Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oncologie

Total questions: 18

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Teken een maligne tumor en zorg ervoor dat de kenmerken van een maligne tumor duidelijk herkenbaar zijn

2.

Teken een benigne tumor en zorg ervoor dat de kenmerken van een benigne tumor duidelijk herkenbaar zijn

3.

Op welke manieren kunnen maligne tumoren metastaseren (uitzaaien)?

4 lines
4.

Een ander woord voor chemotherapie is?

a)

Cytostaticus

b)

Cytostatica

c)

Tumorremmers

5.

Bij het toedienen van chemotherapie wordt gelet op het............van een zorgvrager.

a)

gewicht

b)

gevoeligheid

c)

leeftijd

d)

Alle antwoorden zijn juist

6.

Chemotherapie doodt ook de gezonde cellen in het lichaam.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Een bijwerking van chemotherapie is.

a)

Toename van stamcellen

b)

Ontstoken mondslijmvlies

c)

Blaasontstekingen

d)

Toename van witte bloedlichaampjes

8.

Wat gebeurt er bij het toepassen van radiotherapie.

a)

DNA wordt beschadigd in de cel en de cel sterft.

b)

De cel verandert van vorm.

c)

DNA wordt vermeerderd in de cel.

d)

De cel verandert genetisch en sterft.

9.

Brachytherapie is:

a)

Externe bestraling gericht op de tumor

b)

Externe bestraling met behulp van een stralingsbron

c)

Interne bestraling met behulp van een stralingsbron

d)

Interne bestraling gericht op het gezonde weefsel

10.

Immuuntherapie wordt bij melanoomkanker toegepast.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Wat is immuuntherapie?

a)

Behandeling gericht op het maken van nieuwe goede cellen door het eigen lichaam

b)

Het actief vaccineren met levende antistoffen tegen de kwaadaardige tumoren.

c)

Behandeling gericht op het vernietigen van kankercellen door het eigen afweersysteem.

d)

Behandeling gericht op de genezing van de stamcellen van de zorgvrager.

12.
Wat is het verschil tussen een goed en een kwaadaardig gezwel?
a)
Van een goedaardig gezwel krijg je geen tumor.
b)
Een goedaardig gezwel zaait niet uit.
c)
Een goedaardig gezwel wordt nooit behandeld. 
d)
Een goedaardig gezwel zit nooit andere weefsels in de weg.
13.
Waarom valt vaak je haar uit en krijg je diarree van een chemokuur? 
a)
Een chemokuur tast alle cellen aan, dus ook je haarzakjes en darmcellen.
b)
Een chemokuur tast deze cellen toevallig, naast kankercellen, ook aan.
c)
Een chemokuur tast alle snel delende cellen aan. Haarzakjes en darmcellen zijn snel delende cellen.
14.
Een sarcoom =
a)
Een kwaadaardig gezwel
b)
Een kwaadaardig gezwel dat ontstaat in de huid
c)
Een kwaadaardig gezwel dat ontstaat in de slijmvliezen
d)
Een kwaadaardig gezwel dat ontstaat in het steunweefsel
15.
Een carcinoom ontstaat in...
a)
Bindweefsel
b)
Kraakbeen
c)
Huid en slijmvliezen
d)
Beenweefsel
16.
Uitzaaiingen bij kanker noemen we ook wel; metastasen.
a)
Juist
b)
Onjuist
17.
Bij lymfogene metastasering verspreiden zieke cellen zich via  de bloedvaten door het lichaam.
a)
Juist
b)
Onjuist
18.
Verspreiding van zieke cellen, via de bloedvaten, noemen we...
a)
Infiltratie
b)
Metastasering
c)
Lymfogene metastasering
d)
Hematogene metastasering