NEW
Font size
WorksheetsKrachten vwo 4
Total questions: 13
Worksheet time: 7mins
Op welk plaatje zie je Newton?
Een blok staat stil op een horizontaal vlak. Welk diagram toont de juiste krachten op het blok?
(a)
(b)
(c)
(d)
(e)
De trekkracht F werkt op het blok, maar het blok staat stil. Welk diagram toont de juiste krachten op het blok?
(a)
(b)
(c)
(d)
(e)
Een blok glijdt over een horizontaal oppervlak met constante snelheid. Welk diagram toont de juiste krachten op het blok?
(a)
(b)
(c)
(d)
(e)
Een blok is in rust op een schuine helling. Welk diagram toont de juiste krachten op het blok?
(a)
(b)
(c)
(d)
(e)
Twee personen staan stil terwijl ze trekken aan een touw tussen hen in. Welk diagram toont de juiste krachten op de linker persoon?
(a)
(b)
(c)
(d)
(e)
De bol aan een slinger beweegt van rechts naar links en is begonnen in een hoger punt dan in de getekende situatie. We verwaarlozen luchtwrijving. Welk diagram toont de juiste krachten op de bol aan de slinger?
(a)
(b)
(c)
(d)
(e)
Een ei wordt omhoog gegooid. Na het loslaten werkt de kracht van de worp:
nog enkele meters door
nog een paar centimeter door
helemaal niet meer door
naar beneden
Een ei wordt omhoog gegooid. Na het loslaten werkt op het ei onderweg naar boven:
een kracht naar boven
een kracht naar beneden
een kracht naar boven én een kracht naar beneden
helemaal geen kracht
Een ei wordt omhoog gegooid. Verwaarloos luchtwrijving. Op het hoogste punt van de worp is de netto kracht op het ei:
een stuk groter dan direct na het loslaten
even groot als direct na het loslaten
een stuk kleiner dan direct na het loslaten
nul
Jos duwt een boek over de tafel naar rechts met een constante snelheid van 10 cm/s. De netto kracht op het boek:
wijst naar rechts
wijst naar links
is nul
Jos duwt een boek over de tafel naar rechts met een constante snelheid van 10 cm/s. Lianne duwt een ander boek met een constante snelheid van 30 cm/s. Wat is waar:
er werkt een grotere netto kracht op het boek van Jos
er werkt een grotere netto kracht op het boek van Lianne
de nettokracht is hetzelfde bij beide boeken
Een fietser rijdt met een trapkracht van Fspier = 55 N. Op een gegeven moment is de wrijvingskracht Fw = 35 N. Vanaf dat moment wil de fietser met een constante snelheid verder fietsen. Hoe groot moet de trapkracht van de fietser zijn?
90 N
55 N
35 N
20 N
0 N
