wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling mavo 2

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Het (bederven) vlees

(a)  

2.

De (verven) kast

(a)  

3.

Wij hebben (gillen).

a)

gegilt

b)

gegild

c)

gegildt

4.

Wij hebben (computeren).

a)

gecomputert

b)

gecomputerd

c)

gecomputerdt

5.

Wij hebben (kiezen).

(a)  

6.

Op het kamp was veel regen (voorspellen).

a)

voorspelt

b)

voorspeld

c)

voorspeldt

7.

Heb je (checken) of hij ziek was?

a)

gecheckt

b)

gechecked

8.

De storm (verwoesten) ons tuinhuisje.

a)

verwoeste

b)

verwoestte

c)

verwoesde

d)

verwoesdde

9.

Het team (landen) gisteren pas laat op Schiphol.

a)

lande

b)

landde

10.

Hij (verbazen) er zich niet over.

a)

verbaaste

b)

verbaasde

11.

Ik heb de (oplossen) puzzel ingestuurd.

(a)  

12.

De (verkleden) kinderen genoten van een geweldig tuinfeest.

(a)  

13.

Nadine was bijna door de afdelingsleider (schorsen).

a)

geschorst

b)

geschorsd

14.

Hajar en Ilham hebben veel avonturen (beleven).

a)

beleeft

b)

beleefd

15.

Die familie (verhuizen) bijna elk jaar.

a)

verhuiste

b)

verhuisde

16.

De vuurkorf (branden) uitstekend.

a)

brande

b)

brandde

17.

Jan (besteden) te weinig tijd aan zijn huiswerk.

a)

besteet

b)

besteed

c)

besteedt

18.

(Worden) jij nu al weer boos?

a)

Wort

b)

Word

c)

Wordt

19.

De mentor (overhandigen) de rapporten.

a)

overhandigt

b)

overhandigd

c)

overhandigdt

20.

Wat (vinden) je leraar van je werk?

a)

vint

b)

vind

c)

vindt