wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 2 - alles van de toets

Total questions: 36

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de plaats van de 5 in het getal 3541,78

a)

duizendtallen

b)

honderdtallen

c)

tientallen

d)

tienden

e)

honderdsten

2.

Wat is de plaats van de 5 in het getal 3841,58

a)

duizendtallen

b)

honderdtallen

c)

tientallen

d)

tienden

e)

honderdsten

3.

Wat is de waarde van de 5 in het getal 3581,49

(a)  

4.

Wat is de waarde van de 5 in het getal 7981,45

(a)  

5.

Hoeveel decimalen heeft het getal 6,3

a)

1

b)

2

c)

3

6.

Vanaf welk getal moet je naar boven afronden?

(a)  

7.

Rond 6,4 af op een heel getal

a)

6

b)

7

8.

Rond 8,7 af op een heel getal

a)

8

b)

9

9.

Rond 7,3 af op een heel getal

(a)  

10.

Rond 1,6 af op een heel getal

(a)  

11.

Rond 4,52 af op 1 decimaal

a)

4

b)

4,5

c)

4,6

d)

5

12.

Rond 7,58 af op 1 decimaal

a)

7

b)

7,5

c)

7,6

d)

8

13.

Rond 4,91 af op 1 decimaal

(a)  

14.

Rond 2,75 af op 1 decimaal

(a)  

15.

Rond 3,827 af op 2 decimalen

a)

3,80

b)

3,82

c)

3,83

d)

3,90

16.

Rond 8,251 af op 2 decimalen

a)

8,20

b)

8,25

c)

8,26

d)

8,30

17.

Rond 6,539 af op 2 decimalen

(a)  

18.

Rond 3,582 af op 2 decimalen

(a)  

19.

Afronden met geld

€ 2,56

a)

2,50

b)

2,55

c)

2,60

20.

Afronden met geld

€ 2,53

a)

2,50

b)

2,55

c)

2,60

21.

Afronden met geld

€ 2,58

a)

2,50

b)

2,55

c)

2,60

22.

Afronden met geld

€ 2,52

a)

2,50

b)

2,55

c)

2,60

23.

Hoe schrijf je 2,5 duizend

a)

2,5000

b)

25000

c)

2,500

d)

2500

24.

Hoe schrijf je 8 miljoen

a)

8000000

b)

800000

c)

80000

d)

8000

25.

Hoe schrijf je 7,5 miljoen

a)

75000000

b)

7500000

c)

750000

d)

75000

26.

schrijf 12,5 duizend

(a)  

27.

schrijf 2,5 miljoen

(a)  

28.

schrijf 4,25 miljoen

(a)  

29.

Groter, kleiner of gelijk


3 ... 5

a)

>

b)

<

c)

=

d)

^

30.

Groter, kleiner of gelijk


6 ... 4

a)

>

b)

<

c)

=

d)

^

31.

Groter, kleiner of gelijk


6+2 ... 4+4

a)

>

b)

<

c)

=

d)

^

32.

Groter, kleiner of gelijk


5,1 ... 5,7

a)

>

b)

<

c)

=

d)

^

33.

Groter, kleiner of gelijk


8,6 ... 8,3

a)

>

b)

<

c)

=

d)

^

34.

Groter, kleiner of gelijk


9,5 ... 9,50

a)

>

b)

<

c)

=

d)

^

35.

Reken uit wat hoeveel 7 sinaasappels kosten.

Geef alleen het eindantwoord.

(a)  

36.

Reken uit hoeveel 15 sinaasappels kosten.

Geen alleen het eindantwoord.

(a)