wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling start januari

Total questions: 26

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de maximale toegestane temperatuur voor Polyetheen (XLPE)?

a)

50°C50\degree C  

b)

90°C90\degree C  

c)

95°C95\degree C  

d)

80°C80\degree C  

2.

Wat kan de oorzaak zijn?

4 lines
3.

Welke kortsluiting heeft de grootste factor?

a)
b)
c)
d)
4.

Wat zijn de belangrijke factoren bij het berekenen van een kabel?

a)

IB ontwerpstroom

b)

I2 aanspreekstroom van de beveiliging (1.6 x In )

c)

IZ Hoogst toelaatbare stroom leiding

d)

In nominaal stroom

e)

ftemp correctiefactor omgevingstemperatuur

5.

Wat meet je met een spanningstester?

a)

Indicatie van de spanning en de fase

b)

Stroomsterkte

c)

Weerstand

d)

Wissel stroomsterkte

6.

Wat is het eerste dat je doet voor je gaat meten?

a)

Controleer of het meetapparaat werkt

b)

Maak een visuele controle

c)

Meet of de schakeling spanningsloos is

d)

Controleer de aardlekschakelaar met de testknop

7.

Wat betekend NAP?

a)

Normaal Algemeen Pijl

b)

Normaal Amsterdams Pijl

c)

Neutraal Amsterdams Pijl

d)

Neutraal Alles Plat

8.

Welke drie manieren gebruik je om een brand te bestrijden?

a)

Brandstof, zuurstof en temperatuur weghalen of af laten nemen

b)

Hout, benzine en olie er bij doen

c)

Slaan met een doek, schoppen met je voeten en wapperen met je handen

d)

Water, schuim en kauwgom gebruiken

9.

Is er hier iets mis?

4 lines
10.

Als een drietal spoelen aansluit in ster op een 230/400V net is:

a)

De fasespanning 230V en de lijnspanning 690V

b)

De fasespanning 400V en de lijnspanning 230V

c)

De fasespanning 400V en de lijnspanning 690V

d)

De fasespanning 230V en de lijnspanning 400V

11.

Tijdens een experiment brandt op een gegeven moment toestel R2 door, waardoor een onderbreking ontstaat. De spanning U2 wordt nu?

a)

0V

b)

20V

c)

40V

d)

100V

12.

Wat is het symbool van een spoel?

a)
b)
c)
d)
13.

Wat wordt gemaakt door de stroom die door een spoel loopt?

a)

Een magnetisch veld

b)

Een elektrisch veld

c)

Frequentie

d)

W.T.F

14.

If bereken je op de volgende manier?

a)

IF=230V1.5Ω+0.5Ω+0.3Ω=100AIF=\frac{230V}{1.5\Omega+0.5\Omega+0.3\Omega}=100A

b)

IF=100V1000Ω+50Ω=0.095AIF=\frac{100V}{1000\Omega+50\Omega}=0.095A

c)

IF=230V0.5Ω+0.3Ω=287,5AIF=\frac{230V}{0.5\Omega+0.3\Omega}=287,5A

15.

Wat controleert een aardlekschakelaar?

a)

Of er geen stroom weglekt.

b)

Of er geen spanning weg lekt.

c)

Of de randaarde goed werkt.

d)

Of de dubbele isolatie goed geaard is.

16.

Wat is de oorzaak?

4 lines
17.

Teken het symbool van een serie schakelaar.

18.

Wat gebeurt er bij een TN-C stelsel?

a)

De beschermingsleiding is altijd apart

b)

De nulleider wordt geaard

c)

De aarde wordt niet gebruikt

d)

Er is geen verbinding met de transformator

19.

Teken het schema.

Bereken de vervangingsweerstand.

Bereken alle deelstromen en deelspanningen.

4 lines
20.

Benoem dit stelsel?

4 lines
21.

Wat is de stelling van Pythagoras?

a)

a2+b2=c2a^2+b^2=c^2  

b)

a2b2=c2a^2-b^2=c^2  

c)

a2×b2=c2a^2\times b^2=c^2  

d)

a2+b2=Ca^2+b^2=\sqrt[]{C}  

22.

Wat kun je vertellen over dit stelsel?

4 lines
23.

Wat is dit?

a)

Brandweerschakelaar

b)

Politieschakelaar

c)

Verlichtingsschakelaar

d)

Sterdriehoekschakelaar

24.

Wat voor stelsel is dit?

4 lines
25.

Wat voor waarde willen we meten tijdens het meten van de aardverspreidingsweerstandsmeting.

a)

Zo laag mogelijk onder de 166 Ohm

b)

Zo hoog mogelijk boven de 166 Ohm

c)

Onder 1666 Ohm

d)

boven de 80 Ohm

26.

Is er hier iets mis?

a)

Nee de installatie mag deze temperatuur hebben

b)

Ja het is veel te warm

c)

Weet ik niet zeker er zou eerst gemeten moeten worden.