wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

A&P blok 3 DR1 nieren

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

De naam van welke structuur hoort bij deze omschrijving:

"Hierdoor loopt de urine van het nierbekken naar de blaas."

a)

urinebuis

b)

nierbekken

c)

nierader

d)

urineleider

2.

Hoe heet de buitenste laag van de nier?

a)

pyelum

b)

medulla

c)

cortex

d)

nefron

3.

Wat is GEEN functie van de nieren?

a)

regelen van de hoeveelheid zouten in je lichaam

b)

aanmaken en uitscheiden van verteringssappen

c)

regelen van de hoeveelheid water in je lichaam

d)

aanmaken en uitscheiden van hormonen

e)

uitscheiden van afvalstoffen

4.

Het nierlichaampje bestaat uit

a)

de glomerulus en het kapsel van Bowman

b)

de glomerulus en de lis van Henle

c)

het kapsel van Bowman en podocyten

d)

de lis van Henle en de niertubulus

5.

wat zorgt ervoor dat de voorurine gevormd wordt?

a)

osmose

b)

zuurgraad

c)

bloeddruk

d)

spieren

6.

welke hormonen hebben invloed op de werking van de nieren?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

FSH

b)

ADH

c)

Prolactine

d)

Aldosteron

7.

de opbouw van een nier van binnen naar buiten:

a)

nierschors - niermerg - nierpapil - nierbekken

b)

nierschors - nierbekken - niermerg - nierpapil

c)

nierbekken - nierpapil - niermerg - nierschors

d)

nierbekken - niermerg - nierpapil - nierschors

8.

hoe heet het proces waarbij er stoffen opgenomen worden uit de voorurine?

a)

osmose

b)

diffusie

c)

terugresorptie

d)

filtratie

9.

de Latijnse benaming van plasbuis is

a)

Urethra

b)

Urether

c)

pyelum

d)

epifyse

10.

Een ontsteking van het nierbekken noem je een ...

a)

cystitis

b)

glomerulonefritis

c)

pyelonefritis

d)

nefrose

11.

welk symptoom hoort bij nierstenen?

a)

koliekpijn

b)

icterus

c)

pancreatitis

d)

diarree

12.

wat is een oorzaak van acuut nierfalen?

a)

aderverkalking

b)

diabetes

c)

malaria

d)

brandwonden

13.

Hoeveel kringspieren heeft de urineblaas en op welke kringspier kun je zelf invloed uitoefenen?

a)

Twee, en de binnenste kringspier kun je zelf aansturen

b)

Éen en deze kun je zelf aansturen

c)

Twee, en de buitenste kringspier kun je zelf aansturen

d)

Één en deze kun je NIET zelf aansturen

14.

Bij een UDO wordt in de blaas gekeken

a)

juist

b)

onjuist

15.

wat is GEEN complicatie van een benigne prostaathyperplasie (BPH)?

a)

blaasstenen

b)

nierfalen

c)

retentieblaas

d)

pyelonefritis