wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

frans contact 9

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

een adres

a)

un adresse

b)

une adresse

c)

de adresse

d)

le adresse

2.

un ballon

a)

een ballon

b)

een bal

c)

een balletje

d)

een bol

3.

sportschoenen

a)

la couchers des sport

b)

une choussures de sport

c)

des chaussures de sport

d)

les choussures de sport

4.

een verdieping

a)

un étage

b)

une étage

c)

un etage

d)

de etage

5.

la gym

a)

de turnen

b)

het turnen

c)

meer turnen

d)

niet turnen

6.

een ziekenhuis

a)

une hopital

b)

une hôpital

c)

un hôpital

d)

un hopital

7.

un immeuble

a)

een verdieping

b)

een flatgebouw

c)

een toeren

d)

een koppel

8.

het joggen

a)

la jogging

b)

la joging

c)

le jogging

d)

le joging

9.

le judo

a)

taikwando

b)

het judo

c)

judolen

d)

een judo

10.

un match

a)

wedstrijd

b)

voetballen

c)

jumping

d)

matchens

11.

la natation

a)

zwemvlies

b)

het zwemmen

c)

vissen

d)

ploeteren

12.

een brug

a)

un pont

b)

une ponte

c)

des pontes

d)

la ponte

13.

une salle

a)

koer

b)

een zaal

c)

een zaak

d)

een dier

14.

een tram

a)

une tram

b)

un trame

c)

un tram

d)

une tramin

15.

sterk

a)

fort(e)

b)

fort(s)

c)

fort(h)

d)

fort(y)

16.

cinquième

a)

vijgde

b)

vijfde

c)

zesde

d)

vierde

17.

quatrième

a)

vijfde

b)

vierde

c)

zevende

d)

achtste

18.

toebehoren

a)

appartenir (à)

b)

appartenir (o)

c)

appartenir (e)

d)

appartenir (a)

19.

stoppen

a)

arretse

b)

s'arrêter

c)

s' arreters

d)

s'arretsens

20.

moeten

a)

devoir

b)

devoier

c)

devoires

d)

devioreses

21.

jongler

a)

jodelen

b)

jongen

c)

jongleren

d)

dutten

22.

du foot

a)

eten

b)

voetballen

c)

shotten

d)

poten