wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K4 Gaswisseling en uitscheiding bs 5

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

COPD is een verzamelnaam voor twee aandoeningen.

Welke aandoeningen worden aangeduid met COPD?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

longemfyseem

2.

Jeroen heeft soms een aanval van ernstige benauwdheid. Hij heeft dit vooral als er huisdieren in de buurt zijn. Na een tijdje gaat de benauwdheid over en kan hij weer normaal ademhalen.

Van welke aandoening heeft Jeroen waarschijnlijk last?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

Hooikoorts

d)

Longemfyseem

3.

Bij een astma-aanval worden de luchtwegen nauwer. Daarom moeten mensen met astma bij een astma-aanval medicijnen gebruiken.

Bij welke manier van toedienen zal het medicijn het snelst werken?

a)

Bij het inslikken van de pil

b)

bij injecteren

c)

bij innemen met een inhalator

4.

Als je stopt met roken, kunnen je longen zich herstellen.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.
Bronchitis is meestal een ontsteking bij letter
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
6.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
7.

Wat is 'long emfyseem'?

a)

Slappe en verwijde longblaasjes bij COPD

b)

Schade aan het strottenhoofd bij COPD

c)

Schade aan de keelholte

8.

COPD bestaat uit chronische bronchitis en longemfyseem.

a)

Antwoord is juist

b)

Antwoord is niet juist

9.

Hooikoorts is eveneens een longaandoening. De stelling hierbij: iedereen heeft altijd in de maand mei last van hooikoorts. Is dit waar of niet waar en waarom wel of niet.

a)

waar, in de maand mei zit er stuifmeel in de lucht

b)

waar, alleen in de maand mei zit er stuifmeel in de lucht

c)

niet waar, in alle maanden zit er stuifmeel in de lucht

d)

niet waar, mensen zijn gevoelig voor een bepaald type stuifmeel, dit kan vrijkomen op verschillende momenten van het jaar

10.

Door een astma-aanval kan

a)

er minder lucht door de bronchiën heen stromen

b)

er meer lucht door de bronchiën heen stromen

c)

er net zoveel lucht door de bronchiën als eerst heen stromen

11.

Een hooikoorts-patiënt reageert op

a)

stuifmeel van insectenbloemen

b)

stuifmeel van windbloemen

c)

de geur van insectenbloemen

d)

de geur van windbloemen

12.
In de animatie zie je
a)
een klaplong
b)
een astma-aanval
c)
een hartaanval
d)
een bronchitis-aanval
13.

Wordt astma veroorzaakt door roken? En COPD?

a)

Geen van beide wordt door roken veroorzaakt

b)

Alleen astma wordt door roken veroorzaakt

c)

Alleen COPD wordt door roken veroorzaakt

d)

Zowel astma als COPD worden door roken veroorzaakt

14.

Jeroen heeft soms een aanval van ernstige benauwdheid. Hij heeft dit vooral als er huisdieren in de buurt zijn. Na een tijdje gaat de benauwdheid over en kan hij weer normaal ademhalen.

Van welke aandoening heeft Jeroen waarschijnlijk last?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

Hooikoorts

d)

Longemfyseem

15.

Longontsteking, oorontsteking, tuberculose zijn voorbeelden van................

a)

antibiotica

b)

Bacteriële infectieziekten

c)

Schimmelinfecties

d)

Penicilline

16.

COPD omvat

a)

chronische bronchitis, emfyseem en astma

b)

chronische bronchitis en astma

c)

chronische bronchitis en emfyseem

17.

bronchitis =

a)

verkoudheid

b)

longontsteking

c)

ontsteking van de luchtpijptakken

d)

ontsteking van de longblaasjes