Font size
WorksheetsWerkwoordspelling mavo 2
Total questions: 20
Worksheet time: 20mins
Het (bederven) vlees
(a)
De (verven) kast
(a)
Wij hebben (gillen).
gegilt
gegild
gegildt
Wij hebben (computeren).
gecomputert
gecomputerd
gecomputerdt
Wij hebben (kiezen).
(a)
Op het kamp was veel regen (voorspellen).
voorspelt
voorspeld
voorspeldt
Heb je (checken) of hij ziek was?
gecheckt
gechecked
De storm (verwoesten) ons tuinhuisje.
verwoeste
verwoestte
verwoesde
verwoesdde
Het team (landen) gisteren pas laat op Schiphol.
lande
landde
Hij (verbazen) er zich niet over.
verbaaste
verbaasde
Ik heb de (oplossen) puzzel ingestuurd.
(a)
De (verkleden) kinderen genoten van een geweldig tuinfeest.
(a)
Nadine was bijna door de afdelingsleider (schorsen).
geschorst
geschorsd
Hajar en Ilham hebben veel avonturen (beleven).
beleeft
beleefd
Die familie (verhuizen) bijna elk jaar.
verhuiste
verhuisde
De vuurkorf (branden) uitstekend.
brande
brandde
Jan (besteden) te weinig tijd aan zijn huiswerk.
besteet
besteed
besteedt
(Worden) jij nu al weer boos?
Wort
Word
Wordt
De mentor (overhandigen) de rapporten.
overhandigt
overhandigd
overhandigdt
Wat (vinden) je leraar van je werk?
vint
vind
vindt
