wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Activeren voorkennis medicatie

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
 De wet BIG staat voor: 
a)
Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg 
b)
Wet op de beoefenaren in de individuele gezondheidszorg
c)
Wet op de betrokkenen in de individuele gezondheidszorg
2.
Reden van toediening medicatie is bijvoorbeeld een profylactische werking. Een voorbeeld hiervan is:
a)
Een pijnstiller
b)
Antibiotica
c)
vitamine b12
d)
vaccinatie 
3.
Een zetpil is een verschijningsvorm van een geneesmiddel. Als een arts een zetpil voorschrijft doet hij dit om:
a)
Om de maag te ontzien
b)
Om een snellere opname in het bloed te krijgen 
c)
Om de werking plaatselijk te laten plaatsvinden 
d)
 Alle 3 zijn juist
4.
Een voorbeeld van enteraal medicatie is:
a)
Crèmes 
b)
Poeders voor drank
c)
Injecties
d)
 Oogdruppels 
5.

Bij orale toediening van medicatie gaat een deel van de werkzame stof verloren via de lever. Dit effect heet...? Vul aan.

a)

Enterohepatische kringloop

b)

Excretie

c)

Verminderde leverfunctie

d)

First pass effect

6.
Wat is een voorbehouden handeling?
a)
Handelingen die alleen een verpleegkundige mag doen
b)
Handelingen die een verhoogd risico met zich meebrengen als ze worden uitgevoerd door een ondeskundige
c)
Handelingen die je alleen mag uitvoeren als je het eerst op een pop hebt geoefend
7.

Een patiënt is er slecht aan toe en moet snel medicatie krijgen. Welke toedieningsweg zal je, indien mogelijk, dan kiezen?

a)

Tablet

b)

Intraveneus

c)

Intramusculair

d)

Pleister

8.

In welk orgaan in het lichaam vindt metabolisme plaats van veruit de meeste medicijnen?

a)

Darm

b)

Nieren

c)

Lever

d)

Lymfeklieren

9.

Onder welke type absorptie valt een sonde?

a)

Lokale toediening

b)

Enterale toediening

c)

Parenterale toediening

d)

Zowel enterale als parenterale toediening

10.

Bij het uitgeven van medicatie werk je volgens de regel van 5. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang: Juiste persoon, Juiste medicijn, Juiste dosering van het medicijn, Juiste toedieningswijze, Juiste tijd

a)

Onjuist

b)

Juist