wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De wet van Ohm - oefenen

Total questions: 13

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Wat betekent het plaatje?
a)
oom
b)
ohm
c)
ohmega
d)
weerstand
2.

In de wet van Ohm schrijven we voor de weerstand de letter:

a)

R

b)

A

c)

V

d)

U

3.

Wat is de wet van Ohm?

a)

R =UIR\ =\frac{U}{I}

b)

R =IUR\ =\frac{I}{U}

c)

U=IRU=\frac{I}{R}

d)

I =U×RI\ =U\times R

4.

Door een weerstand loopt een elektrische stroom met een stroomsterkte van 2 A.

De spanning over deze weerstand is 50 V.

Bereken de weerstand.

(a)  

5.

Bereken de weerstand van het lampje.

(a)  

6.

Bereken de spanning over het lampje.

(a)  

7.

Welke stroomsterkte loopt er door het lampje?

(a)  

8.

Bereken de weerstand van het RECHTSE lampje.

(a)  

9.

Dezelfde afbeelding als de vorige vraag: Bereken nu de weerstand van het LINKSE lampje.

(a)  

10.

Begrijp je deze oefeningen?

a)

Ja, ik begrijp ALLE oefeningen.

b)

Ik begrijp de meeste oefeningen maar de laatste was te moeilijk.

c)

Ik begrijp deze oefeningen nog niet, maar wel de formules.

d)

Ik begrijp de oefeningen en theorie allebei niet.

11.

Je kan extra oefenen door zélf in de simulatie oefeningen te bouwen en deze uit te rekenen. Vooral de schakeling met één lampje moet je zeker zelf kunnen oefenen.

a)
b)
c)
d)
12.

In een serieschakeling is de ....... altijd overal gelijk.

a)

Weerstand

b)

Stroomsterkte

c)

Spanning

d)

Volt

13.

In een parrallelschakeling is de (a)   altijd overal gelijk.