wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

taalverzorging h2

Total questions: 33

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de pv: Mijn vader viert zijn verjaardag morgen.

a)

Mijn vader

b)

viert

c)

zijn

d)

morgen

2.

Wat is de pv: Hebben jullie veel pepernoten gegeten?

a)

Hebben

b)

jullie

c)

pepernoten

d)

gegeten

3.

Wat is de pv: Ik help jou altijd op vrijdag.

a)

Ik

b)

help

c)

jou

d)

op vrijdag

4.

Wat is de pv: Ik doe altijd mijn best tijdens toetsen.

a)

mijn best

b)

toetsen

c)

doe

d)

Ik

5.

Wat is de pv: Wie brengt de post naar de brievenbus?

a)

Wie

b)

brengt

c)

de post

d)

de brievenbus

6.

Wat is de pv: Waarom zijn bananen krom?

a)

krom

b)

zijn

c)

bananen

d)

Waarom

7.

Wat is de pv: Wij zijn op tijd naar huis gegaan.

a)

naar huis

b)

wij

c)

gegaan

d)

zijn

8.

Wat is de pv: Volgende week ga ik met mijn vriendin naar de bios.

a)

ga

b)

ik

c)

mijn vriendin

d)

week

9.

Wat is de pv: Ik wil ook wel eens een film in de klas kijken.

a)

ik

b)

wil kijken

c)

wil

d)

in de klas

10.

Wat is de pv: Daisy gaat iets aardigs zeggen.

a)

Daisy

b)

zeggen

c)

aardigs

d)

gaat

11.

Dat moeten we altijd dragen

a)

we

b)

dragen

c)

moeten

12.

Hou__ mijn jas even vast!

a)

d

b)

dt

c)

t

13.

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.

Ik ____________ 45 jaar.

a)

wordt

b)

word

c)

wort

14.

Draag_ je vader altijd een das?

a)

t

b)

-

c)

dt

15.

Vin__ jij het boek interessant?

a)

t

b)

d

c)

dt

16.

In de winter is het soms spekgla... op de weg.

a)

t

b)

d

c)

dt

17.

Op de kaar... staat aangegeven waar de schat ligt.

a)

t

b)

d

c)

dt

18.

Ik vind dat je die presentatie uitsteken... hebt gedaan.

a)

t

b)

d

c)

dt

19.

Een luipaar... is een groot carnivoor.

a)

t

b)

d

c)

dt

20.

Heb je gevraag... of je wat later thuis mag komen?

a)

t

b)

d

c)

dt

21.

De vluchtelingen komen in opstan... tegen de slechte leefomstandigheden.

a)

t

b)

d

c)

dt

22.

Hij vist een drijven... stuk hout uit het water.

a)

t

b)

d

c)

dt

23.

In Londen staat een prachtig reuzenra... .

a)

t

b)

d

c)

dt

24.

Ik zie het verdrie... in zijn ogen.

a)

t

b)

d

c)

dt

25.

Waarop eindigt de ik-vorm nooit?

Let op! 2 antwoorden goed

a)

op een v

b)

op een k

c)

op een z

d)

op een t

26.

Een werkwoord kan alleen in de ik-vorm staan als er een 'ik' in de zin staat.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Bewijzen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

28.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Bijten

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

29.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Blijven

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

30.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Luisteren

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

31.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Plukken

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

32.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Proeven

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

33.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


wandelen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij