wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3TL Regeling en zintuigen (1)

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welke opmerking over impulsen is juist?

a)

Impulsen laten zintuigen reageren.

b)

Impulsen bevatten informatie over de situatie buiten het lichaam.

c)

Impulsen kunnen ontstaan in zintuigen.

d)

Impulsen gaan altijd naar spieren toe.

2.

Hoe heet nummer 6?

(a)  

3.

Welke uitspraak is waar?

a)

Deze lens is voor iemand die bijziend is; de lens is -

b)

Deze lens is voor iemand die bijziend is; de lens is +

c)

Deze lens is voor iemand die verziend is; de lens is -

d)

Deze lens is voor iemand die verziend is; de lens is +

4.

Twee delen van het oog zijn het hoornvlies en het glasachtig lichaam. Welke delen zijn doorzichtig?

a)

Geen van beide

b)

Hoornvlies

c)

Glasachtig lichaam

d)

Zovel het hoornvlies als het glasachtig lichaam

5.

De prikkel voor je reukzintuig is

(a)  

6.

Welk deel van je hersenen regelt je ademhaling?

a)

Grote hersenen

b)

Kleine hersenen

c)

Hersenstam

7.

Hoe heet onderdeel 2?

(a)  

8.

Geluid komt je oor binnen. In welk rijtje staan de onderdelen die het geluid tegenkomt in de juiste volgorde?

a)

Gehoorgang - trommelvlies - slakkenhuis - gehoorbeentjes

b)

Gehoorgang - trommelvlies - gehoorbeentjes - slakkenhuis

c)

Gehoorgang - gehoorbeentjes - trommelvlies - slakkenhuis

d)

Gehoorgang - gehoorbeentjes - slakkenhuis - trommelvlies

9.

Als je in het vliegtuig zit, krijg je vaak last van pijn in je oor tijdens het landen. Na een paar keer slikken is het vervelende gevoel verdwenen. Dit komt omdat.....

a)

De druk in het oor dan lager is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan bol (naar buiten).

b)

De druk in het oor dan lager is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan hol (naar binnen).

c)

De druk in het oor dan hoger is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan bol (naar buiten).

d)

De druk in het oor dan hoger is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan hol (naar binnen).

10.

In de afbeelding zie je een doorsnede van een deel van een oog.

Iemand met albinisme heeft rode ogen. Dit is het gevolg van het ontbreken van pigment in het deel dat is aangegeven met de letter Q. Je ziet dan de rode kleur van het bloed in dit deel.


Hoe heet Q?

(a)  

11.

Een veel ernstiger afwijking die ook vooral bij oudere mensen voorkomt, is maculadegeneratie of MD. Dit ontstaat als zintuigcellen in de gele vlek afsterven. Hierdoor gaan mensen steeds slechter zien in het midden van het gezichtsveld (zie de afbeelding).

Hoe heten de zintuigcellen die door MD afsterven? En in welke laag van het oog bevinden ze zich?

a)

kegeltjes in het netvlies

b)

kegeltjes in het vaatvlies

c)

staafjes in het netvlies

d)

staafjes in het vaakvlies

12.

In de afbeelding zie je een stukje van de huid.

Welke letter geeft een talgklier aan?

a)

K

b)

L

c)

M

d)

N

13.

Er wordt met een camera een foto gemaakt van een iris. Door het felle flitslicht trekken de kringspieren in de iris zich samen.


Verandert dan de grootte van de pupil?

a)

Nee

b)

Ja, de pupil wordt groter

c)

Ja de pupil wordt kleiner

14.

De pupil wordt kleiner door het samentrekken van spieren in de iris. In de iris bevinden zich kringspieren en lengtespieren.


Door het samentrekken van welke spieren wordt de pupil kleiner?

a)

alleen door het samentrekken van kringspieren

b)

alleen door het samentrekken van lengtespieren

c)

door het samentrekken van kringspieren en door het samentrekken van lengtespieren

15.

In de afbeelding is schematisch weergegeven hoe enkele zenuwcellen impulsen geleiden vanuit de huid naar een spier. De pijlen geven de richting van de impulsen aan.


Treedt als gevolg van deze impulsen een reflex op of een bewuste beweging?

a)

Reflex

b)

Bewuste reactie

c)

Dit zou beide kunnen

16.

Als de urineblaas vol is gaan er impulsen via zenuwen naar het ruggenmerg.Via het ruggenmerg gaan daarna impulsen naar een bepaald gebiedje in de grote hersenen.Vanuit dit gebiedje gaan er impulsen naar het plascentrum in de hersenstam. Dat plascentrum geeft impulsen af, die het plassen op gang brengen. Bij het plassen zijn twee soorten spieren betrokken: de kringspier bij de uitgang van de blaas en de spieren in de blaaswand, die de blaas leegdrukken.


In de afbeelding is een gedeelte van het centrale zenuwstelsel van de mens weergegeven. Het plascentrum ligt in de hersenstam.


Welk cijfer geeft het gedeelte van het centrale zenuwstelsel aan waarin het plascentrum ligt?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

17.

In de wand van de rechter hartboezem bevindt zich de zogenaamde sinusknoop. Deze sinusknoop geeft impulsen af die door uitlopers van zenuwcellen over de hartspier geleid worden. Door deze impulsen trekt het hart samen: eerst de boezems, dan de kamers. Het aantal malen dat het hart per minuut samentrekt wordt het hartritme genoemd.


Worden de impulsen uit de sinusknoop over het hart geleid door uitlopers van bewegingszenuwcellen, van gevoelszenuwcellen of van schakelcellen?

a)

door uitlopers van bewegingszenuwcellen

b)

door uitlopers van gevoelszenuwcellen

c)

door uitlopers van schakelcellen

18.

In de afbeelding hiernaast zie je enkele hormoonklieren in je lichaam.

Welke letter geeft een orgaan aan dat adrenaline maakt?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

19.

Hoe noemen we een elektrisch signaaltje dat van een zintuig af komt?

(a)  

20.

Gemiddeld genomen begint de puberteit bij jongens in Nederland als ze elf jaar zijn. Bij sommige kinderen raakt die ontwikkeling verstoord. Daardoor komen zij eerder in de puberteit, soms al vóór hun achtste jaar. Dit wordt veroorzaakt doordat de hypofyse niet goed werkt.


De afbeelding hieronder is een doorsnede van het hoofd. Welk orgaan geeft de hypofyse aan?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

21.

Hoe noem je het aanpassen van de sterkte van je ooglens?

(a)  

22.

Welke zintuigcellen in het oog werken goed als er veel licht is?

a)

Alleen de staafjes

b)

Alleen de kegeltjes

c)

Zowel de staafjes als de kegeltjes