wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2h Voeding en vertering

Total questions: 39

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Twee uitspraken:

Mies zegt: Gal wordt gemaakt in de galblaas.

Marit zegt: De enzymen uit de alvleesklier helpen bij de vertering van eiwitten, koolhydraten en vetten.


Wie heeft gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Mies heeft gelijk

c)

Marit heeft gelijk

d)

Beide ongelijk

2.

Hoe heet onderdeel 1?

(a)  

3.

Bij welk nummer komen darmplooien en vlokkken voor?

(a)  

4.

Welk nummer geeft de huig aan?

(a)  

5.

Welke voedingsstoffen moeten verteerd worden?

a)

Water, eiwitten en vetten

b)

Vetten, eiwitten en koolhydraten

c)

Water, mineralen en viramines

d)

Koolhydraten, vetten en water

e)

Koolhydrate, eiwitten en water

6.

Menno zegt: Wanneer je je anus-kringspier aanspant ga je poepen.

Annie zegt: De dikke darm bevat veel bacterien die helpen bij de afbraak van plantaardig materiaal.


Wie heeft gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Menno heeft gelijk

c)

Annie heeft gelijk

d)

Beide ongelijk

7.

De enzymen in maagsap zijn bedoeld voor de vertering van:

a)

Eiwitten

b)

Vetten

c)

Koolhydraten

d)

Mineralen

e)

Water

8.

Deze kies van een planteneter is een ...

a)

Knobbelkies

b)

Plooikies

c)

Knipkies

9.

De gibbon is een ...

a)

Carnivoor

b)

Herbivoor

c)

Omnivoor

10.

Welk type broodbeleg zou je adviseren om je darmen optimaal te laten werken?

(a)  

11.

Donny zegt: Gal is een enzym.

Ben zegt: Gal verteert vetten.


Wie heeft gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Donny heeft gelijk

c)

Ben heeft gelijk

d)

Beide ongelijk

12.

De twee belangrijkste brandstoffen (energierijke stoffen) zijn vetten en ...

(a)  

13.

Hoe heet de kringspier (A) op het einde van de maag?

(a)  

14.

Welk orgaan is 6?

(a)  

15.

Op welke van onderstaande plaatsen worden enzymen afgegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

5

e)

9

16.

Vitamines, mineralen en water zijn voedingsmiddelen?

a)

Goed

b)

Fout

17.

Wat is de functie van mineralen?

a)

Brandstof

b)

Bouwstof

c)

Beschermende stof

d)

Reservestof

18.

Hoe heet onderdeel 3?

(a)  

19.

Welk orgaan is 12?

(a)  

20.

Om bepaalde eiwitten aan te tonen kan Biureet-reagens gebruikt worden. Biureet-reagens kleurt blauw/paars als de bepaalde eiwitten zich bevinden in het onderzochte product. Voordat Biureet-reagens kan worden toegevoegd, moet het product eerst zo goed mogelijk worden opgelost in water. Als de wateroplossing met het te onderzoeken product na enige tijd blauw/paars kleurt, kan aangenomen worden dat de bepaalde eiwitten in het product voorkomen.


Hoe noemen we zo'n aantoonstof?

(a)  

21.

Welke van onderstaande stoffen zijn beschermende stoffen?

a)

Vitamines

b)

Eiwitten

c)

Zetmeel

d)

Mineralen

e)

Vetten

22.

Marja zegt: De speekselklieren geven verteringssappen af die zetmeel en eiwitten verteren.

Ginny zegt: Het oppervlak van de wand van een deel van het darmkanaal is vergroot door darmplooien en darmvlokken.


Wie heeft gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Marja heeft gelijk

c)

Ginny heeft gelijk

d)

Beide ongelijk

23.

De maag van een koe bestaat uit verschillende delen. De overige delen van het verteringskanaal hebben dezelfde namen als bij de mens.

In de tekst staat dat methaan het verteringskanaal van de koe verlaat via boeren en winden.

Passeert dit gas dan de endeldarm? En passeert dit gas dan de slokdarm?

a)

wel de endeldarm, maar niet de slokdarm

b)

niet de endeldarm, maar wel de slokdarm

c)

zowel de endeldarm als de slokdarm

24.

Rauw vlees, vooral van kippen en varkens, kan besmet zijn met ziekteverwekkende bacteriën zoals Salmonella en Campylobacter. Als deze

bacteriën in het verteringskanaal terechtkomen, kunnen ze onder andere diarree veroorzaken. Bij diarree is de ontlasting dun en waterig doordat de onverteerde resten niet genoeg zijn ingedikt.


Hoe heet het deel van het verteringskanaal waarin onverteerde resten worden ingedikt?

(a)  

25.

Een vegetarier eet geen vlees. Welke voedingsstof zal een vegetarier via andere voedingsmiddelen moeten binnenkrijgen om voldoende bouwstoffen voor zijn spieren binnen te krijgen?

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Vetten

d)

Mineralen

26.

De lever wordt aangegeven met letter

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

27.

Uit het gebit van een dier kan afgeleid worden wat voor soort voedsel zo’n dier vooral eet.

Wat voor soort voedsel zal Bèr vooral gegeten hebben?

a)

vooral plantaardig voedsel

b)

vooral dierlijk voedsel

c)

zowel plantaardig als dierlijk voedsel

28.

Pim eet ’s morgens om 8 uur zijn ontbijt.

Hoeveel uur later zullen er op zijn vroegst onverteerde resten uit dit ontbijt terug te vinden zijn in de ontlasting van Pim, volgens de gegevens uit de afbeelding?

(a)  

29.

Welke letter geeft het type kies aan dat een kat heeft?

a)

Q

b)

R

c)

S

30.

Veel koolsoorten bevatten vezels. Koolhydraten in die vezels worden door menselijke enzymen in het verteringskanaal niet verteerd. Bacteriën in het verteringskanaal breken deze onverteerbare koolhydraten wel af.


In welk deel van het verteringskanaal komen veel bacteriën voor die onverteerbare resten afbreken?

a)

in de dikke darm

b)

in de dunne darm

c)

in de twaalfvingerige darm

31.

Soms kan een patiënt na een tracheotomie (= het aanbrengen van een buisje (tracheacanule) in de luchtpijp via een snede in de hals van de patiënt) niet goed zelf eten. Er wordt dan vloeibare voeding toegediend door een slangetje via de neus en de slokdarm.

Welke letter in de afbeelding geeft een plaats aan waar zo’n slangetje zich dan bevindt?

a)

P

b)

Q

c)

R

32.

Een van de gevolgen van levercirrose is dat er minder gal vanuit de lever via de galbuis naar het verteringskanaal wordt afgevoerd. Hierdoor worden vetten uit het voedsel mindegoed door verteringsenzymen afgebroken.


In welk deel van het verteringskanaal komt de galbuis uit?

a)

in de maag

b)

in de 12-vingerige darm

c)

in de dikke darm

d)

in de endeldarm

33.

Je kauwt op een stuk voedsel met daarin eiwitten, koolhydraten en vetten.


Welk(e) van deze voedingsstoffen worden in de mond al deels verteerd?

a)

eiwitten

b)

vetten

c)

koolhydraten

34.

Varkens eten naast plantaardig voedsel ook dierlijk voedsel.


Hebben varkens knip-, knobbel- of plooikiezen?

a)

Knipkiezen

b)

Knobbelkiezen

c)

Plooikiezen

35.

In een proefopstelling staan 4 reageerbuizen. Buis 1 en 2 staan bij 37 graden Celsius. Buis 3 en 4 bij 20 graden Celsius.

De buizen bevatten het volgende:


1: zetmeeloplossing + maagsap

2: zetmeeloplossing + speeksel

3: zetmeeloplossing + maagsap

4: zetmeeloplossing + speeksel


Welke buis zal na een tijdje het minste zetmeel bevatten?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

36.

Paarden besteden ongeveer 16 uur per dag aan het zoeken van plantaardig voedsel. Hoe noem je dit gedrag?

(a)  

37.

In dit kerstdiner zijn verschillende voedingsstoffen terug te vinden. Noem één voedingsstof op die zonder vertering door de darmwand opgenomen kan worden in het bloed.

(a)  

38.

Maagsap is heel zuur. Als maagsap aan het voedsel wordt toegevoegd, wat gebeurt er dan met de zuurgraad?

a)

De zuurgraad daalt.

b)

De zuurgraad stijgt.

c)

De zuurgraad blijft gelijk.

39.

Welke spieren zijn betrokken bij de peristaltische bewegingen?

a)

Kringspieren

b)

Lengtespieren