Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gaswisseling Kader 4 BvJ

Total questions: 26

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Welke spieren spelen een grote rol bij de buikademhaling? 2 antwoorden

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

2.

Welke spieren beïnvloeden de borstademhaling?

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

3.

Bij de ademhaling ontspannen tussenribspieren en het middenrif. Wat gebeurt er hierdoor?

a)

Borstkas wordt groter (= inademen)

b)

Borstkas wordt groter (= uitademen)

c)

Borstkas wordt kleiner (= inademen)

d)

Borstkas wordt kleiner (= uitademen)

4.

Bij de borstademhaling gebruik je de:

a)

Tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

Buikspieren

d)

Spieren bij het sleutelbeen

5.

Hoe noem je de vertakkingen van de luchtpijp?

a)

Kraakbeenringen

b)

Bronchiën

c)

Longblaasjes

6.

Wat doen trilhaarcellen in het neusslijmvlies?

a)

Verwarmen van de lucht

b)

Filteren van de lucht

c)

Verplaatsen van slijm naar de keel

7.

Wat doen de huig en strotklep tijdens het inademen?

a)

De huig staat open, de strotklep dicht

b)

De huig en strotklep zijn dicht

c)

De huig is dicht en strotklep open

d)

De huig en strotklep staan open

8.

Wat sluit de huig af?

a)

Neusholte

b)

Luchtpijp

c)

Keelholte

9.

Welke stof veranderd van kleur als er CO2 bij komt? (wat is de indicator van CO2?)

a)

Jodium

b)

Kalkwater

10.

De samenstelling van uitgeademde lucht is anders dan ingeademde lucht. Welk gas is lager in uitgeademde lucht?

a)

CO2

b)

Stikstof

c)

Zuurstof

11.

Enkele dieren zijn:

- Sprinkhaan

- Neushoorn

- Paling

- Salamander

Welk dier heeft gastwisseling via tracheën?

a)

Sprinkhaan

b)

Neushoorn

c)

Paling

d)

Salamander

12.

Enkele dieren zijn:

- Sprinkhaan

- Neushoorn

- Paling

- Salamander

Welk dier gebruikt kieuwen voor gaswisseling?

a)

Sprinkhaan

b)

Neushoorn

c)

Paling

d)

Salamander

13.

Het vriest en je bent buiten. Als je uitademt, zie je een wolkje bij je mond.

Dit komt doordat de uitgeademde lucht condenseert.

Welke eigenschappen van uitgeademde lucht horen bij dit verschijnsel?

De uitgeademde lucht bevat MEER / MINDER waterdamp dan de ingeademde lucht.



(a)  

14.

Bij de mens gebeurt bij een inademing onder andere het volgende:

1. De ribben en het borstbeen bewegen omhoog en naar voren.

2. Lucht stroomt de longen in.

3. Het longvolume wordt groter.

Zet deze gebeurtenissen in de juiste volgorde

a)

1, 2, 3

b)

1, 3, 2

c)

2, 3, 1

d)

3, 2, 1

15.

Wat gebeurt er bij het hoesten?

a)

De buikspieren ontspannen en het middenrif gaat omlaag

b)

De buikspieren ontspannen en het middenrif gaat omhoog

c)

De buikspieren spannen aan en het middenrif gaat omhoog

d)

De buikspieren spannen aan en het middenrif gaat omlaag

16.

Een hooikoorts patiënt is allergisch voor stuifmeel. In welk deel van het ademhalingsstelsel blijven de stuifmeelkorrels plakken

a)

Longblaasjes

b)

Slijmvliezen

c)

trilharen

17.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofdioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
18.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
19.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

20.

Welke letter geeft de luchtpijp aan?

a)

J

b)

K

21.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

22.
In je cellen wordt brandstof verbrand met behulp van zuurstof. Hierbij komt energie vrij.
Welke stof wordt er verbrand?
a)
Water
b)
Koolstofdioxide
c)
Energie
d)
Glucose
23.

COPD is een verzamelnaam voor twee aandoeningen.

Welke aandoeningen worden aangeduid met COPD?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

longemfyseem

24.

Jeroen heeft soms een aanval van ernstige benauwdheid. Hij heeft dit vooral als er huisdieren in de buurt zijn. Na een tijdje gaat de benauwdheid over en kan hij weer normaal ademhalen.

Van welke aandoening heeft Jeroen waarschijnlijk last?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

Hooikoorts

d)

Longemfyseem

25.

Wat is 'long emfyseem'?

a)

Slappe en verwijde longblaasjes bij COPD

b)

Schade aan het strottenhoofd bij COPD

c)

Schade aan de keelholte

26.

Wat zijn symptonen van een allergische reactie?

a)

Rode vlekken op huid

b)

Veel slijm aanmaken

c)

Opgezwollen ogen

d)

COPD krijgen

e)

Overgeven