

Geleiding

59.

Met een infraroodcamera kun je mensen in het donker zien. Zo'n camera maakt gebruik van...

a)

Straling

b)

Stroming

c)

Geleiding

60.

Als een kat het warm heeft, gaat hij op koude tegels liggen. Zo verliest hij warmte via...

a)

Straling

b)

Stroming

c)

Geleiding

61.

Henry beweert: “Licht is de enige soort straling die je kunt zien.”

Rody beweert: “Het menselijk oog is gevoelig voor zowel licht als ir-straling.”


Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?

a)

Henry en Rody hebben allebei ongelijk

b)

Henry heeft gelijk, Rody heeft ongelijk

c)

Henry heeft ongelijk, Rody heeft gelijk

d)

Henry en Roby hebben beide gelijk

62.

Met welke straling waarmee je eten kunt verwarmen in een magnetron.

a)

IR-stralen

b)

Microgolven

c)

Gammastralen

d)

Röntgenstralen

63.

Welke stralen zorgen er voor dat je huid donkerder kleurt

a)

gamamstralen

b)

microgolven

c)

uv-stralen

d)

röntgenstralen