wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Doodstraf

Total questions: 15

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

De doodstraf schrikt af. Het is een waarschuwing tegenover mogelijke misdadigers

a)
b)
c)
2.

Je moet een zware misdadiger zelf laten ondervinden wat hij met zijn slachtoffers heeft gedaan: 'Oog om oog, tand om tand.'

a)
b)
c)
3.

Iemand die de doodstraf krijgt, heeft zeker iets verkeerds gedaan, anders kom je niet in die situatie terecht.

a)
b)
c)
4.

Je moet de maatschappij beschermen tegen zware misdadigers.

a)
b)
c)
5.

Het kost veel minder voor de maatschappij. Die hoeft geen voedsel, kleding, onderdak ... te betalen voor de gevangene.

a)
b)
c)
6.

We kunnen eindelijk afrekenen met de misdadigers. De doodstraf sluit uit dat ze vervroegd vrijkomen of hun misdaad herhalen.

a)
b)
c)
7.

De doodstraf vermijdt dat mensen zelf het recht in handen nemen en zich wreken.

a)
b)
c)
8.

De doodstraf maakt het leed van de familie van het slachtoffer draaglijker.

a)
b)
c)
9.

De doodstraf is onherroepelijk. Als het gerecht een fout heeft gemaakt, kan de terdoodveroordeelde niet meer tot leven worden gewekt.

a)
b)
c)
10.

De katholieke kerk vindt dat de wet een passende straf moet toekennen naargelang van het misdrijf. De hedendaagse kerkleiders vinden dat de doodstraf wel uitgesproken maar niet toegepast kan worden.

a)
b)
c)
11.

De doodstraf is helemaal niet afschrikwekkend. In sommige landen met de doodstraf gebeuren er meer misdaden dan in landen waar de doodstraf niet wordt uitgevoerd.

a)
b)
c)
12.

Niemand heeft het recht om iemand anders te doden. Een van de Tien Woorden is: 'Gij zult niet doden.'

a)
b)
c)
13.

De doodstraf is niet zoveel goedkoper dan een levenslange gevangenisstraf: veel processen en procedures bij de doodstraf kosten zeer veel geld. Soms zit de misdadiger ook jaren in de gevangenis voor de doodstraf wordt uitgevoerd.

a)
b)
c)
14.

De doodstraf treft vaak (eerder) de zwakkeren in de samenleving, zoals de zwarten in de VS.

a)
b)
c)
15.

Hoe staat jij tegenover de doodstraf? Voor, tegen of onbeslist (neutraal)?

a)

voor

b)

tegen

c)

onbeslist