wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

5 Havo / 6VWO endogeen / exogeen / klimaat

Total questions: 75

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Welk verschijnsel zie je op de foto?

a)

Sedimentatie

b)

Erosie

c)

Verwering

d)

Morenen

2.

Welk verschijnsel zie je hier?

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Vorstverwering

3.

Welk begrip komt niet voor op deze foto

a)

Morenen

b)

Gletsjer

c)

Oud gebergte

d)

U-dal

4.

Welke kenmerken heeft een jong gebergte?

a)

Glooiende toppen

b)

Vaak boven de boomgrens

c)

Eeuwige sneeuw

d)

Lagere bergen

e)

Scherpe bergtop

5.

Kalksteen dat oplost in water is...

a)

Vorstverwering

b)

Biologische verwering

c)

Chemische verwering

d)

Geen van bovenstaande antwoorden is juist.

6.

Op dit plaatje zie je een fossiel en dat is een afdruk van een dood zeedier dat misschien wel 200.000 jaar geleden leefde.

a)

Deze stelling klopt

b)

Deze stelling klopt niet

7.

Yorric zegt: de Alpen worden nog steeds hoger want de Afrikaanse plaat beweegt nog steeds naar de Europese plaat


Charlotte zegt: de Alpen worden juist afgebroken, want verwering en erosie zorgen ervoor dat het gebergte lager wordt.

a)

Yorric is tha man. Hij heeft gelijk. (Jongens hebben sowieso altijd gelijk)

b)

Charlotte is het slimst. Zij heeft gelijk. (Meisjes zijn sowieso slimmer dan jongens)

c)

Yorric en Charlotte hebben allebei gelijk. (Zijn meisjes en jongens dan toch even slim?)

d)

Yorric en Charlotte kunnen beter terug naar de brugklas. Ze hebben allebei GEEN gelijk.

8.

Bij welke vervoerder kan er na transport sedimentatie plaatsvinden?

a)

Water van een rivier

b)

Water van de zee

c)

Wind

d)

IJs

9.

Wat zie je hier?

a)

Kustbescherming. Door middel van graswortels wordt het zand vastgehouden, zo blijft de kust in Nederland stevig.

b)

De geboorte van een duin. Wind blaast zand tegen een graspol aan, het zand blijft liggen, en het hoopje groeit uit tot een duin.

c)

Een (Duits) kind heeft heel bijzondere zandkasteeltjes gebouwd

d)

Een hond heeft z'n behoefte begraven en er een vlaggetje op gezet.

10.

Wat zie je hier?

a)

Stalactieten

b)

Stalagmieten

c)

Zuilen

d)

Doline

11.

Wat voor soort dal zie je op deze foto?

a)

Een V dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een rivier

c)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

d)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

12.

WELKE STELLINGEN ZIJN JUIST?

1: Water in een rivier stroomt overal even hard

2: Op deze foto zie je een meander

3: In Nederland komen veel meanderende rivieren voor

4: Een meander en hoefijzermeer hebben met elkaar te maken.

a)

Stelling 1, 2 zijn juist. 3 en 4 zijn onjuist

b)

Al deze stellingen zijn onjuist

c)

Stelling 1, 2 en 3 zijn juist.

d)

Stelling 2 en 4 zijn juist. Stelling 1 en 3 zijn onjuist

13.

1: Deze rotsen in zee zijn van een heel hard soort gesteente gemaakt.

2: Op deze foto kun je erosie herkennen

3: Deze boog is voor toeristen gemaakt

4: Deze boog zul je over 500 jaar waarschijnlijk niet meer terug kunnen vinden.

a)

1, 2, 3 en 4 zijn juist.

b)

1 en 4 zijn juist.

c)

De stellingen kloppen bijna, maar net niet helemaal

d)

1, 2 en 4 zijn juist

14.
Welk begrip pat bij: De hoeveelheid water die een gebied binnenkomt en uitgaat.
a)
Waterkringloop
b)
Nuttige neerslag
c)
Fossiel water
d)
waterbalans
15.
Welk begrip hoort bij: Water in de grond dat stamt uit eerdere tijden.
a)
Aquifer
b)
Fossielwater
c)
Oppervlaktewater
d)
Grondwater
16.
Waar op aarde is het grootste deel van het zoete water opgeslagen?
a)
In de atmosfeer
b)
In de rivieren
c)
In meren
d)
In gletsjers
17.
In Nederland is de nuttige neerslag in de winter hoger dan in de zomer, omdat er in de winter meer neerslag valt.
a)
Juist
b)
Onjuist
18.
Er is geen sprake van duurzaam waterbeheer als
a)
een bierbrouwerij uit Dommelen water oppompt uit een aquifer.
b)
een tuinder in het Westland regenwater opvangt om zijn gewassen mee te besproeien.
c)
een boer in Arcen water uit de Maas pompt om zijn maïsakkers te beregenen.
d)
een ontziltingsbedrijf in Katwijk van zeewater drinkwater maakt.
19.

Welke soort verwering zie je hier?

a)

Chemische verwering, temperatuurverschillen

b)

Mechanische verwering, vorstverwering

c)

Mechanische verwering, plantenwortels

d)

Mechanische verwering, temperatuurverschillen

20.

Welke soort verwering zie je hier?

a)

Chemische verwering, plantenwortels

b)

Mechanische verwering, plantenwortels

c)

Chemische verwering, vorstverwering

d)

Mechanische verwering, vorstverwering

21.

Welke soort verwering zie je hier?

a)

Chemische verwering

b)

Mechanische verwering, plantenwortels

c)

Mechanische verwering, vorstverwering

d)

Je ziet hier geen verwering, maar erosie

22.

Wat zijn de kenmerken van een tropische regenwoudklimaat?

a)

Weinig neerslag en temp. van 18 graden

b)

Veel neerslag en temp. van 25 a 35 graden

c)

Weinig neerslag en temp. van 25 a 35 graden

d)

Veel neerslag en temp. van 18 graden

23.

Wat voor soort planten kun je vinden in de savanne?

a)

Kort gras en veel bomen

b)

Weinig of geen bomen en hoog gras

c)

Hoog gras en een aantal bomen

d)

Alleen bomen en geen gras

24.

Wat is het verschil tussen de steppe en de savanne?

a)

Er valt meer regen en de temp. is hoger

b)

Er valt minder regen en de temp. is lager

c)

Er valt minder regen en de temp. is hoger/lager

d)

Er valt net zoveel regen en de temp. is hetzelfde

25.

Welk seizoen is het op het Noordelijke halfrond?

a)

Herfst

b)

Lente

c)

Zomer

d)

Winter

26.

Dit klimaat heeft warme en droge zomers en natte maar niet heel koude winters. Mensen gaan hier krijg hier op vakantie heen. Welk klimaat is dit?

a)

Tropische Regenwoudklimaat

b)

Middellandse Zeeklimaat

c)

Gematigd Zeeklimaat

d)

Savanneklimaat

27.

welke plaatbeweging wordt hier afgebeeld?

a)

Divergentie

b)

Convergentie

c)

Transform

d)

Subductie

28.

Welke vorm van vulkanisme is het stroperigst?

a)

subductie

b)

Caldera

c)

Effusief

d)

Explosief

29.

Verklaren waar de letters Cs voor staan (volgens Köppen)

a)

Constant superdroog

b)

Zeeklimaat droge winter

c)

Zeeklimaat droge zomer

d)

Zeeklimaat vochtig (altijd)

30.

Verklaren waar de letters Cs voor staan (volgens Köppen)

a)

Constant superdroog

b)

Zeeklimaat droge winter

c)

Zeeklimaat droge zomer

d)

Zeeklimaat vochtig (altijd)

31.

Welke eigenschappen horen bij een mediterraan klimaat?

a)

het is altijd warmer dan 18 graden

b)

vegetatie kokospalm

c)

steppegebied

d)

het is altijd warmer dan 25 graden

e)

Er is een droge periode

32.

Waar liggen liggen de subtropische zones op Aarde?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

33.

Wat kun je zeggen over het Middellandse zeegebied en de intensiteit van de neerslag?

a)

hoog

b)

onregelmatig

c)

laag

d)

verwaarloosbaar

34.

Omschrijf Mediterrane vegetatie in 30 woorden.

a)

Typisch voor het mediterrane ecosysteem is dat het relatief warm en vochtig is, er leven vele plant- en diersoorten. Het wordt bedreigd door houtkap en andere menselijke activiteiten. Het is het soortenrijkste ecosysteem ter wereld, en ook het oudste.

b)

Typisch voor het mediterrane ecosysteem is dat samen het grootste bosgebied op aarde vormt. Het is het noordelijkste gebied waar (merendeels) naaldbomen, en de daarvan afhankelijke diersoorten en vegetatie, kunnen overleven.

c)

Typisch voor het mediterrane ecosysteem zijn het altijdgroene, dichte struikgewas met harde blaadjes, met hier en daar nog restanten bos. Het meeste bos is verdwenen door begrazing door vee en door branden.De vegetatie is zo karakteristiek dat er locale namen bestaan: in het Middellandse Zeegebied spreekt men bijvoorbeeld van Maquis en in Californië van Chaparral.

35.

Wat is de variabiliteit van de neerslag in Spanje?

a)

best wel lekkuh...

b)

laag

c)

hoog

d)

onregelmatig

36.

Om zo weinig mogelijk verzilting te veroorzaken, kunnen boeren het best gebruik maken van

a)

Druppelirrigatie

b)

Beregening

37.

In de zomer in het Middellandse Zeegebied is er een

a)

Negatieve waterbalans

b)

Positieve waterbalans

38.

Welk klimaat bevind zich vaak rond de evenaar?

a)

Woestijnklimaat

b)

Gematigd klimaat

c)

Tropisch regenwoudklimaat

d)

Poolklimaat

e)

Weet ik niet

39.

Op welke locatie ligt plaats X?

a)

30° ZB, 40° OL

b)

90° ZB 40° OL

c)

30° NB, 40° OL

d)

Weet ik niet

40.

Op welke locatie ligt plaats X?

a)

60° ZB, 80° WL

b)

60° NB, 80° OL

c)

80° NB, 60° OL

d)

80° OL, 60° WL

41.

Overbeweiding is een oorzaak van

a)

Verwoestijning

b)

Verzilting

c)

Versnelde bodemerosie

42.

Verkeerd of teveel irrigeren is een oorzaak van

a)

Verwoestijning

b)

Verzilting

c)

Versnelde bodemerosie

43.

Ontbossing is een oorzaak van

a)

Verwoestijning

b)

Verzilting

c)

Versnelde bodemerosie

44.

Wat is geen geofactor?

a)

Reliëf

b)

Bodem

c)

Klimaat

d)

Vulkanisme

45.

Welke twee geofactoren bepalen in hoge mate het type landschapszone?

a)

Klimaat en ondergrond

b)

Mens en bodem

c)

Water en flora

d)

Klimaat en bodem

46.

Wat is de belangrijkste oorzaak van landdegradatie?

a)

Landbouwkundige ingrepen

b)

Veel neerslag

c)

Veel reliëf

d)

Weinig neerslag

47.

Welke vorm van irrigatie is het meest duurzaam?

a)

Geulirrigatie

b)

Beregenen

c)

Druppelirigatie

d)

Strip cropping

48.

Op de foto zie je een voorbeeld van .....

a)

strip cropping

b)

capillaire werking

c)

uitputting

d)

monocultuur

49.

Bodemerosie onstaat door:

a)

ontbossing

b)

overbeweiding

c)

capillaire werking

d)

strip cropping

50.

Een landschapszone is een gebied met dezelfde oorspronkelijke plantengroei

a)

Juist

b)

Onjuist

51.

Het Middellandse Zeegebied ligt in de ..... zone

a)

tropische

b)

aride

c)

gematigde

d)

subtropische

52.

De achteruitgang van de kwaliteit van de bodem en het landschap

a)

Verzilting

b)

Verwoestijning

c)

Landdegradatie

d)

Ontbossing

53.

Als je van de evenaar naar de polen loopt, komt je eerst door de gematigde zone en dan pas door de boreale zone.

a)

Juist

b)

Onjuist

54.

Verzilting wordt met name door de mens veroorzaakt.

a)

Juist

b)

Onjuist

55.

Wat is een verschil tussen de land en zeeklimaten, als het gaat om de temperatuur?

a)

Het verschil in graden tussen zomer en winter is voor zeeklimaten kleiner

b)

In de landklimaten is het in de winter droger

c)

In de zeeklimaten groeien vooral loofbossen

d)

De landklimaten komen meer voor op de wereld

56.

Wat is een verschil tussen het middellandszeeklimaat en het gematigd zeeklimaat

a)

geen verschil

b)

Het middellandszeeklimaat ligt niet langs de zee

c)

Het middellandszeeklimaat is in de zomer warmer, en in de winter kouder

d)

Het middellandszeeklimaat is in de zomer droger

57.

Welke zin klopt volledig?

a)

Aanlandige wind zorgt in Nederland in de zomer voor warmere temperaturen

b)

Aanlandige wind zorgt in Nederland in de zomer voor verkoeling

c)

Aanlandige wind zorgt in Nederland in de winter voor verkoeling

58.

Waarom heeft Nederland een zeeklimaat?

a)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de Noordzee

b)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de land

c)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de Middellandse zee

d)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de Kaspische Zee

59.

Wat is de ITCZ?

a)

Een gebied met lage druk rond de evenaar

b)

Een gebied met hoge druk rond de evenaar

c)

Een gebied met lage druk rond de poolgebieden

d)

Een gebied met hoge druk rond de poolgebieden

60.

In juni ligt de ITCZ...

a)

meer naar het noorden

b)

meer naar het zuiden

61.

Lucht stroomt altijd van....

a)

L naar H

b)

H naar L

c)

L naar L

d)

H naar H

62.

Ligt de ITCZ boven India, dan...

a)

Is er een regentijd

b)

Is er een droge tijd

63.

Tijdens de moessontijd...

a)

waait de wind via zee naar het lagedrukgebied boven India

b)

waait de wind via het land naar het lagedrukgebied in het zuiden

64.
Wanneer je op het noordelijk halfrond met de wind in je rug staat, dan heeft de wind een afwijking naar:
a)
rechts
b)
links
65.
Waarvoor staat ITCZ?
a)
Intertropische concentratiezone
b)
Intertropische convergentiezone
c)
Intertropische conclusiezone
d)
Geen flauw idee!
66.

Cherapunji is de natste plaats op aarde vanwege de combinatie van de moesson en...?

a)

Een hogedrukgebied

b)

Stuwingsneerslag

c)

Stijgingsneerslag

d)

Zonneschijn

67.
Bij een lagedrukgebied is er sprake van:
a)
een dalende luchtbeweging
b)
een stijgende luchtbeweging
68.

Welk klimaatdiagram hoort bij een landklimaat met het hele jaar door neerslag (Df-klimaat)?

a)
b)
c)
d)
69.

Bij welk klimaat kijken we niet naar temperatuur, maar alleen naar de neerslag of het ontbreken van neerslag?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

70.

De diepwaterpomp ligt voor de kust van IJsland

a)

Juist

b)

Onjuist

71.

Door welke factoren wordt de thermohaliene circulatie in beweging gebracht?

a)

Temperatuur

b)

Wind

c)

Zoutgehalte

d)

Golfstroom

72.
Wind waait aan het aardoppervlak van:
a)
hoge druk naar lage druk
b)
lage druk naar hoge druk
73.
Dalende lucht is.......?
a)
koude lucht
b)
droge lucht
c)
warme lucht
d)
vochtige lucht
74.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaat kringloop

c)

Waterkringloop

d)

Waterwegen

75.

de evenaar ontvangt veel zonne-energie door (2 antwoorden aanvinken):

a)

de lange daglengte

b)

de loodrechte zonnestand

c)

de korte afstand van een zonnestraal door de atmosfeer

d)

de korte afstand tot de zon

e)

de grote omtrek van de aarde bij de evenaar