wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quizkunde

Total questions: 83

Worksheet time: 42mins

Name
Class
Date
1.

De '5' in de foto is waard:

a)

50

b)

500

c)

5000

d)

50000

2.

Kies uit kleiner dan of groter dan op de lege plek:

65 is ................. 56

a)

kleiner dan

b)

groter dan

3.

Kies de beweringen die waar zijn.

(er kunnen meer waar zijn)

a)

In New York wonen de meeste mensen

b)

In Mexico-stad wonen minder dan tien miljoen mensen

c)

In Parijs wonen meer dan tien miljoen mensen

d)

Het verschil in aantal inwoners tussen New York en Mexico-stad is ongeveer 300.000 inwoners

4.

De som van 6 en 7 is:

a)

12

b)

13

c)

14

d)

15

5.

Het product van 3 en 4 is:

a)

1

b)

7

c)

12

d)

15

6.

Het verschil van 11 en 3 is:

a)

14

b)

7

c)

8

d)

33

7.

Jessie koopt een spelcomputer ter waarde van €350. Hij koopt ook twee spellen van €25 per stuk. Hoeveel moet hij totaal betalen?

a)

€300

b)

€350

c)

€400

d)

€450

8.

Je ziet hier het rapport van Anouk. Welk afgerond cijfer krijgt zij op wiskunde?

a)

Een 7

b)

Een 8

c)

Een 9

9.

Hier een stukje van het rapport van Chayenna. Welk afgerond cijfer krijgt zij op wiskunde?

a)

Een 8

b)

Een 9

c)

Een 7

d)

Een 6

10.

Rond af op 2 decimalen:

13,456

a)

13,5

b)

13,45

c)

13,5

d)

13,46

11.

Rond af op 2 decimalen:


3,576

a)

3,57

b)

3,58

c)

3,5

d)

3,6

12.

Je ziet hier enkele prijzen van brandstof. Welke beweringen zijn waar? (meerdere zijn mogelijk)

a)

LPG is het goedkoopst

b)

Benzine kost afgerond op twee decimalen €1,66

c)

Diesel kost afgerond op 2 decimalen €1,30

d)

LPG kost afgerond op 2 decimalen €0,78

e)

Benzine is het duurst

13.

Wat hier op de foto staat is:

a)

fout

b)

goed

14.

Welke waarde heeft het getal 3 in 654321, 78 ?

a)

3

b)

30

c)

300

d)

3000

e)

30000

15.

Als je 3 en een half miljoen in cijfers wil schrijven krijg je:

a)

35 000

b)

350 000

c)

3 500 000

d)

35 000 000

e)

35 000 000 000

16.

Het getal 0,16 kun je schrijven als breuk. Welk antwoord of welke antwoorden zijn juist? Vink de goede antwoorden aan.

a)

100/16

b)

8/50

c)

16/100

d)

25/4

e)

4/25

17.

De breuk 37/1000 is gelijk aan:

a)

3,7

b)

0,37

c)

0,037

d)

0,0037

18.

Zet volgend getal met Romeinse cijfers om in een getal met Arabische cijfers. XXXVI

a)

34

b)

36

c)

26

d)

24

19.

Zet volgend getal met Romeinse cijfers om in een getal met Arabische cijfers. DCLVII

a)

667

b)

577

c)

657

d)

567

20.

Zet volgend getal met Romeinse cijfers om in een getal met Arabische cijfers. IV

a)

5

b)

6

c)

4

d)

7

21.

XL

a)

60

b)

80

c)

40

d)

20

22.

Zet volgend getal met Romeinse cijfers om in een getal met Arabische cijfers. XXXVI

a)

34

b)

36

c)

26

d)

24

23.

Zet volgend getal met Romeinse cijfers om in een getal met Arabische cijfers. XXXVI

a)

34

b)

36

c)

26

d)

24

24.

5+5+5=

a)

2x5

b)

3x5

c)

5x3

d)

5x5

25.

6x3

a)

6+6+6

b)

9

c)

3+3+3+3

d)

3+3+3+3+3+3

26.

8x2

a)

2x8

b)

8+2

c)

8+8

d)

2+2

27.

0-4-8-12-16-20-24-28-...

a)

30

b)

32

c)

36

d)

40

28.

7x4

a)

47

b)

82

c)

29

d)

28

29.

0-3-6-9-12-15-18-...

a)

20

b)

21

c)

22

d)

24

30.

10x0

a)

10

b)

100

c)

11

d)

0

31.

4x5

a)

5x4

b)

9

c)

45

d)

25

32.

1+1+1+1+1+1+1

a)

8

b)

1x7

c)

6

d)

7x1

33.

3x10

a)

13

b)

3+3+3

c)

10+10+10

d)

10+10+10+10

34.

0-5-10-15-20-25-30-35-40-...

a)

35

b)

54

c)

50

d)

45

35.

3x4

a)

16

b)

12

c)

7

d)

14

36.

6x7

a)

13

b)

6+7

c)

7x6

d)

7=6

37.

100-90-80-70-...

a)

60-40-30-20

b)

80-90-100

c)

60-50-40-30

d)

0-10-20-30

38.

welke tafel zie je hier?

a)

4+4+4+4

b)

7x4

c)

1x4

d)

20

39.

Alle hoeken van een driehoek zijn samen (a)   graden

40.

Hoek A is (a)   graden

41.

Wat is GEEN hoek?

a)
b)
c)
d)
42.

Zoek de stompe hoek.

a)
b)
c)
d)
43.

Wat is GEEN hoek?

a)
b)
c)
d)
44.

Zoek de rechte hoek.

a)
b)
c)
d)
45.

Zoek de scherpe hoek.

a)
b)
c)
d)
46.

Zoek de rechte hoek.

a)
b)
c)
d)
47.

Zoek de scherpe hoek.

a)
b)
c)
d)
48.

Zoek de scherpe hoek.

a)
b)
c)
d)
49.

Zoek de stompe hoek.

a)
b)
c)
d)
50.

Zoek de rechte hoek.

a)
b)
c)
d)
51.

Dit zijn de eenheden van ...

a)

lengte

b)

oppervlakte

c)

inhoud

d)

gewicht

52.

Klik de grootheden aan.

a)

tijd

b)

gewicht

c)

graden

d)

minuten

e)

inhoud

53.

Omtrek is een ...

a)

lengte

b)

oppervlakte

c)

inhoud

d)

gewicht

54.

Welke vorm heeft het grondvlak van een cilinder?

(a)  

55.

wat past bij deze afbeelding?

a)

4 kg

b)

4 l

c)

4 m

56.

wat past bij deze afbeelding?

a)

1 kg

b)

1 l

c)

1 m

57.

wat past bij deze afbeelding?

a)

23 l

b)

23 euro

c)

23 kg

58.

wat past bij deze afbeelding?

a)

4 uur

b)

4 kilogram

c)

4 liter

59.

wat past bij deze afbeelding?

a)

€ 2

b)

2 l

c)

2 m

60.

wat past bij deze afbeelding?

a)

2 l

b)

€ 2

c)

2 kg

61.

wat past bij deze afbeelding?

a)

10 meter

b)

10 uur

c)

10 liter

62.

wat past bij deze afbeelding?

a)

5 euro

b)

20 graden

c)

16 liter

63.

wat past bij deze afbeelding?

a)

€ 1

b)

2 m

c)

3 kg

64.

wat past bij deze afbeelding?

a)

5 m

b)

5 l

c)

5 kg

65.

hoeveel geld spaarde ik?

a)

3 euro

b)

6 euro

66.

hoeveel geld spaarde ik?

a)

1 cent

b)

2 cent

c)

5 cent

d)

8 cent

67.

hoeveel geld spaarde ik?

a)

1 euro

b)

2 euro

c)

5 euro

d)

7 euro

68.

hoeveel geld spaarde ik?

a)

18 cent

b)

18 euro

69.

hoeveel geld spaarde ik?

a)

13 euro

b)

20 cent

c)

13 euro en 20 cent

70.

hoeveel krijg ik terug?

a)

6 euro

b)

7 euro

c)

13 euro

d)

20 euro

71.

hoeveel krijg ik terug?

a)

2 cent

b)

6 cent

c)

12 cent

d)

20 cent

72.

hoeveel krijg ik terug?

a)

4 euro

b)

5 euro

c)

6 euro

d)

20 euro

73.

1 pak zout

a)

500 g

b)

1 kg

c)

1 ton

d)

1/4 kg

74.

1 pak suikerklontjes

a)

1 ton

b)

1 kg

c)

1/2 kg

d)

250 g

75.

1 pakje smeerboter

a)

500 g

b)

250 g

c)

1 kg

d)

10 kg

76.

1 pak koffie

a)

1 kg

b)

1/2 kg

c)

250 g

d)

1/4 ton

77.

1 zakje aardappelen

a)

5 kg

b)

10 kg

c)

3 kg

d)

3 ton

78.

wat heeft een grafiek?

a)

een grafiek heeft twee assen.

b)

een grafiek heeft een titel.

c)

een grafiek heeft twee assen en een grafiek heeft een titel.

79.

een tabel bestaat uit

a)

rijen

b)

kolommen

c)

rijen en kolommen

80.

een lijngrafiek is een soort

a)

grafiek

b)

tabel

c)

tijdsbalk

81.

In welk jaar werden mannen voor het eerst gemiddeld langer dan 1,80 m?

a)

In 1998

b)

In 1997

c)

In 1991

d)

In 1995

82.

In welk jaar werden vrouwen voor het eerst gemiddeld langer dan 1,67 m?

a)

In 1996

b)

In 1995

c)

In 1998

d)

In 1999

83.

Bekijk de gegevens van de vorige opgave over het aantal bezoekers van twee musea.

In welk jaar was volgens deze gegevens het aantal bezoekers van beide musea samen maximaal?

a)

In 1980

b)

In 2000

c)

In 1990

d)

In 2010