wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Arbeid en vermogen

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Met welke formule bereken je het vermogen bij een constante gelijkspanning?

a)

W = U . I . cos (phi)

b)

P = U . I

c)

P = U . I . t

d)

W = U . I . t

2.

Met welke formule kun je de arbeid berekenen als U en I in fase zijn.

a)

P = W · t . cos(phi)

b)

W = P / t

c)

W = P · t . cos(phi)

d)

W = P · t

3.

Wat meet je met een wattmeter?

a)

gemiddeld vermogen

b)

ogenblikkelijk vermogen

c)

gemiddelde arbeid

d)

ogenblikkelijke energie

4.

Hoe groot is het gemiddeld vermogen als U en I 90° ten opzichte van elkaar

verschoven zijn?

a)

P = U . I

b)

0 J

c)

0 W

d)

0 kWh

5.

Waarom wordt er door een condensator geen arbeid verricht?

a)

Een condensator kan geen energie opslaan.

b)

Een condensator zorgt voor een onderbreking in de stroomkring.

c)

Een condensator neemt energie op bij het laden en geeft die energie terug aan

het net tijdens het ontladen.

d)

Een condensator neemt energie op bij het laden en stockeert die energie.

6.

Bij welke belasting spreken we van slingerenergie, reactieve energie of blinde

energie?

a)

Bij een ideale spoel en een ideale condensator

b)

Bij een ideale weerstand en een ideale condensator

c)

Bij een ideale spoel en een ideale weerstand

d)

Bij een weerstand, spoel en condensator

7.

Met welke formule kun je het gemiddeld vermogen berekenen als er een willekeurige

faseverschuiving tussen U en I is?

a)

W = U · I · cos φ . t

b)

P = U · I · sin φ

c)

P = U · I · cos φ

d)

W = U · I · sin φ

8.

Welke stroom vloeit er door een verbruiker met gegevens P = 3 600 W;

U = 400 V; cos φ = 0,9?

a)

3 A

b)

12 A

c)

8 A

d)

10 A

9.

Vul in :

1 kWh = .... J

a)

1 000 J

b)

3 600 J

c)

3 600 000 J

d)

3,6 J

10.

Met welke letter worden de vermogens voorgesteld?

a)

Reactief vermogen: S

Schijnbaar vermogen: Q

Actief vermogen: P

b)

Reactief vermogen: Q

Schijnbaar vermogen: P

Actief vermogen: S

c)

Reactief vermogen: P

Schijnbaar vermogen: S

Actief vermogen: Q

d)

Reactief vermogen: Q

Schijnbaar vermogen: S

Actief vermogen: P

11.

Vul aan

P = U . I . cos(phi) eenheid .... symbool eenheid ....

a)

eenheid: watt symbool eenheid: W

b)

eenheid: joule symbool eenheid: J

c)

eenheid: volt-ampère

symbool eenheid: VA

d)

eenheid: watt symbool eenheid: VA

12.

Met welke formule bereken je het vermogen bij een constante gelijkspanning?

a)

W = U . I . cos (phi)

b)

P = U . I

c)

P = U . I . t

d)

W = U . I . t