Worksheets2LAT: voc. p. 7-10
Total questions: 10
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
Geef de betekenis(sen) van audere.
(a)
2.
Geef de betekenis(sen) van sine.
(a)
3.
Geef de betekenis(sen) van campus.
(a)
4.
Geef de betekenis(sen) van dum.
(a)
5.
Geef de betekenis(sen) van dives.
(a)
6.
Duid de voorzetsels + acc. aan.
a)
ob
b)
post
c)
de
d)
cum
7.
Duid de voorzetsels + abl. aan.
a)
ab
b)
pro
c)
ante
d)
praeter
8.
Welke twee woorden passen bij deze afbeelding?
a)
nuptiae
b)
regina
c)
pastor
d)
grex
9.
Duid de voegwoorden aan.
a)
si
b)
nam
c)
os
d)
per
10.
Wat wordt hier uitgebeeld?
a)
forma
b)
discordia
c)
fames
d)
vates
100 %
