wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling elektriciteit

Total questions: 18

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.
In een serieschakeling is de spanning overal hetzelfde.
a)
Waar
b)
Niet waar
2.
In een parallelschakeling is de stroomsterkte overal hetzelfde.
a)
Waar 
b)
Niet waar
3.
Welke zin over het schakelschema in het plaatje klopt?  Het getoonde schakelschema is een:
a)
Parallelschakeling met 2 lampjes en 1 spanningsbron
b)
Parralelschakeling met 2 schakelaars en 1 spanningsbron
c)
Serieschakeling met 2 lampjes en een weerstand
d)
Serieschakeling met 2 lampjes en 1 spanningsbron
4.
Hoeveel stroomkringen heeft het schakelschema in het plaatje?
a)
3
b)
5
c)
6
d)
7
5.
Met welke schakeling bepaal je spanning over het lampje en de stroomsterkte door het lampje?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
6.
Welke spanning geeft de Voltmeter aan?
a)
1,25 V
b)
1,5V
c)
12,5 V
d)
15 V
7.
Wat voor schakeling wordt in de afbeelding weergegeven?
a)
Een serieschakeling
b)
Een parallelschakeling
8.

welke van de 4 opties is een geleider?

a)

Koper

b)

plastic

c)

rubber

d)

Hout

9.

welke van de 4 heeft alleen spanningsbronnen?

a)

batterij, dynamo, lamp

b)

batterij, accu, dynamo

c)

batterij, accu, HDMI kabel

d)

batterij, playstation,toaster

10.

je ziet hier een schakeling. Wat wijst het pijltje aan?

a)

Batterij

b)

krokodillen tangen

c)

schakelaar

d)

gebroken draad

11.

Welke stof is GEEN geleider?

a)

Ijzer

b)

Koolstof

c)

Koper

d)

Plastic

12.

Ik heb een schakeling met 1 lamp, die veel licht geeft.

Nu voeg ik een tweede lamp toe aan de schakeling (zoals in het plaatje rechts). Wat gebeurt er met het licht van de lampen?

a)

Allebei de lampen blijven even fel branden als in de schakeling links.

b)

Allebei de lampen branden niet.

c)

Allebei de lampen branden half zo fel als bij de schakeling links.

d)

Lamp 1 brand net zo fel als bij de linker schakeling, omdat het alle stroom verbruikt en lamp 2 staat uit.

13.

Wat zijn de voordelen van een parallel schakeling?

a)

Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.

Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.

b)

Bij een parallel schakeling heb je slechts 1 stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.

Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.

c)

Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.

Maar alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden.

d)

Bij een parallel schakeling heb je een stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.

Alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden

14.

Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampen?

a)

Alle lampjes gaan uit

b)

De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder branden

c)

Er gebeurt helemaal niets

d)

Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit is gedraaid, werken nog.

15.

Wanneer kan er in een stroomkring stroom lopen?

a)

Als het rode draad in de plus kant zit en het zwarte draad in de min kant

b)

Als er genoeg isolatoren in de stroomkring zitten

c)

Alleen als de stroomkring gesloten is

d)

Alle drie de antwoorden zijn juist

16.

Ik heb een serieschakeling van 2 gelijke lampjes. De bronspanning bedraagt 6V. Welk spanning zullen we over lampje 1 meten?

(a)  

17.

In deze gemengde schakeling hebben we een bronspanning van 12V. Over lampje 1 zit een spanning van 4V. Welke spanning krijgen we in lampje 3 als we weten dat lampje 2 en 3 gelijk zijn?

(a)  

18.

Bekijk de schakeling op de afbeelding. Welke bronspanning mogen we hier verwachten?

a)

22V

b)

44V

c)

48V

d)

26V