wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Examen geschiedenis vwo 6 deel I

Total questions: 7

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk de bron: Werktuigen gevonden in Zuid-Europa, daterend van rond 1500 v.Chr. Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze bron?

a)

De levenswijze van jagers-verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

d)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

2.

Bekijk de bron: Een grotschildering in Zuid-Frankrijk van rond 15.000 - 10.000 v.Chr. Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze bron?

a)

De levenswijze van jagers-verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

d)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

3.

Bekijk de bron: Een kleitablet uit Soemerië met daarop een verslag van belastingopbrengsten, rond 3300 v.Chr. Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze bron?

a)

De levenswijze van jagers-verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

d)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

4.

Bekijk de bron: Een 20e-eeuwse tekening van de Gotische krijgsheer Odoaker in Rome, 476 n.Chr. Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze bron?

a)

De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

b)

De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noord-West Europa

d)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

5.

Bekijk de bron: Een stem uit een schervengericht (ostracisme) uit de polis Athene, rond 390 v.Chr. Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze bron?

a)

De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

b)

De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noord-West Europa

d)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

6.

Bekijk de bron: Een altaar voor de Germaanse godin Nehalennia in Zeeland, rond 30 v.Chr. Welke TWEE kenmerkende aspecten past het beste bij deze bron?

a)

De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

b)

De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noord-West Europa

d)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

7.

Bekijk de bron: Ketters worden voor de leeuwen gegooid omdat ze keizer Nero weigeren te eren, rond 60 n.Chr. Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze bron?

a)

De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

b)

De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noord-West Europa

d)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur