Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zuid-Amerika VWO

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke uitspraak is NIET juist?

a)

Het Andesgebergte bestaat uit een 8500 km lange bergketen

b)

In het noorden en oosten van het continent bevinden zich twee hoogland gebieden

c)

Ten oosten van het continent loopt een subductiezone

d)

In het zuidoosten bevindt zich het plateau van Patagonia

2.

Hoe noemen we het beeld dat iemand van de werkelijkheid heeft?

a)

Geografisch beeld

b)

Mental map

c)

Perceptie

d)

Stereotiepe beeld

3.

In de maand juli ligt het ITCZ ten noorden van de evenaar en valt daar de meeste neerslag

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Welke uitspraak hoort NIET bij het verschijnsel El Nino?

a)

Een piek van opwarming in de oceaan in december

b)

Er waait een westelijke wind ten zuiden van de evenaar

c)

Er ontstaan heftige regenbuien in de woestijngebieden in Zuid-Amerika

d)

De lage drukgebieden boven de oceaan bij Zuid-Amerika zwakken af

5.

Hoe noemen we het gebied in de Andes boven de sneeuwgrens?

a)

Tierra nevada

b)

Tierra helade

c)

Tierra Fria

d)

Tierra templada

6.

Welke savanne is een boomsavanne?

a)

De llanos

b)

De cerrado

c)

De caatinga

d)

De pampa

7.

Wat maakt de mangrove een bijzondere plantensoort in de tropen?

a)

Ze groeien bij veel neerslag en warmte

b)

Ze groeien omdat de bodem heel vruchtbaar is

c)

Ze groeien in brak water langs de kust

d)

Ze groeien vanwege vulkanisch as in de bodem

8.

Waarom zijn vulkanen in Zuid-Amerika minder explosief dan in bijvoorbeeld Japan?

a)

Het magma bestaat uit graniet

b)

Het magma bestaat uit basalt

c)

Het magma bestaat uit Andesiet

d)

Het magma bestaat uit koper

9.

Hoe noemen we de gebieden waar sprake is van vlakke subductie?

a)

Subductiezones

b)

Breukgebergten

c)

Volcanic gaps

d)

Vulkanische zones

10.

Wat is een gevolg van vlakke subductie?

a)

Komt geen vulkanisme voor

b)

Komt explosief vulkanisme voor

c)

Komen vulkanische eilanden voor

d)

Komen heftige aardbevingen en explosieve vulkanen voor

11.

Hoe zijn de Galapagoseilanden ontstaan?

a)

Door subductie na convergente plaatbewegingen

b)

Door divergente plaatbewegingen

c)

Door een mantelpluim en hotspot

d)

Door explosieve vulkaanuitbarstingen

12.

Op welke twee manieren kunnen ertsen gevorm worden?

a)

Stolling van magma

b)

Door sedimentatie

c)

Door verwering

d)

Door erosie van verweerd materiaal

13.

Hoe noemen we een stad met meer dan 10 miljoen inwoners?

a)

Agglomeratie

b)

Informele stad

c)

Megastad

d)

Stadsgewest

14.

Wat is GEEN kenmerk van een favela?

a)

Illegale woningen

b)

Ligging op ongunstige plekken

c)

Geweld en criminaliteit komen veel voor

d)

Zijn vaak met hoge hekken ommuurd

15.

Waarom ontstaat er steeds vaker gated communities?

a)

Vanwege angst voor criminaliteit

b)

Vanwege de economische groei

c)

Het is relatief goedkoop wonen

d)

Vanwege de komst van site-and serviceprojecten

16.

Voor de koloniale periode was de Andes een aantrekkelijk migratiegebied

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

In de koloniale tijd waren laaggelegen gebieden waar veel plantages waren populaire migratieplekken

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

In welke fase van demografische transitie zit het continent Zuid-Amerika?

a)

Fase 1

b)

Fase 2

c)

Fase 3

d)

Fase 4

19.

Wat zal er mogelijk in de toekomst gebeuren met de demografische druk van Zuid-Amerika?

a)

Neemt toe

b)

Neemt af

20.

Waarom neemt de demografische druk van Zuid-Amerika in de toekomst waarschijnlijk toe?

a)

Dalend geboortecijfers en toenemende groep ouderen

b)

Stijgende geboortecijfers en hoge sterftecijfers

c)

Dalende geboortecijfers en weinig ouderen

21.

Wat is GEEN reden voor de daling van het geboortecijfer?

a)

Beschikbaarheid anticonceptie

b)

Family planning

c)

Groeiende kloof tussen arm en rijk

d)

Afnemende rol van de kerk en religie

22.

Wat voor positie neemt Zuid-Amerika in als continent in de wereld?

a)

Centrum

b)

Middenpositie/ opkomend

c)

Periferie

23.

Wat is GEEN reden waarom er zoveel mensen naar de steden migreren in Zuid-Amerika?

a)

Vanwege industrialisatie en groeiende tertiaire sector

b)

Deagrarisatie

c)

Mechanisatie en schaalvergroting op het platteland

d)

Woningtekort

24.

Wat past het beste bij het populisme?

a)

economische denkrichting met vrijhandel

b)

de leider heeft een sterke band met het volk en is tegen politieke elite

c)

Een groep rijke mensen die aan de macht is

d)

Alle mensen mogen stemmen op een politieke partij

25.

Hoe noemen we het mengen van verschillende bevolkingsgroepen?

a)

Culturele diversiteit

b)

Mestizering

c)

Democratisering

d)

Globalisering

26.

In welk Zuid-Amerikaans land zijn de meeste directe buitenlandse investeringen?

a)

Argentinië

b)

Chili

c)

Brazilië

d)

Colombia

27.

Om de winning van welke grondstof staat Bolivia bekend?

a)

IJzererts

b)

Goud

c)

Lithium

d)

Cobalt

28.

Wat is een nadeel vanuit de fysische dimensie voor samenwerkingsverbanden in Zuid-Amerika?

a)

Kloof tussen arm en rijk wordt groter

b)

Steden raken overbevolkt

c)

Natuur wordt aangetast door aanleg van infrastructuur

d)

Delfstofwinning zorgt voor meer buitenlandse investeringen

29.

Stelling: de kans op een lahar neemt af als gevolg van ontbossing en het bouwen van sloppenwijken op hellingen

a)

Juist

b)

Onjuist

30.

Hoe noem je de verspreiding van voorsteden over het omringende platteland?

a)

Fragmentatie

b)

Segregatie

c)

Urban sprawl

d)

Urbanisatie