wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economische macht en marktvormen en monoplie

Total questions: 16

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
Een monopolist kan onbeperkt de prijs aanpassen
a)
Onjuist
b)
Juist
c)
Nee, want hij moet rekening houden met de vragers
d)
Nee, want hij moet rekening houden met concurrenten
2.
Een bedrijf behaald zijn maximale omzet in het punt MO=MK
a)
Juist
b)
Onjuist
3.

De bijgevoegde afbeelding toont de marktaandelen van de verschillende aanbieders op de markt voor pakketbezorging. Welke marktvorm past bij deze situatie?

a)

Volledige mededinging

b)

Monopolistische concurrentie

c)

Oligopolie

d)

Monopolie

4.

Vul aan: "Monopolistische concurrentie laat zich kenmerken door ..I.. aanbieders en ..II.. productie".

a)

I: veel, II: heterogene

b)

I: weinig, II: heterogene

c)

I: veel, II: homogene

d)

I: weinig, II: homogene

5.

Bij welke marktvorm is de kans op het ontstaan van een prijskartel het grootst?

a)

Volledige mededinging

b)

Monopolistische concurrentie

c)

Heterogeen oligopolie

d)

Homogeen oligopolie

6.
Het aanpassen van de verpakking van mijn product is een voorbeeld van:
a)
Productdifferentiatie
b)
Productinnovatie
7.

Om de maximale omzet van de monopolie te bepalen ga je op zoek naar ...

4 lines
8.

In een monopolie is de prijslijn gelijk aan ...

a)

de MO lijn

b)

de GO lijn

c)

de GTK lijn

d)

de vraaglijn

9.

Om de maximale winst van de monopolie te bepalen ga je op zoek naar ...

4 lines
10.

De oppervlakte van de roze rechthoek geeft weer:

a)

De omzet

b)

De verkoopprijs per product

c)

De totale winst

d)

De winst per product

e)

De totale kosten

11.

Twee beweringen over prijsdiscriminatie:

I. Prijsdiscriminatie houdt in: verschillende prijzen voor verschillende producten.

II. Prijsdiscriminatie kan alleen als deelmarkten van verschillende afnemersgroepen volledig gescheiden kunnen worden.

Welke bewering(en) is/zijn goed?

a)

Beide beweringen zijn juist.

b)

Bewering I is juist, bewering II is onjuist.

c)

Bewering II is juist, bewering I is onjuist.

d)

Beide beweringen zijn onjuist.

12.

De bijgevoegde afbeelding toont de prijslijst voor een enkele reis van Apeldoorn naar Amersfoort bij de NS. Van welke vorm van prijspolitiek is hier sprake?

a)

Prijsdiscriminatie

b)

Productdifferentiatie

c)

Beide

13.

Twee beweringen over prijsdiscriminatie en productdifferentiatie:

I. Zowel prijsdiscriminatie als productdifferentiatie is een manier voor aanbieders om hun winst te verhogen.

II. Bij productdifferentiatie is het van belang dat doorverkoop tussen verschillende deelmarkten onmogelijk is.

Welke bewering(en) is/zijn goed?

a)

Beide beweringen zijn juist.

b)

Bewering I is juist, bewering II is onjuist.

c)

Bewering II is juist, bewering I is onjuist.

d)

Beide beweringen zijn onjuist.

14.

Van een monopolist staan hiernaast de prijsafzetlijn (P), de lijn van de marginale opbrengsten (MO), de gemiddelde totale kosten (GTK), en de lijn van de marginale kosten (MK). Welke prijs moet de monopolist hanteren om de winst te maximaliseren?

a)

€ 3,90

b)

€ 5

c)

€ 6

d)

€ 7,25

15.

De situatie in de grafiek geeft de maatschappelijk optimale hoeveelheid aan.

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Welke term hoort bij het groen gearceerde deel in de afbeelding? De monopolist stelt in dit geval zijn prijs zodanig vast dat de winst maximaal is.

a)

Consumentensurplus

b)

Winst

c)

Omzet

d)

Producentensurplus