wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

pathologie periode 2

Total questions: 18

Worksheet time: 4hrs 2mins

Name
Class
Date
1.

welke van de onderstaande is geen gevolg van artherosclerose?

a)

embolie

b)

herseninfarct

c)

aneurysma

d)

hypertensie

2.

wat zijn risicofactoren die de kans op artherosclerose vergroten? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

stress

b)

hypertensie

c)

traag werkende schildklier

d)

jonge leeftijd

3.

bradycardie betekent?

a)

langzame hartslag

b)

langzame ademhaling

c)

versnelde hartslag

d)

versnelde ademhaling

4.

wat betekent ventrikelfibrilleren?

a)

ongestructureerd samen trekken van de kamers

b)

verlaagd samentrekken van de kamers

c)

ongestructureerd samen trekken van de boezems

d)

verlaagd samentrekken van de boezems

5.

welke van de onderstaande zijn verschijnselen bij hartfalen rechts? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

oedeem in de buik

b)

dyspneu

c)

cyanose

d)

orthopneu

6.

welke van de onderstaande is een verschijnsel bij hartfalen links?

a)

(roze schuim) ophoesten

b)

oedeem in de benen

c)

afname van de mictie

d)

herseninfarct

7.

wat betekent diuretica (medicatiegroep)?

a)

bloedverdunners

b)

hartslag verlagend

c)

tegen verstopping

d)

bevorderd plassen

8.

een hartfilmpje is...?

a)

ECG

b)

CABG

c)

EEG

d)

HDL

9.

welke stelling is juist?

1. systole is het samentrekken van het hart.

2. diastole is het samentrekken van het hart.

a)

1. is juist

2. is onjuist

b)

1. is onjuist

2. is juist

c)

beide zijn onjuist

d)

beide zijn juist

10.

welke vorm van immunisatie is dit:

"er worden verzwakte of dode ziekteverwekkers ingebracht".

a)

passieve immunisatie

b)

actieve immunisatie

11.

waar zorgt adrenaline niet voor?

a)

vasoconstrictie

b)

vasodilatatie

12.

wat valt er niet onder de hoofdbestandsdelen van het bloed?

a)

erytrocyten

b)

trombocyten

c)

leukocyten

d)

lymfocyten

13.

wat is bloedarmoede in het Latijn?

a)

hemoglobine

b)

hemolyse

c)

dialyse

d)

anemie

14.

welke bloedgroep is de universele donor (gever)?

a)

A

b)

AB

c)

O

d)

B

15.

welke bloedgroep is de universele ontvanger?

a)

A

b)

B

c)

AB

d)

O

16.

wat is een kruisreactie bij bloed?

a)

samenklonteren van bloed

b)

anti stolling

c)

zorgt voor een extra aanmaak van rode bloedcellen

d)

dat het bloed van de donor en ontvanger hetzelfde zijn

17.

hoe wordt tekortschietende pompfunctie van het hart genoemd?

(a)  

18.

wat kunnen klachten zijn bij longoedeem? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

hyperhydrosis

b)

cyanose

c)

hemoptoë

d)

dyspneu

e)

obstipatie