wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk h4 Opschudding in de Nederlanden

Total questions: 23

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Welke van deze punten had Maarten Luther geen kritiek op?

a)

Het verkopen van aflaten

b)

De rijkdom binnen de kerk

c)

Dat het gewone volk ook de Bijbel kon lezen

d)

Dat priesters zich niet aan de regels hielden

2.

Welke stelling over Filips II is FOUT?

a)

Hij was de zoon van Karel V

b)

Hij vervolgde Rooms-katholieken

c)

Hij bestuurde zonder advies van de edelen

d)

Er was een economische crisis in de Nederlanden onder zijn bewind

3.

Wat zie je op deze afbeelding?

a)

Kerkendonder

b)

Beeldenstorm

c)

Bliksemraad

d)

Verwoestingsgolf

4.

Wie stuurde Filips II naar de Nederlanden na de Beeldenstorm?

a)

De hertog van Alva

b)

De hertog van Andalusië

c)

De graaf van Madrid

d)

De heer van Mechelen

5.

Hoe noemt men het lange conflict tussen de Nederlandse bevolking en de Spaanse Kroon in de 16de-17de eeuw?

a)

Dertigjarige Oorlog

b)

Veertigjarige Oorlog

c)

Tachtigjarige Oorlog

d)

Honderdjarige Oorlog

6.

Wie was de grote bezieler van de opstand tegen de Spanjaarden?

a)

Filips II

b)

Antoon van Bourgondië

c)

Willem van Oranje

d)

Maximiliaan van Oostenrijk

7.

Hoe noemen we een land waarvan het staatshoofd op een of andere manier wordt verkozen?

a)

Republiek

b)

Monarchie

c)

Keizerrijk

d)

Dictatuur

8.

De leer van Calvijn kreeg veel aanhang in ...

(a)  

9.

De landsheer benoemde een plaatsvervanger voor elk gewest, een ...

(a)  

10.

Wat is de juiste volgorde van deze gebeurtenissen?

a)

- Filips II wordt landsheer

- Het Bloedplakkaat wordt ingevoerd

- Het Smeekschrift wordt aangeboden

- Karel V wordt landsheer

b)

- Het Bloedplakkaat wordt ingevoerd

- Karel V wordt landsheer

- Het Smeekschrift wordt aangeboden

- Filips II wordt landsheer

c)

- Karel V wordt landsheer

- Het Smeekschrift wordt aangeboden

- Filips II wordt landsheer

- Het Bloedplakkaat wordt ingevoerd

d)

- Karel V wordt landsheer

- Het Bloedplakkaat wordt ingevoerd

- Filips II wordt landsheer

- Het Smeekschrift wordt aangeboden

11.

Een overleg tussen alle gewesten heette de ...

(a)  

12.

Wat voor titel had Margareta van Parma?

a)

Koningin

b)

Stadhouder

c)

Landvoogdes

d)

Landsvervanger

13.

Welk Spaanse beleid werd alleen maar strenger onder Filips II? (2 juiste antwoorden)

a)

Centralisatie

b)

Particularisme

c)

Inquisitie

d)

Privileges

14.
Wie waren er verantwoordelijk voor de Beeldenstorm?
a)
Protestanten
b)
Katholieken
c)
priesters
d)
Beverwijkers
15.
Wie legde Willem voor eeuwig het zwijgen op?
a)
Balthasar Gerards
b)
Filips II
c)
Karel V
d)
de paus
16.
Wie volgde Willem op als leider van de opstand tegen de Spanjaarden?
a)
Maurits van Nassau
b)
Frederik Hendrik van Nassau
c)
Adolf van Nassau
d)
Koning Willem Alexander
17.
Welke stad werd door de Watergeuzen veroverd op 1 april 1572?
a)
Den Briel
b)
Delft
c)
Amsterdam
d)
Beverwijk
18.

Wat is de juiste volgorde:

a)

hagenpreek - beeldenstorm - komst alva - smeekschrift

b)

hagenpreek - smeekschrift - komst alva - beeldenstorm

c)

komst alva - smeekschrift - beeldenstorm - hagenpreek

d)

smeekschrift - hagenpreek - beeldenstorm - komst alva

19.

Welk deel van de Nederlanden kozen uiteindelijk de kant van Filips II / de Spanjaarden?

a)

Noordelijke Nederlanden

b)

Zuidelijke Nederlanden

20.

Uit hoeveel gewesten bestond de nieuw onafhankelijk geworden Republiek der Nederlanden?

a)

7

b)

9

c)

12

d)

17

21.

Filips II wilde dat iedereen katholiek was, maar wat wilde Willem van Oranje?

a)

Hij wilde dat ook

b)

Hij wilde dat iedereen protestant was

c)

Hij wilde godsdienstvrijheid

d)

Hij wilde geen geloof meer

22.

Wie of wat waren de Watergeuzen?

a)

Protestantse opstandelingen vanaf zee

b)

Katholieke opstandelingen vanaf zee

c)

Protestantse opstandelingen vanaf land

d)

Katholieke opstandelingen vanaf zee

23.
Is de tekenaar van deze afbeelding een voorstander of tegenstander van Maarten Luther?
a)
Voorstander
b)
Tegenstander