Font size
WorksheetsWoordsoorten oefenen
Total questions: 13
Worksheet time: 8mins
Kies het betrekkelijk voornaamwoord: De reis die ik met deze vrienden maakte, was avontuurlijk.
die
deze
de
vrienden
Kies het betrekkelijk voornaamwoord: Er is iets wat haar dwarszit maar waar die docent niets aan kan doen omdat de docent niets heeft gezien in deze klas.
die
deze
haar
wat
Kies het betrekkelijk voornaamwoord: Toen Ben wilde printen, was het papier, dat hij net had bijgevuld, alweer op. Die printer heeft een te kleine papierbak.
Toen
dat
die
deze
Kies het betrekkelijk voornaamwoord: Die PvD-ers protesteerden tegen een spookhuis dat een terrarium met krekels wil tentoonstellen.
tegen
protesteerden
die
dat
Kies één of meer onbepaalde voornaamwoorden: Gisteren vertelde iemand mij iets wat niemand mag weten.
iemand
iets
wat
niemand
Kies één of meer onbepaalde voornaamwoorden: Zeg zoiets nooit meer tegen iemand van die leeftijd!
zoiets
tegen
iemand
die
Kies één of meer onbepaalde voornaamwoorden: Veel toeschouwers waren enthousiast, maar niemand juichte.
veel
enthousiast
niemand
die
Kies het juiste wederkerend voornaamwoord: Sloof ____ toch niet zo uit.
me
zich
je
hem
Kies het juiste wederkerend voornaamwoord: Dat brengt dit werk nu eenmaal met _____ mee.
me
zich
je
hem
Kies het juiste wederkerend voornaamwoord: Je neemt ____ steeds weer voor om het nu goed te doen.
me
zich
je
hem
Wat is een tussenwerpsel?
Een woord dat je gebruikt voor bevestiging, ontkenning, sociaal contact, emotie, klanknabootsing.
Een woord dat tegelijkertijd een zelfstandig naamwoord is.
Bijvoorbeeld: ja, bah, doei, toktok.
Uitroepen en klanknabootsingen die vaak van de rest worden gescheiden door een komma.
Kies één of meerdere tussenwerpsels: Sssst, zachter ,alsjeblieft.
Sssst
zachter
ssst-zachter
alsjeblieft
Kies één of meerdere tussenwerpsels: Hey, je hebt toch zeker wel die toets geleerd?
Hey
toch zeker
zeker wel
die toets
