Worksheetswerkwoordspelling -d, -dt, -de(n), dde(n), -te(n), -tte(n)
Total questions: 15
Worksheet time: 15mins
Welke vervoegingen zijn goed?
Zodra de dokter (worden) (informeren) over de patiënt. (spoeden) zij zich naar de Eerste Hulp.
worden
informeerde
spoet
wordt
geïnformeerd
spoedt
word
informeerd
spoed
wordt
informeerd
spoedt
Welke vervoegingen zijn goed?
Omdat Bas met vrienden (hebben) (afspreken), (afronden) hij snel zijn huiswerk __.
hebt
afspreekt
afrondt
hebt
afgesproken
rondt af
heeft
afgesproken
rondt af
heeft
spreekt af
rond af
Welke vervoegingen zijn goed?
In de toekomst (uitzenden) dit bureau alleen (diplomeren) personeel __.
uitzend
diplomerend
zend
gediplomeerd
uit
zendt
gediplomeerd
uit
uitzendt
diploma
Welke vervoegingen zijn goed?
(Vinden) je het jammer dat Rutte (aftreden)?
vind
aftreedt
vindt
aftreed
vind
aftreed
vindt
aftreedt
Welke vervoeging klopt?
Die bekende persoon (afschudden) de pers handig __.
schudt af
afschud
afschudt
schud af
Welke vervoegingen zijn goed?
(Leiden) deze weg naar Wassenaar of (bevinden) ik me straks in Voorschoten?
Leidde
bevind
Leiden
bevindt
Leidt
bevind
Leid
bevindt
De stam van een werkwoord is:
is synoniem aan de ik-vorm.
het werkwoord -en behalve als er een dubbele medeklinker staat.
het werkwoord +en.
het hele werkwoord -en.
Selecteer de zin die klopt.
Stam+t gebruik je alleen in de v.t..
Stam+t gebruik je alleen in de t.t..
Stam+t gebruik je voor het v.d en voor de v.t..
Stam+t gebruik je alleen bij het v.d..
Selecteer de zin die helemaal klopt.
De regel 't ex kofschip gebruik je voor v.t. en v.d..
De regel 't ex kofschip gebruik je voor de v.t..
De regel van 't ex kofschip gebruik je voor de stam en het v.d..
De regel van 't ex kofschip gebruik je voor de v.t en de stam.
Wat is goed?
Voor werkwoordspelling in v.t. en v.d. zoek je eerst de stam.
Voor werkwoordspelling in de t.t. zoek je eerst de stam.
Voor werkwoordspelling in het o.d. zoek je eerst de stam.
Voor alle werkwoordspelling moet je eerst de stam weten.
In welk rijtje zie je een werkwoord dat in de t.t. staat?
printte
liep
gebeurt
deletete
gestoken
werkte
wandelde
gevallen
verspild
printte
werkte
verspild
Welke zin is fout?
Bij werkwoorden in de v.t. krijg je soms -dde.
Bij werkwoorden in de v.t. krijg je soms -den
Bij werkwoorden in de v.t. krijg je soms -tte.
Bij werkwoorden in de v.t. krijg je soms -t.
Welke vervoeging is goed?
Onze buurmannen (storten) gisteren hun afval op straat.
storten
stortten
stortend
gestortend
Welke vervoegingen zijn goed?
Toen Marijn na drie uur intensief schrijven zijn beschouwing af (hebben), (hebben) hij stevig (zuchten).
had
heeft
zucht
hebt
had
gezucht
had
heeft
zucht
had
heeft
gezucht
Welke vervoegingen zijn goed?
Tijdens het eten (verbranden) zij haar tong, maar koud water (kunnen) de pijn (verzachten).
verbrande
kan
verzachtten
verbrandde
kon
verzachten
verbrande
kan
verzachten
verbrandde
kent
verzachtten
