wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling ZV met heelkundige ingreep

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Pre- operatieve periode


Welke stelling is correct?

a)

Deze afwijkende bloedwaarden wijzen op een infectie: CRP, sedimentatie en witte bloedcellen .

b)

Bij alle patiënten gebeuren een EKG en RX thorax en een bloedafname pre-operatief.

2.

Per-operatieve periode


Welke stelling is correct?

a)

Bij analgesie is het bewustzijn van de patiënt verminderd, maar de patiënt is steeds wakker te maken.

b)

Plexus anesthesie, spinale anesthesie en epidurale anesthesie zijn voorbeelden van een ruggenprik.

c)

Spinale of rachiverdoving werkt onmiddelijk en dus sneller dan de epidurale verdoving.

3.

Welke volgorde van 1 tot 5 is correct?

a)

1 ruggemerg 2 arachnoidea 3 epidurale ruimte 4 dura mater 5 pia mater

b)

1 ruggemerg 2 pia mater 3 dura mater 4 epidurale ruimte 5 spina bifida

c)

1 ruggemerg 2 dura mater 3 epidurale ruimte 4 arachnoidea 5 pia mater

4.

Post- operatieve periode


I: Bij een acute bloeding observeren we eerst een vertraagde pols en daarna een versnelde pols.


II: Wanneer een acute bloeding niet behandeld wordt kan dit tot een hypovolemische shock leiden.

a)

stelling I en II zijn waar

b)

enkel stelling I is waar

c)

enkel stelling II is waar

d)

geen enkele stelling is waar

5.

Post-operatieve periode

I: Postoperatieve pijnstilling wordt het best op vraag gegeven wegens het riciso op verslaving.

II: Postoperatieve misselijkheid kan te wijten zijn aan pijnstilling of te snel beginnen eten en drinken.

III: Bij complexe adominale chirurgie moet gewacht worden op flatus, voor de patiënt mag eten en drinken.

a)

alle stellingen zijn waar

b)

stelling I en III zijn waar

c)

enkel stelling II is waar

d)

stelling II en III zijn waar

6.

Ruggenprik, welke stelling is correct?

I Bij epidurale anesthesie heeft de zorgvrager minder kans op hoofdpijn en bloeddrukval dan bij een spinale anesthesie

II Het risico op ademhalingsmoeilijkheden is het hoogst bij spinale anesthesie

a)

enkel de rode stelling I is correct

b)

enkel de blauwe stelling II is correct

c)

Beide stellingen zijn correct

d)

Beide stellingen zijn fout

7.

Postoperatieve pijnstilling, welke stelling is correct?

I Geef pijnstilling op vraag van de ZV om verslaving te voorkomen

II Dipidolor ® is goede post-operatieve pijnstilling uit trap 1

a)

enkel de rode stelling I is correct

b)

enkel de blauwe stelling II is correct

c)

Beide stellingen zijn correct

d)

Beide stellingen zijn fout

8.

Typ het correcte woord:

Bij een stijgende pols en een dalende bloeddruk vermoeden we een (a)  

9.

Meerdere antwoorden mogelijk:


Mogelijke oorzaken van post-operatieve misselijkheid zijn:

a)

PCEA

b)

knik in de leiding van de maagsonde

c)

te snel drinken of eten

d)

de verdoving

10.

Typ het correcte woord:


De infectieparameters in het bloed zijn: leucocyten, CRP en (a)  

11.

Typ het correcte woord:


Mogelijke complicaties na het verwijderen van de PCEA zijn:

tintelingen, gevoelloosheid, verlammingsverschijnselen, hoofdpijn, post punctiesyndroom en (a)  

12.

Typ het correcte woord:


(a)   is een toestand waar het bewustzijn is afgenomen

13.

Typ het correcte woord:


Algemene anesthesie heeft steeds 3 luiken: 1) pijnstilling, 2) slaapinductie en 3)

(a)  

14.

Typ 1 mogelijke oorzaak van postoperatieve stoelgangproblemen:

(a)  

15.

Typ 1 handeling bij een zorgvrager met dorge mond of dorstgevoel post-operatief

(a)  

16.

Wanneer een lokaal anestheticum in een ZENUWTAK geïnjecteerd wordt, spreekt met van

a)

plexusanethesie

b)

blokanesthesie

c)

ringanesthesie

d)

caudaal blok

17.

(Wordt door mij achteraf nagelezen)


Som 5 pre-operatieve voorbereidingen op:

4 lines
18.

(Wordt door mij achteraf nagelezen)


Geef de tussenstappen om van een BLOEDING tot een HYPOVOLEMISCHE SHOCK te komen.


Dus: wat gebeurt in het lichaam wanneer een bloeding niet behandeld wordt?

4 lines
19.

Wanneer wordt de pt als nuchter beschouwd?

a)

2 uur na het innemen van voedsel

b)

4 uur na het innemen van voedsel

c)

6 uur uur na het innemen van voedsel

d)

8 uur uur na het innemen van voedsel