wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spreekwoorden

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de

a)

kan

b)

fles

c)

lever

d)

kop

2.

Als het ........verdronken is, dempt men de ............

a)

varken...........krulstaart

b)

land.......rivier

c)

kalf .......put

d)

geloof............kerk

3.

Van de hak op de ............springen

a)

zool

b)

tak

c)

rug

d)

kade

4.

Een ...............maakt nog geen zomer.

a)

zonnetje

b)

bijtje

c)

foutje

d)

zwalum

5.

Gelijke monniken gelijke .............

a)

kappen

b)

mutsen

c)

pijen

d)

sokken

6.

Als de ........van huis is dansen de .............op tafel

a)

baas............kinderen

b)

moeder..........kruimels

c)

kat...........muizen

d)

stofdoek.............stofvlokken

7.

Wie het eerst komt, wie het eerst .............

a)

eet

b)

maalt

c)

drinkt

d)

weer buiten is

8.

Door het oog van de ...........kruipen

a)

tunnel

b)

naald

c)

orkaan

d)

bril

9.

Je moet een gegeven paard niet in de ...........kijken

a)

kont

b)

ogen

c)

bek

d)

hoefijzers

10.

De eerste klap is een ............waard

a)

fortuin

b)

daalder

c)

tweede

d)

ruzie

11.

Wie zijn gat brandt, moet op de ............zitten

a)

blaren

b)

billen

c)

planken

d)

bladeren

12.

Ieder huisje heeft zijn .............

a)

muisje

b)

kluisje

c)

pluisje

d)

kruisje

13.

Als er één .............over de dam is, volgen er meer

a)

kip

b)

koe

c)

paard

d)

schaap

14.

Beter één .............in de hand dan tien in de lucht

a)

ballon

b)

vlieger

c)

vogel

d)

wolk

15.

Na regen komt ...............

a)

geluk

b)

nattigheid

c)

droogte

d)

zonneschijn

16.

Oost, west, ..........best

a)

noord

b)

zuid

c)

thuis

d)

oogst

17.

Waar ............is, is vuur.

a)

hout

b)

een kachel

c)

rook

d)

water

18.

Een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde ............

a)

paal

b)

boom

c)

muur

d)

steen

19.

Wat de boer niet kent, dat ............hij niet

a)

zaait

b)

oogst

c)

vreet

d)

gelooft

20.

Hoge ...............vangen veel wind

a)

huizen

b)

bomen

c)

torens

d)

bruggen