wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lijdend en meewerkend voorwerp

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?

De leraar mocht de geslaagden hun diploma overhandigen.

a)

de leraar

b)

de geslaagden

c)

hun diploma

d)

Er is geen meewerkend voorwerp.

2.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?


Op tv maakte de generaal de staatsgreep bekend aan het volk?

a)

op tv

b)

de generaal

c)

de staatsgreep

d)

aan het volk

3.

Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?

Vertelde de leider zijn scouts vannacht een spookverhaal?

a)

de leider

b)

zijn scouts

c)

een spookverhaal

d)

Er is geen meewerkend voorwerp.

4.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?


De gevraagde brochure zullen wij u vandaag nog toesturen.

a)

de gevraagde brochure

b)

wij

c)

u

d)

vandaag

5.

Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?


Om drie uur geeft de bondscoach de pers zijn opstelling door.

a)

om drie uur

b)

de bondscoach

c)

de pers

d)

zijn opstelling

6.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?


Zou u mij een bord spaghetti willen opscheppen?

a)

u

b)

mij

c)

een bord spaghetti

d)

willen opscheppen

7.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?


Waarom heeft niemand dat aan jou verteld?

a)

waarom

b)

niemand

c)

dat

d)

aan jou

8.

Wat is het lijdend voorwerp in onderstaande zin?

Mijn neefje van zes jaar oud wordt altijd door zijn oppas naar de hockeytraining gebracht.

a)

mijn neefje van zes jaar oud

b)

door zijn oppas

c)

naar de hockeytraining

d)

Er is geen lijdend voorwerp.

9.

Zoek het lijdend voorwerp:

Kleding kopen mijn vriendinnen altijd in de uitverkoop.

a)

kleding

b)

mijn vriendinnen

c)

vriendinnen

d)

uitverkoop

10.

Waar of niet waar?


In het zinnetje 'Hij heeft de hele middag gelezen' is ‘de hele middag’ een lijdend voorwerp.

a)

waar

b)

niet waar

11.
In welke zin staat een meewerkend voorwerp?
a)
De zangeres werd eerste tijdens de show.
b)
Ze juichte en sprong een gat in de lucht.
c)
De jury gaf haar de meeste stemmen van allemaal.
d)
Ze ging een schitterende carrière tegemoet. 
12.

(Benoem het onderstreepte zinsdeel) In de zomervakantie laden we onze kampeerspullen in de auto.

a)

Werkwoordelijk gezegde

b)

Onderwerp

c)

Lijdend voorwerp

d)

Meewerkend voorwerp

13.

(Benoem het onderstreepte zinsdeel) Ik heb haar nog nooit met vettig haar zien lopen.

a)

Werkwoordelijk gezegde

b)

Onderwerp

c)

Lijdend voorwerp

d)

Meewerkend voorwerp

14.

Welke zinsdelen komen niet voor in de schuingedrukte zin?

In deze boeken staat wel iets beschreven over Erasmus.

a)

O

b)

LV

c)

MV

d)

LV en MV

15.

Zoek het onderwerp

Niemand was bij de intocht van Sinterklaas onder de indruk van de rode Pieten.

a)

de intocht van Sinterklaas

b)

de rode Pieten

c)

de indruk

d)

niemand