wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 7 en 8 BB oefening

Total questions: 34

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
2.
De vogel die hier zwemt haalt adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
3.
Deze afbeelding is een schematische tekening van
a)
een longlaasje
b)
een luchttakje
c)
een bronchie
d)
de luchtpijp
4.
Nummer 2 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
5.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
6.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide
7.
Het gas dat bedoelt wordt met pijl A heet
a)
zuurstof
b)
koolstofdioxide
c)
stikstof
d)
edelgassen
8.
In de lucht die we uitademen zit
a)
minder zuurstof
b)
meer zuurstof
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
9.
Bronchitis is meestal een ontsteking bij letter
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
10.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
11.
Nummer 8 wijst naar
a)
de luchtpijp
b)
een longtrechtertje
c)
een longblaasje
d)
een bronchie
12.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht droger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht schoner wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
13.
Wat de de juiste stand voor ademhalen?
a)
huig in stand 1, strotklepje in stand 1
b)
huig in stand 1, strotklepje in stand 2
c)
huig in stand 2, strotklepje in stand 1
d)
huig in stand 2, strotklepje in stand 2
14.
In de animatie zie je
a)
een klaplong
b)
een astma-aanval
c)
een hartaanval
d)
een bronchitis-aanval
15.
Hoe heten onverteerbare stoffen uit plantaardige voedingsmiddelen
a)
Eiwitten
b)
Vetten
c)
Voedingsvezels
d)
Water
16.
Wat voor brood kun je het beste eten?
a)
Wit brood
b)
Sandwich
c)
Volkoren brood
17.
Wat gebeurt er als je veel vetten eet?
a)
Je hebt geen honger meer
b)
Je verbrand meer eten
c)
Je krijgt een vetlaag
d)
Je wordt dun
18.
Welke stoffen moeten verteerd worden?
a)
Eiwitten, vetten en koolhydraten
b)
Eiwitten, vetten en water
c)
Vetten, Koolhydraten en mineralen
19.
Welke stoffen zijn brandstoffen?
a)
Water, vetten en  eiwitten
b)
Koolhydraten, vetten en eiwitten
c)
Vitaminen, mineralen en zouten
20.
De leeuw is een
a)
Carnivoor
b)
Herbivoor
c)
Omnivoor
d)
Geen van bovenstaande
21.
Wat zijn voedingsstoffen?
a)
Dingen die je kunt eten of drinken
b)
Bruikbare bestandsdelen in voedsel
c)
Alle onverteerbare stoffen in voedsel
22.
Wordt gal gemaakt in de galblaas?
a)
Ja 
b)
Nee
23.
Nummer 2 is de
a)
slokdarm
b)
maag
c)
12-vingerige darm
d)
speekselklier
24.
Nummer 5 is de
a)
slokdarm
b)
maagportier
c)
12-vingerige darm
d)
speekselklier
25.
Welk orgaan werkt niet goed bij diarree?
a)
de maag
b)
de dunne darm
c)
de dikke darm
d)
de alvleesklier
26.
Voedingsstoffen worden in het bloed opgenomen in nummer 
a)
11
b)
10
c)
9
d)
12
27.
Welk nummer wijst het tandbeen aan?
a)
1
b)
2
c)
3
28.
Waar gaat deze afbeelding over?
a)
peristaltische beweging
b)
opnemen van voedingsstoffen
c)
darmbacteriën
d)
uitscheiden
29.
Dit is een 
a)
voedingsmiddel
b)
voedingsstof
c)
genotsmiddel
30.
Eiwit is een 
a)
voedingsmiddel
b)
voedingsstof
c)
genotsmiddel
31.
Welke voedingsstof moet wel verteerd worden?
a)
zetmeel
b)
water
c)
vitamines
d)
mineralen
32.
Bij de persoon in de afbeelding is sprake van grondstofwisseling.
a)
Juist
b)
Niet juist
33.
Dit product past goed in de schijf van 5
a)
Ja, want er zit aardappel in.
b)
Nee, want er zit aardappel in.
c)
Ja, want er zit vet in
d)
Nee, want er zit teveel vet in
34.
Uit dit plaatje over enzymwerking blijkt
a)
dat het geen stof afbreekt
b)
dat het na de reactie weer bruikbaar is
c)
dat het werkt bij een bepaalde temperatuur
d)
dat het meer dan één stof afbreekt