Font size
WorksheetsLeesvaardig 4V NN
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Het onderwerp van een tekst is een woord of een woordgroep dat aangeeft waar de tekst over gaat. Het is geen zin of vraag.
Waar
Niet waar
De hoofdgedachte is een mededelende zin die het belangrijkste weergeeft wat in de tekst over het onderwerp wordt gezegd. De hoofdgedachte kan ook een vraag zijn.
Waar
Niet waar
Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:
'het publiek vermaken met iets wat leuk, spannend of ontroerend is'
amuseren
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:
'het publiek uitleggen hoe iets in elkaar zit, hoe iets is'
amuseren
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:
'het publiek zelf een mening laten vormen'
amuseren
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:
'het publiek een mening laten overnemen'
amuseren
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:
'het publiek aanzetten iets te gaan doen (of juist niet te doen)'
amuseren
informeren
opiniëren
overtuigen
activeren
Het slot bevat meestal de hoofdgedachte van een tekst.
Waar
Niet waar
Een slot kan naast de hoofdgedachte soms ook iets anders bevatten. Wat kan er nog meer in het slot staan? (meerdere antwoorden juist)
een samenvatting in enkele zinnen
een afweging
een aansporing of aanbeveling
een toekomstverwachting
Een uiteenzetting is bedoeld om de lezer te informeren.
Waar
Niet waar
Een betoog is bedoeld om de lezer te overtuigen.
Waar
Niet waar
Een beschouwing is bedoeld om de lezer te amuseren.
Waar
Niet waar
