wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vragen Franse tekst

Total questions: 10

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Het aantal buitenlandse studenten aan Belgische universiteiten is volgens de eerste alinea in tien jaar tijd met 50% gestegen. Wordt in de tekst hiervoor een verklaring gegeven?

Zo nee, antwoord ‘nee’. Zo ja, hoe wordt de toename verklaard?

(a)  

2.

  Waar of niet waar volgens alinea 1 en 2.

1.      Buitenlandse studenten blijven na de afronding van hun studie in België werken.

2.      België verdient veel geld aan buitenlandse studenten.

a)

1 is waar en 2 is niet waar.

b)

2 is waar en 1 is niet waar.

c)

1 en 2 zijn waar.

d)

1 en 2 zijn niet waar.

3.

      Het laten studeren van buitenlandse studenten aan Belgische universiteiten heeft negatieve kanten, waaronder het feit dat ze studeren op kosten van de Belgische staat en na voltooiing van hun opleiding terugkeren naar hun eigen land.

Welke andere negatieve kant wordt in de tekst genoemd?

(a)  

4.

Quel effet positif de la présence des étudiants étrangers aux universités belges n’est pas mentionné dans le texte ?

a)

En vivant en Belgique, les étudiants étrangers stimulent l’économie locale.

b)

Les étudiants belges entrent en contact avec l’étranger sans même devoir voyager.

c)

Les étudiants étrangers contribuent à la réputation internationale des universités belges.

d)

Les universités belges profitent des connaissances des étudiants étrangers.

5.

Hoe dragen de studenten bij aan de lokale economie? Noem 2 dingen.

(a)  

6.

Wat is het verband tussen alinea 2 en 3?

a)

Tegenstellend

b)

Opsommend

c)

Vergelijkend verband

d)

Uitleggend verband

7.

Waar verwijst het woord 'leur' naar? (Alinea 4)

(a)  

8.

Welk verband geeft 'grâce à' aan? (Alinea 4)

(a)  

9.

Serge Jaumain is positief over buitenlandse studenten.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Wat is het doel van de tekst?

a)

Overtuigen

b)

Informeren

c)

Activeren

d)

Amuseren