wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Delen van het bed

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welk hulpmiddel gebruikt deze man om zich goed te leggen?

a)

Onrusthekkens

b)

Optrekbeugel

c)

Kussen

d)

Rem

2.

Wat heeft deze vrouw vast?

a)

Optrekbeugel

b)

Matras

c)

Onrusthekkens

d)

Wielen

3.

Welke handeling voert deze vrouw uit?

a)

De vrouw plaatst het onderlaken op het bed.

b)

De vrouw plaatst het steeklaken op het bed.

c)

De vrouw plaatst de bedsprei op het bed.

4.

Welke handeling voert deze vrouw uit?

a)

De vrouw plaatst de kussensloop over het kussen.

b)

De vrouw plaatst het steeklaken op het bed.

c)

De vrouw plaatst het onderlaken op het bed.

d)

De vrouw plaatst het bovenlaken op het bed.

5.

Welke handeling voert deze vrouw uit?

a)

De vrouw plaatst een handdoek over het kussen.

b)

De vrouw plaatst een kussensloop over het kussen.

c)

De vrouw plaatst een steeklaken over het kussen.

d)

De vrouw plaatst een bovenlaken over het kussen.

6.

Bevuild linnen leg ik op de grond naast het bed. Waar of niet waar?

a)

Niet waar

b)

Waar

7.

Waar of niet waar? Ik verander de hoogte van het bed als ik het bed wil opmaken.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Ik leg als eerste een ... op het bed.

a)

Bovenlaken

b)

Kussensloop

c)

Onderlaken

d)

Steeklaken

9.

Waar of niet waar? Als ik bedlinnen afhaal dan zet ik best een raam open.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Waar of niet waar? Na het opmaken van een bed was ik mijn handen.

a)

Waar

b)

Niet waar