wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

werkwoordspelling -d, -dt, -de(n), dde(n), -te(n), -tte(n)

Total questions: 15

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke vervoegingen zijn goed?

Zodra de dokter (worden) (informeren) over de patiënt. (spoeden) zij zich naar de Eerste Hulp.

a)

worden

informeerde

spoet

b)

wordt

geïnformeerd

spoedt

c)

word

informeerd

spoed

d)

wordt

informeerd

spoedt

2.

Welke vervoegingen zijn goed?

Omdat Bas met vrienden (hebben) (afspreken), (afronden) hij snel zijn huiswerk __.

a)

hebt

afspreekt

afrondt

b)

hebt

afgesproken

rondt af

c)

heeft

afgesproken

rondt af

d)

heeft

spreekt af

rond af

3.

Welke vervoegingen zijn goed?

In de toekomst (uitzenden) dit bureau alleen (diplomeren) personeel __.

a)

uitzend

diplomerend

b)

zend

gediplomeerd

uit

c)

zendt

gediplomeerd

uit

d)

uitzendt

diploma

4.

Welke vervoegingen zijn goed?

(Vinden) je het jammer dat Rutte (aftreden)?

a)

vind

aftreedt

b)

vindt

aftreed

c)

vind

aftreed

d)

vindt

aftreedt

5.

Welke vervoeging klopt?

Die bekende persoon (afschudden) de pers handig __.

a)

schudt af

b)

afschud

c)

afschudt

d)

schud af

6.

Welke vervoegingen zijn goed?

(Leiden) deze weg naar Wassenaar of (bevinden) ik me straks in Voorschoten?

a)

Leidde

bevind

b)

Leiden

bevindt

c)

Leidt

bevind

d)

Leid

bevindt

7.

De stam van een werkwoord is:

a)

is synoniem aan de ik-vorm.

b)

het werkwoord -en behalve als er een dubbele medeklinker staat.

c)

het werkwoord +en.

d)

het hele werkwoord -en.

8.

Selecteer de zin die klopt.

a)

Stam+t gebruik je alleen in de v.t..

b)

Stam+t gebruik je alleen in de t.t..

c)

Stam+t gebruik je voor het v.d en voor de v.t..

d)

Stam+t gebruik je alleen bij het v.d..

9.

Selecteer de zin die helemaal klopt.

a)

De regel 't ex kofschip gebruik je voor v.t. en v.d..

b)

De regel 't ex kofschip gebruik je voor de v.t..

c)

De regel van 't ex kofschip gebruik je voor de stam en het v.d..

d)

De regel van 't ex kofschip gebruik je voor de v.t en de stam.

10.

Wat is goed?

a)

Voor werkwoordspelling in v.t. en v.d. zoek je eerst de stam.

b)

Voor werkwoordspelling in de t.t. zoek je eerst de stam.

c)

Voor werkwoordspelling in het o.d. zoek je eerst de stam.

d)

Voor alle werkwoordspelling moet je eerst de stam weten.

11.

In welk rijtje zie je een werkwoord dat in de t.t. staat?

a)

printte

liep

gebeurt

b)

deletete

gestoken

werkte

c)

wandelde

gevallen

verspild

d)

printte

werkte

verspild

12.

Welke zin is fout?

a)

Bij werkwoorden in de v.t. krijg je soms -dde.

b)

Bij werkwoorden in de v.t. krijg je soms -den

c)

Bij werkwoorden in de v.t. krijg je soms -tte.

d)

Bij werkwoorden in de v.t. krijg je soms -t.

13.

Welke vervoeging is goed?

Onze buurmannen (storten) gisteren hun afval op straat.

a)

storten

b)

stortten

c)

stortend

d)

gestortend

14.

Welke vervoegingen zijn goed?

Toen Marijn na drie uur intensief schrijven zijn beschouwing af (hebben), (hebben) hij stevig (zuchten).

a)

had

heeft

zucht

b)

hebt

had

gezucht

c)

had

heeft

zucht

d)

had

heeft

gezucht

15.

Welke vervoegingen zijn goed?

Tijdens het eten (verbranden) zij haar tong, maar koud water (kunnen) de pijn (verzachten).

a)

verbrande

kan

verzachtten

b)

verbrandde

kon

verzachten

c)

verbrande

kan

verzachten

d)

verbrandde

kent

verzachtten