WorksheetsLuchtdruk remmen B
Total questions: 10
Worksheet time: 6mins
Welk verband is er tussen wielbelasting, remkracht en hechtingscoëfficiënt ?
Bij hoge wielbelasting, meer remkracht noodzakelijk.
Bij hoge wielbelasting een lager wrijvinscoëfficiënt.
Bij lage wielbelasting een hoge hechtingscoëfficiënt
Bij lage wielbelasting een hoge remkracht.
Wat gebeurt er met de normaalkracht als de massa door belading van het voertuig toeneemt ?
Deze wijzigt.
De normaalkracht is een vaste waarde.
Deze wordt hoger.
Deze wordt lager.
Welke invloed heeft de plaats van het zwaartepunt ten opzichte van de achteras op het gedrag van het voertuig ?
De dynamische aslast neemt tijdens de remmen toe.
Het gevaar van overberemming op de vooras neemt toe.
Deze kan bij toenemende remvertraging steeds minder remkracht overbrengen.
Door toenemende remvertraging steeds meer remkracht op het systeem.
De Wrijvingscoëfficiënt in de lengterichting van het wiel wordt ............ genoemd ?
Fn
Ub
Fg
Vg
Wielslip treedt op als de wielsnelheid en ............... niet gelijk zijn.
Aslast
Remsnelheid
Voertuigsnelheid
Aslastverandering
Wielslip wordt aangeduid met ?
ASR
ABS
Normaalkracht
Lambda
Met: Fr geven we de ........ aan ?
Remkracht
Slip
Wrijvingscoëfficiënt
Normaalkracht
De dynamische aslastverandering kun je duidelijk voelen, de .......................
ABS treedt in werking.
Achterwielen blokkeren.
Neus duikt naar het wegdek.
ASR grijpt in.
Voor het remsysteem betekend de verplaatsing van de belasting dat de achteras bij toenemende remvertraging steeds ......... remkracht kan overbrengen.
meer
minder
beter
gelijke
Bij het doorslippen van het wiel treedt het ........ systeem in werking.
ABS
ASR
EBD
ABD
