Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quizz 21-1

Total questions: 29

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Het waren niet echt ..... beelden.

a)

verantwoordde

b)

verantwoorde

2.

De ... film bleek veel te gewelddadig.

a)

samengevatte

b)

samengevate

3.

Niemand kan zeggen dat dit huis wordt .....

a)

verwaarloost

b)

verwaarloosd

4.

Het zijn die ouderwetse .....

a)

monnikken

b)

monniken

5.

.... je broer jou een beetje?

a)

Begeleidt

b)

Begeleid

6.

... je dat ik me er niet mee moet bemoeien?

a)

Vind

b)

Vindt

7.

... je daar hinder van?

a)

Ondervind

b)

Ondervindt

8.

Ze zijn klein, maar ze lopen als ...

a)

Kieviten

b)

Kievieten

9.

Hij ... er een strik omheen

a)

bindt

b)

bind

10.

Ik ... je vraag.

a)

vermijd

b)

vermijdt

11.

Weet je waar ik me over ....?

a)

opwind

b)

opwint

12.

Over de talentenjacht die de tv gisteren

a)

uitzond

b)

uitzendt

13.

Wij .... deze sommen niet goed uit.

a)

rekende

b)

rekenden

14.

Jij ... mijn telefoontje niet.

a)

beantwoorde

b)

beantwoordde

15.

Waarschijnlijk ... je gister ook gebeld door thuis.

a)

werdt

b)

werd

16.

Die vulkaan ... de hele oogst.

a)

verwoeste

b)

verwoestte

c)

verwoesten

17.

Die vulkanen .... het hele land.

a)

verwoestten

b)

verwoeste

c)

verwoestte

18.

De kleding ... zich namelijk van alles wat tot dan toe was vertoond.

a)

onderscheide

b)

onderscheidde

19.

Er ... een overweldigend applaus los.

a)

barste

b)

barstte

20.

De modellen ... zich om voor de modeshow

a)

kleden

b)

kledden

c)

kleedden

21.

Daarbij ... ze ook uitbundiger.

a)

feeste

b)

feestten

22.

.... keek de ouder naar de tv.

a)

Verwijtend

b)

Verwijtent

23.

Ik ... de vraag helemaal niet.

a)

snapte

b)

snapten

24.

Wij ... veel kladpapier bij deze sommen.

a)

gebruikte

b)

gebruikten

25.

Ik .... niet op de leerkracht.

a)

antwoorde

b)

antwoordde

c)

antwoordden

26.

Wij ... gister niet op de leerkracht.

a)

antwoorden

b)

antwoordden

27.

De opdrachten .... met een tijd.

a)

startte

b)

startten

28.

De leerling ... met de vraag

a)

startte

b)

starte

29.

Het was een .... dag.

a)

inspirerend

b)

inspirerende