NEW
Font size
WorksheetsSpreekwoorden
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de
kan
fles
lever
kop
Als het ........verdronken is, dempt men de ............
varken...........krulstaart
land.......rivier
kalf .......put
geloof............kerk
Van de hak op de ............springen
zool
tak
rug
kade
Een ...............maakt nog geen zomer.
zonnetje
bijtje
foutje
zwalum
Gelijke monniken gelijke .............
kappen
mutsen
pijen
sokken
Als de ........van huis is dansen de .............op tafel
baas............kinderen
moeder..........kruimels
kat...........muizen
stofdoek.............stofvlokken
Wie het eerst komt, wie het eerst .............
eet
maalt
drinkt
weer buiten is
Door het oog van de ...........kruipen
tunnel
naald
orkaan
bril
Je moet een gegeven paard niet in de ...........kijken
kont
ogen
bek
hoefijzers
De eerste klap is een ............waard
fortuin
daalder
tweede
ruzie
Wie zijn gat brandt, moet op de ............zitten
blaren
billen
planken
bladeren
Ieder huisje heeft zijn .............
muisje
kluisje
pluisje
kruisje
Als er één .............over de dam is, volgen er meer
kip
koe
paard
schaap
Beter één .............in de hand dan tien in de lucht
ballon
vlieger
vogel
wolk
Na regen komt ...............
geluk
nattigheid
droogte
zonneschijn
Oost, west, ..........best
noord
zuid
thuis
oogst
Waar ............is, is vuur.
hout
een kachel
rook
water
Een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde ............
paal
boom
muur
steen
Wat de boer niet kent, dat ............hij niet
zaait
oogst
vreet
gelooft
Hoge ...............vangen veel wind
huizen
bomen
torens
bruggen
