wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 3 ordening

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

De vier goepen organismen zijn:

a)

Zoogdieren

Amphibieen

Reptielen

Vogels

b)

Dieren

Vogels

Incsecten

Planten

c)

Dieren

Planten

Schimmels

Bacterien

2.

Een plantencel heeft:

Meedere antwoorden mogelijk

a)

Een celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

3.

Voorbeelden van celkenmerken zijn:

a)

Celkern- Celwand Bladgroenkorrels

b)

cel onder de microscoop en cel met het blote oog te zien

c)

Bacterie - Schimmel - Plant - Dier

d)

Plant - Dier - Schimmel

4.

Is de volgende stelling juist of onjuist:

Bacterien hebben een celkern.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Welke van de volgende stellingen is juist over vissen ?

a)

Vissen hebben schubben met slijm.

b)

Vissen hebben longen en leven op het land.

c)

Vissen leggen eiren met een schaal

6.

Welke stelling is juist over zoogdieren ?

a)

Zoogdieren leggen eiren zonder schaal

b)

Zoogdieren hebben een huid met haren

c)

Zoogdieren leven alleen in het water

7.

Benoem minstens een kenmerk van een plant.

4 lines
8.

Welke stelling is juist over de zaadplanten ?

a)

Ze hebben bloemen en planten zich voort doormiddel van zaden

b)

Ze hebben bloemen en planten zich voort doormiddel van sporen

c)

Ze hebben geen bloemen en planten zich voort doormiddel van zaden

d)

Ze hebben geen bloemen en planten zich voort doormiddel van sporen

9.

Een moerasvaren is een sporenplant.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Bekijk de foto hiernaast. Welke onderdeel van de schimmel wordt met onderdeel 1 weergegeven ?

a)

De schimmeldraden

b)

De sporen

c)

De padenstoelen

d)

geslachtsorganen

11.

Welke stelling is juist over schimmels?

a)

Cellen van schimmels hebben bladgroenkorrels maar geen celwand en geen celkern

b)

Cellen van schimmels hebben wel een celwand en een celkern maar geen bladgroenkorrels

c)

Schimmels hebben een celkern, bladgroenkorrels en een celwand

12.

Bacterien bestaan uit meerdere cellen

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Bacterien in je darmen helpen bij de vertering bij voedsel

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Bij warm weer leg je voedsel in de koelkast

a)

omdat het voedsel dan beter smaakt

b)

ziekmakende bacteriën kunnen zich dan minder voortplanten

c)

het hoeft niet, eigenlijk is dat onzin

d)

gezonde bacteriën blijven dan beter aanwezig in het voedsel

15.

Stelling 1:Dina zegt dat sla kan bederven door bacteriën, het stinkt dan.

Stelling 2:Robin zegt dat bij de bereiding van yoghurt bacteriën worden gebruikt

Welke van de stellingen is juist ?

a)

Alleen stelling 1 is juist

b)

Alleen stelling 2 is juist

c)

Beide onjuist

d)

Beide juist

16.

Bij de ondezoeksvraag vertel je wat denk je.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Bij het werkplan trek je een conclusie over je onderzoek.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Bekijk het dier op de foto. Tot welke groep gewerwelde dieren behoort dit dier ?

a)

Zoogdieren

b)

Reptielen

c)

Vogels

d)

Vissen

19.

Bekijk het dier op de foto:

Tot welke groep gewerwelde dieren behoort dit dier ?

a)

Vissen

b)

Vogels

c)

Reptielen

d)

Zoogdieren

20.

Bekijk het dier op de foto:

Tot welke groep gewerwelde dieren behoort dit dier ?

a)

Zoogdieren

b)

Vogels

c)

Reptielen

d)

Vissen