wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Domein B1

Total questions: 5

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Wat gebeurt er bij transcriptie van DNA?

a)

Er wordt DNA gevormd door RNA af te lezen

b)

Het DNA wordt afgelezen door mRNA en er wordt een RNA streng gemaakt

c)

Het RNA wordt vervoerd naar de ribosomen en hier worden aminozuurketens gemaakt die uiteindelijk eiwitten vormen

2.

Wat gebeurt er bij translatie?

a)

Het RNA wordt vervoerd naar de ribosomen en hier worden aminozuurketens gemaakt die uiteindelijk eiwitten vormen

b)

Er worden eiwitten gemaakt door codonvorming van twee basen die uiteindelijk tot aminozuurketens leiden

c)

Er worden aminozuurketens gevormd, maar hieruit ontstaan geen eiwitten

d)

Er worden eiwitten gemaakt door codonvorming van drie basen die uiteindelijk tot aminozuurketens leiden

3.

Een codon bestaat uit drie basen (bijv. AUG). Welke van deze letters (eerste, tweede of derde) maakt niet veel uit in de eiwitvorming? Hiermee bedoelen we dat wanneer een van de letters een andere letter zou zijn, waarschijnlijk hetzelfde eiwit zou opleveren

(a)  

4.

Maakt iemand met lactose intolerantie veel of weinig lactase aan? En waar zorgt dat voor?

a)

Weinig. Dit zorgt ervoor dat lactose niet wordt afgebroken

b)

Weinig. Dit zorgt ervoor dat lactose goed wordt afgebroken

c)

Veel. Dit zorgt ervoor dat lactose goed wordt afgebroken

d)

Veel. Dit zorgt ervoor dat lactose niet wordt afgebroken

5.

Wat gebeurt er in het lichaam van iemand met lactose intolerantie? Gebruik de woorden translatie, codon, enzym en lactase.

(a)