Font size
WorksheetsDe woning
Total questions: 15
Worksheet time: 6mins
Trouve l'intrus
de keuken
de garage
de lamp
de berging
Trouve l'intrus
de rijtjeshuis
het appartement
de kleerkast
de villa
Trouve l'intrus
de slaapkamer
de badkamer
de eetkamer
het tapijt
Trouve l'intrus
de slaapkamer
het nachtkastje
de berging
het tapijt
Comment dis-tu en néerlandais l'oreiller ?
de papiermand
het nachtkastje
de grond
het kussen
Comment dis-tu en néerlandais le miroir ?
de spiegel
de kast
de lade
de wekker
Comment dis-tu en néerlandais le réveil ?
de spiegel
de kast
de lade
de wekker
Comment dis-tu en néerlandais l'ours en peluche ?
de spiegel
de teddybeer
de lade
de wekker
Comment dis-tu en néerlandais le rideau ?
de spiegel
de deken
de lade
het gordijn
Comment dis-tu en néerlandais la couette ?
de spiegel
de deken
de lade
het gordijn
Goed of fout?
De kleerkast staat in de slaapkamer.
(a)
Goed of fout?
Het stapelbed staat in de slaapkamer.
(a)
Goed of fout?
De televisie staat in de woonkamer.
(a)
Goed of fout?
De pantoffels liggen onder mijn bed.
(a)
Goed of fout?
De koelkast staat op mijn bed.
(a)
