wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenvragen H5 India par 1+2 3h/v

Total questions: 34

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

plaats 1 = Delhi ; plaats 7 = Bangalore (leerdoel 2)

a)

juist

b)

onjuist

2.

V = Tharwoestijn en VI = Aravalligebergte (leerdoel 2)

a)

juist

b)

onjuist

3.

rivier e en rivier f (leerdoel 2)

a)

e = Ganges ; f = Indus

b)

e = Brahmaputra ; f = Ganges

c)

e = Ganges ; f = Brahmaputra

d)

e = Indus; f = Brahmaputra

4.

Gebergte VII (leerdoel 2)

a)

West-Ghats

b)

Oost-Ghats

c)

Himalaya

d)

Hoogland van Dekan

5.

zee met de letter b (leerdoel 2)

a)

Arabische zee

b)

Ganges

c)

Golf van Bengalen

d)

Indische Oceaan

6.

Een exploitatiekolonie is een gebied waar kolonisten zich vooral naar toe gaan om daar te gaan wonen. (leerdoel 1 & 12)

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Welke uitspraken zijn juist? (leerdoel 3)

a)

De Britten brachten de grote hoeveelheid vorstendommen onder één bestuur

b)

India was een vestigingskolonie

c)

De Engelse taal overbrugt de verschillende talen in India

d)

In India wonen op de één na grootste moslimbevolking van de wereld

8.

Welke verklaringen zijn er voor de grote culturele verschillen in India? (leerdoel 3)

a)

In het land zijn meerdere talen en godsdiensten.

b)

Toen India een kolonie was van Groot-Brittannië gingen veel mensen uit Europa naar India

c)

Door globalisering zijn er veel verschillende geloven, en gewoonten bijgekomen.

d)

Voordat India bestond waren er veel vorstendommen, deze zijn allemaal samengevoegd tot 1 land.

9.

In India is ongeveer 80% van de bevolking hindoeïstisch (leerdoel 4)

a)

juist

b)

onjuist

10.

Welke taal is de Lingua Franca in India? (leerdoel 5)

a)

Hindi

b)

Brahmanisch

c)

Arabisch

d)

Engels

11.

Welke uitspraken over het Indiase kastenstelsel zijn juist? (leerdoel 7)

a)

Vanaf je geboorte hoor je bij een specifieke kaste

b)

Tijdens je leven kan je van kaste veranderen, als je maar goed leeft.

c)

De Dalits worden ook wel de 'onraakbaren' genoemd.

d)

Vanwege het hindoeïstische geloof en het geloof in wedergeboorte zijn veel Indiërs vegetariër

12.

Welke uitspraken over het kastenstelsel zijn juist? (leerdoel 7)

a)

Hoe lager de kaste, hoe belangrijker je bent volgens het kastenstelsel

b)

Hoe hoger de kaste, hoe hoger het inkomen (over het algemeen)

c)

Het kastenstelsel is officieel afgeschaft in India

d)

Het kastenstelsel is de oplossing voor de grote ongelijkheid in India.

13.

Welke verklaringen over de vorm van deze bevolkingsgrafiek over India in 2017 zijn juist? (leerdoel 8)

a)

Bovenin de grafiek is het smal, omdat de sterfte onder ouderen hoog is in India

b)

Bovenin de grafiek is het smal, omdat de sterfte onder ouderen laag is in India

c)

Onderaan de grafiek is het heel breed, omdat er heel veel kinderen worden geboren in India

d)

Onderaan de grafiek is het minder breed, omdat het aantal kinderen aan het afnemen is in India

14.

Welke uitspraak over de groene druk is juist? (leerdoel 9)

a)

De groende druk is de druk die jongeren uitoefenen op de totale bevolking

b)

De groene druk is de druk die jongeren uitoefenen op de groep werkenden (18-65 jaar)

c)

Een ander woord voor groene druk is demografische druk

15.

Welke bevolkingskenmerken horen bij een arm land? (leerdoel 9 en 10)

a)

levensverwachting is laag

b)

zuigelingensterfte per 1000 geboortes is hoog

c)

geboortecijfer per 1000 inwoners is laag

d)

levensverwachting is hoog

16.

Welke vorm heeft deze bevolkingsgrafiek? (leerdoel 11)

a)

piramide

b)

granaat

c)

urn

17.

In welk land is er sprake van ontgroening (aandeel jongeren neemt af) en vergrijzing (aandeel ouderen neemt toe)? (leerdoel 11)

a)

India

b)

China

18.

Tussen India en Pakistan is er veel strijd om de provincie Kashmir. Welke oorzaak is te zien in de afbeelding? (leerdoel 4)

a)

Kashmir is grotendeels Hindoeïstisch, terwijl Pakistan vooral islamitisch is.

b)

In Kashmir spreken ze vooral Tibataans, terwijl de rest van India een andere taal spreekt

c)

Kashmir kent een grote islamitische minderheid

d)

In Kashmir is de meerderheid islamitisch terwijl de rest van India dat niet is.

19.

India was een vestigingskolonie, omdat .. (leerdoel 12, 13)

a)

Britten naar India toe gingen om zich permanent te vestigen

b)

De Britten naar India gingen om daar thee, katoen en jutte te verbouwen

c)

De mensen in India katoen, jutte en thee moesten verbouwen voor de Britten

d)

India was helemaal geen vestigingskolonie

20.

Bij de evenaar stijgt warme lucht op door opwarming van het aardoppervlak. Aan de grond ontstaat daarom een lagedrukgebied (leerdoel 21).

a)

juist

b)

onjuist

21.

De noordoostmoesson is een passaat (leerdoel 15)

a)

juist

b)

onjuist

22.

Welke type neerslag valt er in India? Meerdere antwoorden goed. (leerdoel 19)

a)

Stijgingsregen

b)

Stuwingsregen

c)

Frontale regens

23.

De afbeelding laat zien dat de wind van land naar zee stroomt. Dat heet aflandige wind. (leerdoel 15)

a)

juist

b)

onjuist

24.

Bij de evenaar stijgt warme lucht op door opwarming van het aardoppervlak. Wat voor type neerslag ontstaat dan in dit gebied? (leerdoel 19)

a)

stuwingsregen

b)

stijgingsregen

c)

passaatregen

d)

sneeuw

25.

Hoe heet de overheersende wind die tussen de evenaar en de 30 graden NB waait? (leerdoel 20)

a)

Passaat

b)

Westenwinden

c)

Zuid-west moesson

d)

regenschaduw

26.

In het kaartje geven de pijlen de wind aan.

Je ziet hier een situatie waarbij de wind voor veel neerslag zorgt (leerdoel 15, 19, 20)

a)

juist

b)

onjuist

27.

De afbeelding laat de overheersende wind in de zomer zien. (leerdoel 15, 19, 20)

a)

juist

b)

onjuist

28.

Het lagedrukgebied bevindt zich boven de Arabische Zee/Indische Oceaan (leerdoel 21)

a)

juist

b)

onjuist

29.

Welk klimaat vind je in het noorden van India? (leerdoel 14 en 18)

a)

EH (Hooggebergteklimaat)

b)

Af (Tropisch regenwoudklimaat met hele jaar neerslag)

c)

BS (Steppe)

d)

Dw (landklimaat met een droge winter)

30.

Welke uitspraken over klimaat in India zijn juist (leerdoel 14 en 19)

a)

In het zuiden langs de kust van India vind je A-klimaten.

b)

Verklaring voor de ligging van de A-klimaten in India is de lage breedteligging

c)

De Gangesvlakte heeft een C-klimaat

d)

Het Hoogland van Dekan heeft een EH-klimaat

31.

Wat is de verklaring voor de ligging van de woestijn in het noordwesten (Tharwoestijn)? (leerdoel 2 en 19)

a)

Hoogteligging, want het is daar koud

b)

Breedteligging, want daardoor is het daar warm

c)

Het ligt in de regenschaduw van een berg

d)

Het ligt aan de loefzijde van een berg

32.

Welke antwoorden over overstromingen van de rivier de Ganges zijn juist? (leerdoel 17)

a)

Door het regenseizoen in de winter

b)

Door stuwingsregen stroomt het water van de bergen naar de rivieren

c)

Door stijgingsregen, waarvan het water naar de rivieren stroomt

d)

Door klimaatsverandering is het droger geworden en stroomt de rivier niet meer over

33.

Welke twee antwoorden zijn juist over de Wet van Buijs Ballot? (leerdoel 20)

a)

Wind waait altijd van een hogedruk- naar een lagedrukgebied

b)

Wind waait altijd van een lagedruk- naar een hogedrukgebied

c)

Wind krijgt op het noordelijk halfrond een afwijking naar rechts (met de wind in de rug)

d)

Wind krijgt op het noordelijk halfrond een afwijking naar links (met de wind in de rug)

34.

Waardoor verplaatst de ITCZ zich gedurende het jaar tussen het zuidelijk en noordelijk halfrond? (leerdoel 23)

a)

Door de draaiende wind

b)

Door de stand van de zon die verandert gedurende het jaar

c)

Door de draaiing van de aarde om haar eigen as

d)

Door de stand van de maan die verandert ten opzichte van de aarde