wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

LJ1 - klimaat

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wat is stijgingsregen ?

a)

Regen die stijgt

b)

Regen die door opstijgende warme lucht ontstaat

c)

Wolken die langs een berg komen en moeten stijgen

d)

Stijgende lucht door de botsing van warme en koude lucht

2.
Wat is een tropisch klimaat  ?
a)
warm maar 's nachts heel koud.
b)
koude gebieden met veel regen.
c)
warme gebieden, met heel veel zon.
d)
gebieden met warme lucht, die rond de evenaar liggen. en waar veel regen valt
3.

Wat is een woestijnklimaat ?

a)

een gebied waar het nooit regent en waar geen planten groeien.

b)

een gebied waar het nooit regent en veel planten groeien

c)

een gebied waar planten kunnen groeien en waar het soms regent

d)

een gebied waar het zo droog is dat er geen planten kunnen groeien, en waar het soms jaren niet regent en dan opeens heel veel.

4.
Wat is stuwingenregen ?
a)
lucht met vocht die moet stijgen om langs een berg te gaan en dan begint het te regenen  
b)
lucht die de regen weg duwt
c)
wolken die weg waaien
d)
lucht met vocht die moet dalen om van een berg af te gaan het begint de te regenen
5.
Wat is de betekenis van Atmosfeer?
a)
De luchtlaag om de aarde
b)
De luchtlaag om de maan
c)
De luchtlaag op de grond
d)
De luchtlaag rond de zon
6.

Wat betekent weer?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

b)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment.

c)

De temperatuur op een bepaalde plek.

d)

Alle vormen van regen en wind bij elkaar.

7.

Wat zijn de 3 belangrijkste kenmerken van weer?

a)

Neerslag, wind en water.

b)

Neerslag, water en temperatuur.

c)

Neerslag, temperatuur en wind.

d)

Temperatuur, wind en water.

8.

Wat betekent klimaat?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 10 jaar.

b)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

c)

Het gemiddelde weer over een periode van 50 jaar.

d)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment.

9.

De foto is een voorbeeld van...

a)

stijgingsneerslag

b)

stuwingsneerslag

c)

frontale neerslag

10.

Wat is een aanlandige wind voor Nederland?

a)

westenwind

b)

oostenwind

c)

zuidoostelijke wind

d)

noordoostelijkewind

11.

Breedteligging is de afstand van een plaats of gebied tot aan de Evenaar (in graden)

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Op lage breedte is het warmer dan op hoge breedte.

Dit komt doordat zonnestralen een kleinere afstand hoeven af te leggen & ze een kleiner oppervlakte hoeven te verwarmen (dan op hoge breedte).

a)

Juist

b)

Onjuist

13.
Waar is het verschil in seizoenen het grootst?
a)
Marokko
b)
Noorwegen
c)
Nederland
d)
Spanje
14.
Waardoor is het bij de polen kouder?
a)
Zonnestralen vallen loodrecht in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is kleiner 
b)
Zonnestralen vallen schuiner in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is kleiner  
c)
De zonnestralen vallen schuiner in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is groter 
d)
De zonnestralen vallen loodrecht in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is groter
15.

Deze klimaatdiagram laat een plaats zien op het ...

a)

Noordelijk halfrond

b)

Zuidelijk halfrond

16.

In een klimaatgrafiek zien we drie gegevens. Welke zijn dat?

a)

Jaren, Temperatuur en wind

b)

Jaren, Temperatuur en Neerslag

c)

Maanden, Neerslag en Wind

d)

Maanden, Temperatuur en Neerslag

e)

Temperatuur, Neerslag en Wind

17.

Bij een hogedrukgebied daalt de lucht

a)

goed

b)

fout

18.

Aan de ....?.... van een gebergte ontstaat .... ? .....

a)

Loefzijde, stuwingsneerslag

b)

Loefzijde, stijgingsneerslag

c)

Lijzijde, stuwingsneerslag

d)

Lijzijde, stijgingsneerslag

19.

Wat betekent de hoofdletter A?

a)

Droog klimaat

b)

Tropisch klimaat

c)

Savanneklimaat

d)

Zeeklimaat

20.

Wat betekent de hoofdletter B?

a)

Droog klimaat

b)

Landklimaat

c)

Poolklimaat

d)

Tropisch klimaat

21.

Wat betekent de hoofdletter C?

a)

Landklimaat

b)

Droog klimaat

c)

Middellandse Zeeklimaat

d)

Zeeklimaat

22.

Wat betekent de hoofdletter D?

a)

Landklimaat

b)

Zeeklimaat

c)

Poolklimaat

d)

Droog klimaat

23.

Wat betekent de hoofdletter E?

a)

Sneeuwklimaat

b)

Toendraklimaat

c)

Poolklimaat

d)

Landklimaat

24.

Welke natuurlijke plantengroei vinden we in een D klimaat?

a)

Naaldbos/taiga

b)

Mossen en lage struikjes

c)

Loofbos

25.

Bij welk klimaat kijken we niet naar temperatuur, maar alleen naar de neerslag of het ontbreken van neerslag?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

26.

Zie bijlage: bij welk klimaatcode van Köppen hoort deze afbeelding?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

27.

Wat geeft de rode lijn aan in een klimaatgrafiek?

a)

Neerslag

b)

Temperatuur

28.

Welke ligging heeft het B klimaat?

a)
b)
c)
29.
De hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken.
a)
A. De zomerstand van de aarde
b)
B. De winterstand van de aarde
c)
C. De zonnewende
d)
D. Invalshoek van de zon
30.
De plek waar de zon recht instraalt en een klein oppervlak verwarmt is de......
a)
Hoge breedte
b)
Lage breedte
31.

De alpenweide ligt bij cijfer 4

a)

Goed

b)

Fout

32.

De naaldboomgordel ligt bij cijfer 1.

a)

Goed

b)

Fout