wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KNS vragen 1-47

Total questions: 48

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

U ziet een foto. Wie is dit?

a)

Koningin

Maxima

b)

Willem van

Oranje

2.

U ziet de Nederlandse vlag. Wat zijn de kleuren van

de Nederlandse vlag?

a)

rood, wit, blauw

b)

rood, wit, oranje

3.

 

In welk deel van de wereld ligt Nederland?

a)

Zuid-Amerika

b)

Europa

4.

Welk land ligt ten zuiden van Nederland?

a)

België

b)

Duitsland

5.

Welk land ligt ten oosten van Nederland?

a)

België

b)

Duitsland

6.

Welk land is groter?

a)

Marokko

b)

Nederland

7.

Welk land is kleiner?

a)

Nederland

b)

Turkije

8.

Wat betekent Nederland?

a)

laag land

b)

waterland

9.

Kijk naar de foto. Wat is dit?

a)

een dijk

b)

een haven

10.

Wat gebeurt er met Nederland als er geen dijken zijn?

a)

Nederland krijgt

meer regen

b)

Nederland staat

onder water

11.

 

Welke stad ligt in de Randstad?

a)

Eindhoven

b)

Utrecht

12.

In Nederland, wonen daar veel mensen of weinig

mensen?

a)

veel mensen

b)

weinig mensen

13.

Wat is de hoofdstad van Nederland?

a)

Amsterdam

b)

Den Haag

14.

In welke stad zit de regering van Nederland?

a)

Den Haag

b)

Rotterdam

15.

Waar woont de koning van Nederland?

a)

Groningen

b)

uid-Holland

16.

Waar ligt de grootste zeehaven van Nederland?

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

17.

Hoe heet de nationale luchthaven van Nederland?

a)

Europoort

b)

Schiphol

18.

Waar ligt Schiphol?

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

19.

Wie helpt u als u in Nederland aankomt?

a)

de regering

b)

mijn partner

20.

Is Nederland vaak droog of nat?

a)

droog

b)

nat

21.

Als u naar Nederland komt, moet u dan opnieuw uw

rijbewijs halen?

a)

ja

b)

nee

22.

In Nederland, zijn de wegen daar druk of rustig?

a)

druk

b)

rustig

23.

In Nederland, zijn daar veel fietsen of weinig fietsen?

a)

veel

b)

weinig

24.

Wat is typisch Nederlands in het verkeer?

a)

boten

b)

fietsen

25.

Leven Nederlanders veel binnen of buiten?

a)

binnen

b)

buiten

26.

Wie ziet u op het plaatje?

a)

de Koning van

Spanje

b)

Willem van

Oranje

27.

Was de koning van Spanje katholiek of protestants?

a)

katholiek

b)

protestants

28.

Hoe lang bestaat de Nederlandse staat ongeveer?

a)

vijftig jaar

b)

vierhonderd jaar

29.

Waren de VOC-schepen voor de handel of voor de

visvangst?

a)

voor de handel

b)

voor de visvangst

30.

Wie schilderde dit schilderij?

a)

Rembrandt van

Rijn

b)

Willem van

Oranje

31.

Is er in Nederland scheiding van kerk en staat?

a)

ja

b)

nee

32.

Door welk land is Nederland bezet tijdens de Tweede

Wereldoorlog?

a)

Duitsland

b)

Engeland

33.

Welke grote Nederlandse stad is in 1940 gebombar-

deerd?

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

34.

Waarom is Anne Frank beroemd?

a)

Ze schreef een

dagboek

b)

Ze was baas van

een museum

35.

Welke kolonie van Nederland werd onafhankelijk vlak

na de Tweede Wereldoorlog?

a)

Indonesië

b)

Suriname

36.

Uit welk land kwamen veel gastarbeiders?

a)

uit Engeland

b)

uit Turkije

37.

Welke kolonie van Nederland werd in 1975 onafhan-

kelijk?

a)

Nederlandse

Antillen

b)

Suriname

38.

Wie zijn dit?

a)

koning Willem-

Alexander

en koningin

Maxima

b)

prinses Beatrix

en haar man

Claus

39.

Uit welk land komt koningin Maxima?

a)

Argentinië

b)

Duitsland

40.

Hoe heet de kroonprinses?

a)

Amalia

b)

Beatrix

41.

Is Nederland een democratie?

a)

ja

b)

nee

42.

In welke stad zit het parlement van Nederland?

a)

Amsterdam

b)

Den Haag

43.

Wat is de belangrijkste wet in Nederland?

a)

de grondwet

b)

het parlement

44.

Wie is de voorzitter van de raad van ministers?

a)

de koning

b)

de minister-

president

45.

Wie vergaderen in deze zaal?

a)

de Eerste Kamer

b)

de Tweede

Kamer

46.

Hoe vaak zijn er verkiezingen in Nederland?

a)

elke vier jaar

b)

elke zes jaar

47.

Hoe oud moet u zijn om te mogen stemmen in Ne-

derland?

a)

18 jaar

b)

21 jaar

48.

Heeft Nederland één politieke partij of meer politieke

partijen?

a)

één politieke

partij

b)

meer politieke

partijen