WorksheetsNederlands grammatica redekundig
Total questions: 16
Worksheet time: 12mins
Afstanden, gewicht en maten kunnen nooit lijdend voorwerp zijn.
Juist
Onjuist
De persoonsvorm is altijd ...
Een werkwoord
Een persoon
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
De persoonsvorm van een zin
Alle werkwoorden in een zin
De persoonsvorm en onderwerp van een zin
Het onderwerp en de persoonsvorm horen bij elkaar. Als de een in meervoud is, is de ander dat ook.
Juist
Onjuist
Wat is de persoonsvorm van de volgende zin:
Zij wil straks de krant lezen.
Zij
wil
de krant
lezen
Wat is de persoonsvorm van de volgende zin:
De stichting verhoogde de huur met vier procent.
De stichting
verhoogde
de huur
vier procent
Wat is de persoonsvorm van de volgende zin:
Maartje gaat met Ine boodschappen doen.
Maartje
gaat
Ine
boodschappen
Wat is het werkwoordelijk gezegde van de volgende zin:
Dat kind zit steeds te giechelen.
Dat kind
zit
zit te giechelen
giechelen
Wat is het werkwoordelijk gezegde van de volgende zin:
De zeeverkenners hebben dit jaar weer meegedaan aan de zeilwedstrijd.
De zeeverkenners
hebben
hebben meegedaan
meegedaan
Het werkwoordelijk gezegde bestaat altijd uit meerdere werkwoorden.
Juist
Onjuist
Wat is het onderwerp van de volgende zin:
Het huis van de buren wordt mogen geverfd.
Het huis
Het huis van de buren
wordt
geverfd
Wat is het onderwerp van de volgende zin:
Wim koopt vanmiddag een boek.
Wim
koopt
een boek
vanmiddag
Wat is het lijdend voorwerp van de volgende zin:
Zij heeft hem een horloge gegeven.
Zij
heeft gegeven
hem
een horloge
Wat is het lijdend voorwerp van de volgende zin:
Die vrachtauto versperde gister de weg.
Die vrachtauto
versperde
gister
de weg
Is de volgende zin juist in zinsdelen verdeeld?
Wij / geven / een mooi cadeau.
Ja
Nee
Is de volgende zin juist in zinsdelen verdeeld?
Na het / zesde uur / mogen / de / leerlingen / naar huis.
Ja
Nee
