wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leesvaardig 4V NN

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Het onderwerp van een tekst is een woord of een woordgroep dat aangeeft waar de tekst over gaat. Het is geen zin of vraag.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

De hoofdgedachte is een mededelende zin die het belangrijkste weergeeft wat in de tekst over het onderwerp wordt gezegd. De hoofdgedachte kan ook een vraag zijn.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:

'het publiek vermaken met iets wat leuk, spannend of ontroerend is'

a)

amuseren

b)

informeren

c)

opiniëren

d)

overtuigen

e)

activeren

4.

Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:

'het publiek uitleggen hoe iets in elkaar zit, hoe iets is'

a)

amuseren

b)

informeren

c)

opiniëren

d)

overtuigen

e)

activeren

5.

Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:

'het publiek zelf een mening laten vormen'

a)

amuseren

b)

informeren

c)

opiniëren

d)

overtuigen

e)

activeren

6.

Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:

'het publiek een mening laten overnemen'

a)

amuseren

b)

informeren

c)

opiniëren

d)

overtuigen

e)

activeren

7.

Welk tekstdoel hoort bij de volgende toelichting:

'het publiek aanzetten iets te gaan doen (of juist niet te doen)'

a)

amuseren

b)

informeren

c)

opiniëren

d)

overtuigen

e)

activeren

8.

Het slot bevat meestal de hoofdgedachte van een tekst.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Een slot kan naast de hoofdgedachte soms ook iets anders bevatten. Wat kan er nog meer in het slot staan? (meerdere antwoorden juist)

a)

een samenvatting in enkele zinnen

b)

een afweging

c)

een aansporing of aanbeveling

d)

een toekomstverwachting

10.

Een uiteenzetting is bedoeld om de lezer te informeren.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Een betoog is bedoeld om de lezer te overtuigen.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Een beschouwing is bedoeld om de lezer te amuseren.

a)

Waar

b)

Niet waar