wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands Talent 2.3 woorden

Total questions: 26

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

aanhoudend

a)

doorgaans

b)

hinderlijk

c)

voortdurent

d)

verdedigen

2.

met betrekking tot de biologie

a)

biologisch

b)

het verschijnsel

c)

de essentie

d)

de omschakeling

3.

de concentratie

a)

gerichte aandacht

b)

hoeveelheid van een stof in een andere stof

c)

voor lichaam of geest

d)

een beetje te begrijpen

4.

doorgaans

a)

meestal, gewoonlijk

b)

ergelijk,hinderlijk

c)

met wanhopige inspanning

d)

het belangrijkste

5.

gevolg van iets, uitwerking

a)

de futiliteit

b)

het effect

c)

zich hard maken voor

d)

het kroost

6.

de essentie

a)

voortdurent

b)

te begrijpen

c)

het belangrijkste

d)

zonder bestrijdingsmiddelen

7.

de futiliteit

a)

tot daar aan toe

b)

ergerlijk, hinderlijk

c)

instelling

d)

kleinigheid, ongbelankrijk detail

8.

zich hard maken voor

a)

ergerlijk, hinderlijk

b)

veel moeite doen voor, zich inzetten voor

c)

gevolg van iets

d)

kinderen van iemand

9.

heilzaam

a)

ergerlijk

b)

gezond

c)

hinderlijk

d)

pleiten voor

10.

het immuunsysteem

a)

ongeblangrijk detail

b)

afweersysteem tegen ziektes

c)

iets wat zich voordoet

d)

met wanhopige inspanning

11.

irritant

a)

ergerlijk, hinderlijk

b)

kinderen van iemand

c)

iets wat zich voor doet

d)

pleiten voor

12.

krampachtig

a)

de overgang

b)

iets wat zich voordoet

c)

met wanhopige inspanning

d)

de koper

13.

het kroost

a)

het belangrijkste

b)

verandering

c)

kinderen van iemand

d)

voortdurent

14.

tot daar aan toe

a)

een beetje te begrijpen

b)

instelling

c)

verandering

d)

voor lichaam of geest

15.

de omschakeling

a)

aanpassing aan een nieuwe situatie

b)

verandering

c)

met wanhopige inspanning

d)

ergerlijk

16.

organisatie

a)

instelling, vereniging

b)

verandering van een ene situatie naar de ander

c)

ergerlijk, hinderlijk

d)

gevolg van iets

17.

de overgang

a)

verandering

b)

uitwerking

c)

verandering van de ene situatie naar de andere

d)

gevolg van iets

18.

pleiten voor

a)

doorgaans

b)

de organisatie

c)

verdedigen, proberen te bereiken

d)

ergerlijk, hinderlijk

19.

het verschijnsel

a)

verandering

b)

meestal, gewoonlijk

c)

biologisch

d)

iets wat zich voordoet

20.

argeloos

a)

de dosis

b)

onschuldig, naief

c)

werven

d)

bedoeld om mensen over te halen

21.

de consument

a)

voorstellen

b)

rampzalig

c)

de koper

d)

onschuldig, naief

22.

desastreus

a)

met grote stelligheid

b)

voorstellen; een idee op offeren

c)

rampzalig

d)

de koper

23.

de dosis

a)

hoeveelheid van een stof

b)

de koper

c)

wervend

d)

met grote stelligheid

24.

bij hoog en bij laag

a)

rampzalig

b)

met grote stelligheid, met hoge beslistheid

c)

bedoeld om mensen over te halen

d)

de koper

25.

suggereren

a)

naief

b)

voorstellen

c)

onschuldig

d)

bedoeld om mensen over te halen

26.

wervend

a)

bedoeld om mensen over te halen

b)

de koper

c)

de hoeveelheid van een stof

d)

rampzalig