Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling stroom week 46/47

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

De spanning wordt uitgedrukt in ?

a)

Spanning

b)

Ampere

c)

Stroom

d)

Volt

2.

Een stroom van 10 ampère schrijven wij als ?

a)

10mA

b)

10Am

c)

10 A

d)

10 m

3.

In formules geven we de weerstand aan met de letter:

a)

R

b)

r

c)

V

d)

A

4.

In de wet van Ohm schrijven wij voor de spanning de letter:

a)

R

b)

A

c)

V

d)

U

5.

In de wet van Ohm schrijven wij voor de stroom de letter:

a)

R

b)

A

c)

V

d)

I

e)

U

6.

In de wet van Ohm schrijven we voor de weerstand de letter:

a)

R

b)

A

c)

V

d)

U

7.

Om het vermogen te berekenen gebruiken wij de formule:

a)

U=I.R

b)

I=U.R

c)

P=u.I

d)

U=P.I

8.

je ziet hier een schakeling. Wat wijst het pijltje aan?

a)

Batterij

b)

krokodillen tangen

c)

schakelaar

d)

gebroken draad

9.

Wanneer kan er in een stroomkring stroom lopen?

a)

Als het rode draad in de plus kant zit en het zwarte draad in de min kant

b)

Als er genoeg isolatoren in de stroomkring zitten

c)

Alleen als de stroomkring gesloten is

d)

Alle drie de antwoorden zijn juist

10.
Wat betekent het volgende symbool?
a)
Lampje
b)
Batterij
c)
Schakelaar
d)
Meter
11.
Welke eenheid hoort bij spanning?
a)
Ampère
b)
Watt
c)
Wattuur
d)
Volt
12.

Om het vermogen te berekenen gebruiken wij de formule:

a)

U=I.R

b)

I=U.R

c)

P=u.I

d)

U=P.I

13.

De eenheid van stroomsterkte is?

a)

Stroom

b)

Electriciteit

c)

Spanning

d)

Amère

14.

Wat zijn electronen?

a)

De hoeveelheid energie die elektronen mee krijgen

b)

Electrische deeltjes die energie vervoeren

c)

Het aantal elektronen dat per seconde door de stroomkring gaat