wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 Steden 2.1 t/m 2.3

Total questions: 19

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Welke stad kan het kleinst zijn?

a)

Hoofdstad

b)

Megastad

c)

Wereldstad

d)

Primecity

2.

Ander woord voor Centrale zakenwijk is?

a)

Kerncentrum

b)

CBD

c)

Centrum

d)

Middelpunt

3.

Deze stad is op politiek en economisch gebied belangrijk voor een deel van de wereld

a)

Dit is een megastad

b)

Dit is de hoofdstad

c)

Dit is een wereldstad

4.

Mensen zijn op zoek naar werk en gaan daarom hier naar toe verhuizen?

a)

Urbanisatie

b)

Suburbanisatie

5.

Welke begrip past bij de volgende situatie:


Nu hebben we ruimte in huis en is er plaats genoeg voor parkeren?

a)

Urbanisatie

b)

Suburbanisatie

6.

Door de toegenomen welvaart en mobiliteit gingen mensen in Nederland?

a)

Verhuizen naar de stad

b)

Verhuizen de stad uit

7.

Het CBD heeft haar woonfunctie praktisch verloren. Wat is hier de voornaamste oorzaak voor?

a)

De grondprijzen zijn hier te hoog om te wonen.

b)

De woningen waren in verval geraakt.

c)

De mensen zijn weggetrokken naar de suburbs aan de rand van de stad.

d)

Hier vindt gentrificatie plaats.

8.

Welke kenmerken uit de zinnen horen bij een stad? Vink de juiste vakjes aan.

a)

De stad heeft een groot aantal voorzieningen.

b)

De plaats moet een bepaald aantal inwoners hebben.

c)

De plaats moet stadsrechten hebben.

d)

Er staan heel veel gebouwen op een klein gebied.

e)

Het centrum is omringd door stadsmuren.

9.

Waarin verschilt een megastad van een wereldstad?

kies het juiste antwoord

a)

Een wereldstad is veel belangrijker dan een megastad.

b)

Geen enkele wereldstad ligt in Azië en megasteden wel.

c)

Een wereldstad heeft meer inwoners dan een megastad.

d)

Een megastad heeft meer inwoners dan een wereldstad.

10.

Welke van de volgende steden is een wereldstad?

a)

Amsterdam

b)

Mumbai

c)

Sao Paulo

d)

Tokyo

11.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving?

Van tevoren de inrichting van de stad bedenken, met regels en wetten over waar je mag bouwen.

a)

basisvoorzieningen

b)

historisch centrum

c)

infrastructuur

d)

stadsplanning

e)

stedelijk netwerk

12.

Wat zijn de twee redenen dat er krottenwijken ontstaan bij steden in arme landen?

a)

De steden hebben te weinig geld voor sociale woningbouw.

b)

De steden kennen een hoge bevolkingsdichtheid.

c)

Het urbanisatietempo ligt te laag.

d)

De urbanisatie is pas sinds 1960 begonnen.

e)

De stadsplanning is onvoldoende.

13.

Welke drie problemen komen in alle megasteden ter wereld voor?

a)

Arme mensen wonen in slechte wijken.

b)

Er is grote sociale ongelijkheid.

c)

Er is veel werkgelegenheid in de formele sector.

d)

Er is te weinig controle van de overheid.

e)

Er is veel vervuiling en weinig natuur.

14.

Juist of onjuist?

Door urbanisatie neemt de verstedelijkingsgraad toe.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Je ziet hier de groei van een stad in een arm land en een rijk land.


Welke stad ligt in een rijk land?

a)

Stad A

b)

Stad B

16.

Waarom is Amsterdam geen wereldstad?

4 lines
17.

Waaraan kun je op een kaart zien of er in een land een stedelijk netwerk is?

a)

Aan de verbindingen: wegen, spoorlijnen etc

b)

Aan de hoeveelheid inwoners in de stad

c)

Aan hoeveel mensen binnen de stad wonen en werken

18.

Waarom zijn er rond het centrum van een stad in een rijk land vaak probleemwijken?

a)

Omdat veel mensen dicht bij de stad willen wonen

b)

Omdat alle rijken de stad hebben verlaten en de arme achter gebleven zijn

c)

Omdat zij hier werken

19.

Alle steden groeien door een vestigingsoverschot en een geboorteoverschot, maar megasteden zijn bijzonder. Waardoor groeien megasteden nog meer?

4 lines