wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D toets - Tweede Wereldoorlog

Total questions: 30

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer namen de Verenigde Staten deel aan de Tweede Wereldoorlog?

a)

Na de Slag om Stalingrad

b)

Na de inval in Polen

c)

Na de aanval op Pearl Harbor

d)

Na de atoombom op Hiroshima

2.

Wat was de eerste grote nederlaag van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog?

a)

de Slag om Stalingrad

b)

de inval in Polen

c)

de aanval op Pearl Harbor

d)

D-Day

3.

Wat was een gevolg van de atoombommen op Hiroshima?

a)

Japanse capitulatie

b)

Duitse capitulatie

c)

Japanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog

d)

Amerikaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog

4.

In welk jaar begon de Tweede Wereldoorlog?

(vul alleen de cijfers in)

(a)  

5.

Welke TWEE landen behoren samen met Duitsland tot de Driebond?

(klik twee juiste antwoorden aan)

a)

Japan

b)

Sovjet-Unie

c)

Italië

d)

Verenigde Staten

e)

Oostenrijk

6.

Welk begrip betekent

"jezelf overgeven aan de vijand in een oorlog"?

a)

capituleren

b)

communiceren

c)

conserveren

d)

contracteren

7.

Zet de onderstaande gebeurtenissen in chronologische volgorde:

A: Atoombom op Hiroshima

B: D-Day

C: Inval in Polen

D: Slag om Stalingrad

a)

C - D - B - A

b)

C - D - A - B

c)

D - C - B - A

d)

D - B - C - A

e)

C - B - A - D

8.

Zet de onderstaande gebeurtenissen in chronologische volgorde:

A: Duitsland capituleert

B: Italië capituleert

C: Japan capituleert

a)

B - A - C

b)

A - B - C

c)

B - C - A

d)

C - B - A

e)

C - A - B

9.

Waarom sloot Hitler een verdrag met de Sovjet-Unie, voordat hij Polen aanviel?

a)

Duitsland en de Sovjet-Unie waren bevriende landen die graag wilden samenwerken om Europa te veroveren.

b)

Duitsland en de Sovjet-Unie waren geen vrienden, maar hadden er allebei belang bij om Polen onderling te verdelen zonder elkaar aan te vallen.

c)

Duitsland en de Sovjet-Unie waren allebei dictatoriaal geregeerde landen die elkaar nodig hadden om de aanvallen van de democratische landen te weerstaan.

d)

Duitsland en de Sovjet-Unie waren buurlanden die altijd al hadden samengewerkt om Polen in handen te krijgen.

10.

Waarom durfde Hitler de afspraken van München wel te breken en verwachtte hij niet direct tegenstand van Groot-Brittannië en Frankrijk?

a)

Groot-Brittannië had bij de Conferentie van München ingestemd met de aanval op Polen om verdere conflicten te voorkomen.

b)

Polen had geen vriendschappelijke banden of afspraken met andere Europese landen.

c)

De conferentie van München had bewezen dat Groot-Brittannië en Frankrijk aarzelden om Hitler tegen te houden.

d)

Door het Molotov-Von Ribbentroppact durfde Groot-Brittannië en Frankrijk geen stappen te ondernemen omdat ze bang waren voor Stalin.

11.

Bekijk de bron.

Is de cartoonist een vóór- of tegenstander van de oorlog die Hitler begint? Of is de tekenaar neutraal?

a)

Voor

b)

Tegen

c)

Neutraal

12.

Welk Europees land is niet door het Duitse leger veroverd?

a)

Engeland

b)

Frankrijk

c)

Polen

d)

Noorwegen

13.

In welk jaar kwam Hitler aan de macht in Duitsland?

a)

1921

b)

1922

c)

1933

d)

1934

14.

Door de aanval op welk land brak de Tweede Wereldoorlog uit?

a)

Polen

b)

Oostenrijk

c)

Tsjechië

d)

Nederland

15.

Waar of niet waar?


"Japan startte zijn veroveringen van Zuidoost Azië tijdens het Interbellum"

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Waar of niet waar?


"Frankrijk bezette het Duitse Rijnland en Ruhrgebied militair, om zeker te zijn de herstelbetalingen te krijgen"

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Waar of niet waar?


"De SA en SS zijn beide knokploegen van de NSDAP"

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Waar of niet waar?


"Roosevelt was gedurende de hele Tweede Wereldoorlog president van de VS"

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Waar of niet waar?


" Frankrijk, België en Zuid-Nederland waren in de winter van 1944 voor het overgrote deel al bevrijdt"

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Waar of niet waar?


"Een gevolg van Operatie Barbarossa was dat de USSR zich aansloot bij de geallieerden."

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Welk begrip hoort bij de bijgevoegde afbeelding?

a)

Anschluss, inlijving van van Oostenrijk

b)

Appeasement, conferentie van Munchen

c)

Dolkstootlegende, "verraad van Duisland"

d)

Inname van het Rijnland

22.

Naar welke gebeurtenis verwijst deze cartoon?

a)

Het AS-bondgenootschap met Italië

b)

De bombardementen tijdens de Spaanse Burgeroorlog

c)

Niet-aanvalsverdrag met Sovjet-Unie

d)

De Slag om Stalingrad

23.

De Duitse oorlogstactiek (aanvalstactiek) van een snelle geconcentreerde aanval op een beperkte linie met inzet van tanks, mobiele troepen en luchtmacht noemen we

a)

Blitzkrieg

b)

Schlieffenplan

c)

Operatie Fall Gelb

24.

Hitler voerde een politiek van Heim ins Reich. Deze politiek kan in verband worden gebracht met ...

a)

het innemen van Oostenrijk, Sudetenland en delen van Polen

b)

het innemen van België, Nederland en Denemarken

c)

het bondgenootschap met Mussolini (AS Rome-Berlijn)

d)

Operatie Barbarossa om zo heel Oost-Europa in handen te krijgen.

25.

Waarom was de Hitlerjugend een belangrijk onderdeel van Hitlers oorlogsplannen?

a)

De kinderen konden gemakkelijk als spionnen worden ingezet

b)

De kinderen werden klaargestoomd om op hun 18e direct in het leger te dienen.

c)

De kinderen werden ingezet in de oorlogsindustrie

d)

De kinderen vormde een speciale eenheid die door de geallieerden niet werd aangevallen (omdat het kinderen waren)

26.

Welke drie gebeurtenissen kunnen worden gezien als keerpunten in de oorlog?

(dus drie juiste antwoorden aanvinken)

a)

De VS sloot zich aan bij de geallieerden

b)

De Slag om Stalingrad

c)

D-Day

d)

De Slag om El Alamein

e)

De Slag om Engeland

27.

Welke leider tijdens de Tweede Wereldoorlog was geen dictator?

a)

Stalin

b)

Franco

c)

Mussolini

d)

Churchill

28.

Op de foto is de evacuatie van Britse troepen te zien in 1940. Bij welke stad ontvluchtte de Britse troepen het vaste land van Europa voor de oprukkende Duitse troepen?

a)

Den Helder

b)

Duinkerken

c)

Normandië

d)

Calais

29.

Welke stad werd geen slachtoffer van terreurbombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog?

a)

Hiroshima

b)

Londen

c)

Rotterdam

d)

Parijs

30.

De foto is gemaakt in 1944 in Zuidoost Azië.

Welk begrip past het beste bij de bron?

a)

Island hopping

b)

Kamikaze

c)

Atoombom

d)

Slag in de Javazee