wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klasse 4 Wiederholung 2021

Total questions: 20

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de superleuke hoofdregel van de normale werkwoorden?

(a)  

2.

Hoe maak je in het Duits ook al weer het gewone voltooide deelwoord?

a)

ge + stam + d

b)

ge + stam + t

c)

ge + stam + dt

3.

Welk van de onderstaande woorden zijn onzijdig?

a)

Kind

b)

Mann

c)

Haus

d)

Mutter

4.

Wat is ook al weer de juiste volgorde bij de naamvallen?

a)

voorzetsels - ontleden - werkwoorden

b)

ontleden - werkwoorden - voorzetsels

c)

voorzetsels - werkwoorden - ontleden

5.

Hoe noemen we de 1e naamval ook wel bij het ontleden?

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

6.

Hoe noemen we de 3e naamval ook wel bij het ontleden?

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

7.

Hoe noemen we de 4e naamval ook wel bij het ontleden?

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

8.

Wat bepaalt de naamval: Ich habe ein Geschenk für dich

a)

voorzetsel

b)

werkwoord

c)

ontleden

9.

Als het bij de keuzevoorzetsels geen plek of beweging is, wat is het dan?

a)

Dan moet je ontleden

b)

Dan krijg je de 7/2-regel

c)

Dan wordt het de 3e naamval

10.

Ich sitze auf dem Stuhl

a)

Plek (3e naamval)

b)

Beweging (4e naamval)

c)

Geen (7/2-regel)

11.

Ich warte auf den Bus

a)

plek (3e naamval)

b)

beweging (4e naamval)

c)

geen (7/2-regel)

12.

Der Ball fällt in das Wasser

a)

plek (3e naamval)

b)

beweging (4e naamval)

c)

geen (7/2-regel)

13.

Was klingt am besten?

a)

Ich sitze in der dritten Klasse

b)

Ich gehe in die dritte Klasse

14.

Was klingt am besten?

a)

Ich bin 13 Jahre alt

b)

Ich habe 13 Jahre alt

c)

Ich wird 13 Jahre alt

15.

Was klingt am besten?

a)

Meine Hobbys sein essen und spielen

b)

Meine Hobbys sind spielen und essen

c)

Meine Hobbys haben spielen und essen

16.

Ich bin gestern ins Kino ..............

a)

gehabt

b)

geworden

c)

gewesen

17.

Wat doe ik als ik een woord niet makkelijk kan uitspreken?

a)

Dan plak ik er een extra 's' tussen

b)

Dan plak ik er een extra 'e' tussen

c)

Dan plak ik er 'en' aan vast op het einde

18.

Welke combinaties zijn juist?

a)

Ich machst

b)

du spielst

c)

wir helfen

d)

ihr habet

19.

Welke combinaties zijn juist?

a)

Ich laufe

b)

sie rettet

c)

wir machst

d)

du laufe

20.

Welke vormen met het werkwoord 'antworten' zijn correct?

a)

Ich antworte

b)

Ich antworten

c)

du antwortst

d)

du antwortest