Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

pathologie zwangerschap en bevalling

Total questions: 20

Worksheet time: 5hrs 32mins

Name
Class
Date
1.

een miskraam vind plaats voor ...... weken.

a)

15

b)

22

c)

20

d)

18

2.

stelling.

bij een volledige miskraam blijft er weefsel achter in de baarmoeder.

a)

juist

b)

onjuist

3.

welke van de onderstaande is niet juist.

bloedverlies tijdens de zwangerschap kan veroorzaakt worden door:

a)

(dreigende) miskraam

b)

scheurtje bij de anus door het persen

c)

(gedeeltelijk) loslaten van de placenta

d)

laag liggende placenta

4.

stelling.

de herstelperiode na een normale bevalling is korter dan die na een keizersnede.

a)

juist

b)

onjuist

5.

hoe heet het maken van een hartfilmpje van het kind?

a)

HCG

b)

ECG

c)

EEG

d)

CTG

6.

welke van de onderstaande zijn alarmsymptomen tijdens de bevalling? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

ruptuur bij het perineum

b)

niet vorderen van de uitdrijving

c)

afwijkend vruchtwater

d)

afwijkend hartritme op het CTG

7.

welke van de onderstaande zijn liggingen van het kind in de baarmoeder? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

stuitligging

b)

dwarsligging

c)

keerligging

d)

stompligging

8.

wat betekent placenta?

a)

baarmoedermond

b)

moederkoek

c)

de bloedprop voor in de baarmoedermond

d)

de binnenste spierlaag van de baarmoeder

9.

wat zorgt voor een groene, bruine of gelige kleur van het vruchtwater?

a)

meconium

b)

placenta

c)

eclampsie

d)

hemolysis

10.

welke van de onderstaande is geen type stuitligging?

a)

half onvolkomen stuitligging

b)

dubbele voetligging

c)

onvolkomen stuitligging

d)

enkele voetligging

e)

volkomen stuitligging

11.

wat is een bekende oorzaak van een stuitligging?

a)

de vorm van het bekken van de zwangere

b)

drugs- of alcohol gebruik tijdens de zwangerschap

c)

een vrouwelijk lichaam onder de 150 cm

d)

een achterliggende placenta

12.

stelling:

bij een stuitligging kan er een draaipoging worden gedaan.

a)

juist

b)

onjuist

13.

waar hebben kinderen die in een stuitligging liggen een grotere kans op?

a)

hartafwijking

b)

postpartumdepressie

c)

naweeën

d)

heupdysplasie

14.

stelling:

de symptomen van een postpartumdepressie zijn vergelijkbaar met een "gewonde" depressie.

a)

juist

b)

onjuist

15.

als de nageboorte na ... tot ... niet is losgekomen dan kan er een operatieve ingreep plaatsvinden.

a)

0,5 tot 1 uur

b)

1 tot 1,5 uur

c)

1,5 tot 2 uur

d)

2 tot 3 uur

16.

welke van de onderstaande zijn risicofactoren voor zwangerschapshypertensie? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

negroïde etniciteit

b)

voorgeschiedenis met nierstenen

c)

meerling zwangerschap

d)

een periode van meer dan 10 jaar tussen 2 zwangerschappen

e)

BMI hoger dan 30

17.

wat kunnen gevolgen zijn van eclampsie? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

hersenbloeding

b)

ademhalingsstilstand

c)

epileptische aanvallen

d)

laten lopen van feces

18.

wat betekent pre-eclampsie?

(a)  

19.

vanaf hoeveel weken zijn de longen van het kind rijp?

a)

30

b)

32

c)

34

d)

36

20.

stelling:

de enige behandeling bij pre-eclampsie en het HELLP syndroom is het beëindigen van de zwangerschap.

a)

juist

b)

onjuist